MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

THEATERGROEP SUBURBIA

Inleiding

Theatergroep Suburbia is al meer dan tien jaar het stadsgezelschap van Almere. Albert Lubbers is de artistiek leider en de zakelijke leiding is in handen van Jos van Hulst. Theatergroep Suburbia ziet voor zichzelf een cruciale rol in het culturele klimaat van Flevoland en Almere. Suburbia wil bijdragen aan de leefbaarheid, de persoonlijke ontwikkeling en het geluksgevoel van de bewoners. Almere wordt door stadssociologen vaak omschreven als een new town, waar de nieuwste ontwikkelingen op cultureel en architectonisch gebied zouden plaatsvinden. De stad wordt daarom vaak gezien als de plek voor experimentele en vernieuwende cultuur. Na meer dan tien jaar theater maken in Almere is de ervaring van Suburbia echter een geheel andere. Almere is een oer-Hollandse provinciestad met inwoners die zich er vooral vestigen om comfortabel en betaalbaar te wonen. Het potentiële publiek heeft weinig kijkervaring, dus de voorstellingen van Suburbia moeten direct begrepen kunnen worden en de verbeelding aanwakkeren. Daarom kiest het gezelschap bewust voor verhalend toneel, dat spannend, herkenbaar, humoristisch en ontroerend is. De verhalen die gekozen worden, zijn echter ook stevig, complex en intrigerend van inhoud. Ook dat vindt Suburbia belangrijk in Almere: populistische denkbeelden worden er omarmd, politieke visies niet snel genuanceerd. Juist in deze stad moet het ergens over gaan, maar wel op een manier die herkenbaar en toegankelijk is.

Theatergroep Suburbia richt zich in de jaren 2017-2020 op moderne klassiekers en nieuwe Nederlandse teksten. Het programma bestaat uit zomeravondvoorstellingen op stadslandgoed De Kemphaan en actuele nieuwe stukken op locatie in Almere of in de provincie Flevoland. Suburbia reist door het land met voorstellingen voor de grote en kleine zaal. De stukken voor De Kemphaan-voorstellingen in 2017 en 2018 zijn ‘Kasimir & Karoline' van Ödon von Horváth en 'Het Bloed van de Hongerlijders' van Sam Shepard. Het zijn verhalen over gewone mensen in tijden van crisis. Het locatieproject van 2017 is 'Een ongenaakbaar licht' van Herman van de Wijdeven, in de Almeerse WTC-toren. Het is een tragedie over hoogmoed en verval, gebaseerd op de opkomst en val van vastgoedmagnaat Ger de Visser die de WTC-torens bouwde in Almere. Voor het locatieproject in 2018 zal Willem de Vlam een actueel stuk voor en over Almere schrijven, over de leemte tussen de behoefte van de burger en het aanbod van de overheid. Voor de grotezaalproducties kiest Suburbia voor nieuwe Nederlandse stukken. Julia Bless en Rob Ligthert zullen afwisselend deze jaarlijkse tourneevoorstelling gaan regisseren. De eerste is 'Neelie!', een voorstelling over icoon Neelie Kroes naar een tekst van Léon van der Sanden. In 2018 staat een nieuw stuk van Peer Wittenbols op de planning, getiteld ‘Calypso’. Dat opent als een TEDx Talk. Drie personages leggen het publiek een verdienmodel voor waarin de kosten voor de vluchtelingenopvang omgebogen worden naar forse winst. In 2019 speelt 'Skylight' van David Hare: een liefdesaffaire tussen een rijke ondernemer van middelbare leeftijd en een jonge, sociaal geëngageerde lerares. In 2020 wordt een stuk gemaakt over schuldbewuste daders en Nederlandse oorlogstrauma’s naar een waargebeurde familiegeschiedenis. Voor de kleine zaal regisseert Olivier Diepenhorst zowel in 2017 als in 2019 een tourneevoorstelling. De eerste, ‘Eenzame begeerte’, is gebaseerd op twee stukken van Steven Berkoff: ‘Lunch’ en ‘De boog van Ulysses’. De voorstelling toont zowel de broeierige eerste ontmoeting van een man en vrouw als een finaal punt in hun relatie twintig jaar later.
De tweede productie die Diepenhorst regisseert, wordt 'Bedrog' van Harold Pinter, over een driehoeksverhouding die bij elkaar wordt gehouden door ontrouw en bedrog. In 2020 is er plek voor een nieuw regietalent voor de reisvoorstelling voor de kleine zaal.

In de periode 2017-2020 speelt Theatergroep Suburbia 108 voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 412.500 euro.

Historie

Theatergroep Suburbia ontvangt in de periode 2013-2016 een structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten in het kader van de meerjarige activiteitenregeling 2013-2016.

Het Fonds volgt de door haar meerjarig gesubsidieerde instellingen door meerdere adviseurs de voorstellingen en/of concerten te laten bezoeken. In de periode 2013-2016 hebben adviseurs van het Fonds zestien voorstellingen van negen verschillende producties van Theatergroep Suburbia bezocht.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als ruim voldoende.

Theatergroep Suburbia blijft zich de komende jaren inzetten om verhalend toneel te maken voor een publiek met weinig kijkervaring, in de grote zaal, de kleine zaal en op locatie. De commissie vindt dat Albert Lubbers als artistiek leider goed in staat is om aansprekende en inhoudelijk interessante stukken te kiezen voor de omgeving waarin gespeeld wordt, als ook voor een breder publiek in het algemeen. Bij de teksten worden bovendien goede acteurs gekozen die over het vakmanschap beschikken om via doorleefde personages de teksten te ontsluiten voor een ongeoefend publiek. Zo is de commissie positief over de locatieproductie ‘Eerste Liefde', waarin vooral het gebruik van de locatie en het vakmanschap van de acteur goed uit de verf komen. Tegelijk heeft de commissie ook kritiek. In de afgelopen jaren heeft Suburbia weliswaar verschillende interessante stukken gekozen van onder meer Samuel Beckett, Lars Norén en Lot Vekemans, maar de regiekeuzes zijn in sommige producties zo nadrukkelijk gericht op het zo helder mogelijk vertellen van het verhaal dat dit ten koste gaat van de gelaagdheid en de diepgang. In de productie ‘Madame Bovary’ is sprake van een eenduidige interpretatie van het hoofdpersonage, waardoor het spel weinig emotionele nuance kent en de zeggingskracht van de voorstelling beperkt blijft. In de voorstelling ‘Nachtvlucht’ ontbreekt een inhoudelijke visie op het materiaal en een duidelijke dramaturgie waarmee de verschillende personages en verhalen worden verbonden, waardoor de personages oppervlakkig blijven en de voorstelling weinig zeggingskracht krijgt.
Theatergroep Suburbia wil de artistieke koers van de afgelopen jaren voortzetten en heeft daartoe ook nieuwe regisseurs en schrijvers voor het maken van voorstellingen toegevoegd. De uitgangspunten zijn helder verwoord vanuit de speelcircuits waarin het gezelschap haar producties wil gaan spelen. Vooral de plannen voor de projecten en voorstellingen op locatie spreken tot de verbeelding. De keuze voor moderne klassiekers als ‘Kasimir en Karoline’ en ‘Het Bloed van de Hongerlijders’ op locatie vindt de commissie interessant in deze tijd en goed passen bij de missie van het gezelschap. Ook de projecten op andere locaties in de stad spreken tot de verbeelding. De commissie juicht hierbij toe dat deze gekoppeld zijn aan schrijfopdrachten voor interessante toneelschrijvers. De teksten worden bovendien geïnspireerd op de gekozen locatie, hetgeen een positieve bijdrage zal leveren aan de zeggingskracht van deze voorstellingen voor het Almeerse publiek. De commissie plaatst kritische kanttekeningen bij de plannen voor de grote zaal. Zo vindt zij de samenwerking op dit terrein met Julia Bless niet duidelijk gemotiveerd, anders dan dat het een verder gaande samenwerking betreft en een ontwikkeling van haar als regisseuse. Om welke specifieke kwaliteiten zij interessant is als regisseur licht Suburbia niet toe. Ook artistiek inhoudelijk ontbreekt een visie op haar werk. Het plan voor ‘Neelie’ is prikkelend, maar biedt nog weinig zicht op een inhoudelijk sterke interpretatie. Deze motivatie wordt ook gemist bij de samenwerking met Rob Ligthert en Peer Wittenbols voor de grotezaalvoorstellingen. Dat er met deze vakkundige schrijver en regisseur een vervolg wordt gegeven aan de artistiek geslaagde coproductie ‘Liefdeslied’ is op zichzelf logisch, maar de commissie vindt dat het werk van dit makersduo in de grote zaal niet als vanzelfsprekend optimaal tot zijn recht komt. Hier wordt in de aanvraag niet op gereflecteerd. Over de keuze om met nieuw geschreven teksten in de grote zaal te gaan spelen, is de commissie op zichzelf positief. Dat de groep dit zelf gekozen uitgangspunt verlaat voor het produceren van David Hare’s ‘Skylight’ vindt zij daarin niet passend. Suburbia motiveert dit bovendien ook niet overtuigend. Ten aanzien van de kleinezaalproducties mist de commissie in de aanvraag een heldere motivatie voor de keuze voor Olivier Diepenhorst als regisseur voor twee van de vier geplande producties. Dat is een gemis, omdat de geplande stukken en de stijl waarin Diepenhorst regisseert geen voor de hand liggende keuzes zijn voor het door Suburbia beoogde publiek. Daarmee is onduidelijk hoe deze keuze zich verhoudt tot de artistieke signatuur van de het gezelschap.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als ruim voldoende.

De komende jaren zet Suburbia enerzijds in op een verdere verbinding met de eigen stad en regio door daar vaker te spelen en anderzijds op een landelijke profilering via jaarlijkse tournees van kleine- en grotezaalproducties. De plannen van Suburbia ogen naar de mening van de commissie ondernemend en laten zien dat het gezelschap voortborduurt op samenwerking met een groot aantal partners en relaties in met name de stad Almere en de regio. Deze samenwerkingen leveren vooralsnog vooral locaties en ondersteuning op ‘in natura’, maar Suburbia wil ook meer geld halen uit het bedrijfsleven met het initiatief ‘Suburbia in bedrijf’. Ook dit getuigt volgens de commissie van een ondernemende houding, hoewel de eigen inkomsten die dit project moet genereren nog niet overtuigend toegelicht zijn.

Het gezelschap heeft goed grip op de baten en lasten, maar de commissie merkt daarbij wel op dat de financiële basis ultimo 2015 aan de smalle kant is. Tegen het licht van de beoogde stijging van de exploitatie voor de komende periode met ruim 50 procent ten opzichte van het gemiddelde in de afgelopen drie jaar zit daarin een risico volgens de commissie. Daarbij komt dat een substantieel deel van de stijging gedekt wordt met eigen inkomsten. De stijgingen die daarin op sommige posten zijn begroot, zijn fors en naar het oordeel van de commissie niet overtuigend onderbouwd. Zo stijgen de publieksinkomsten zo’n 90 procent ten opzichte van 2014, toen de hoogste inkomsten werden gerealiseerd in de afgelopen drie jaar, terwijl het verwachte aantal toeschouwers ten opzichte van dat jaar nog niet met de helft toeneemt en ook dat vindt de commissie al een forse stijging.
De commissie is positief over het feit dat Suburbia met een twaalftal schouwburgen een netwerk heeft opgezet waarmee zij de komende jaren wil investeren in publieksopbouw. De voorlopige verkoopresultaten van de grotezaalproductie van Rob Ligthert en Peer Wittenbols (die nog in 2016 in première gaat) onderschrijven dat de uitbreiding van het aantal landelijke speelplekken mogelijk is. Het gemiddeld aantal bezoekers dat met de coproductie ‘Liefdeslied’ van dezelfde makers in 2015 werd gehaald, lag echter ver af van een goede grotezaalbezetting. Dat maakt dat de commissie kritisch is over de bijdrage die deze grotezaalproducties zullen leveren aan de stijging van de publieksinkomsten. Suburbia heeft een goed zicht op de samenstelling van zijn publiek in Almere en Flevoland. De commissie merkt op dat zij door de aanvraag de indruk heeft dat Suburbia een beperkter zicht heeft op zijn landelijke publiek. Aangezien het gezelschap de groei van het publiek vooral bij de landelijk reizende producties wil realiseren, zal het lastig zijn om gerichte publieksacties op te zetten. Het samenwerkingsnetwerk met twaalf podia biedt weliswaar goede vooruitzichten om meer inzicht in het Suburbia-publiek buiten Flevoland te krijgen, maar dat inzicht zal zich nog wel moeten bewijzen. De inhoud en wijze van publieksbenadering, vooral voor de landelijke producties, zijn bovendien in vrij algemene termen beschreven, waardoor het voor de commissie een vraag blijft in hoeverre Suburbia gaat opvallen in het totale theateraanbod, temeer omdat het gezelschap zich met zijn producties richt op een publiek van onervaren toneelkijkers, waar met name ook de vrije producenten zich op richten. De commissie is er dan ook niet op voorhand van overtuigd, dat de flinke groei in het aantal toeschouwers kan worden gerealiseerd, zelfs als het aantal geprognosticeerde speelbeurten wordt gerealiseerd.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als neutraal.

Suburbia produceert teksttheater waarvan het aanbod op de Nederlandse podia en op locatie al ruim vertegenwoordigd is, zowel door instellingen in de Basisinfrastructuur als in het vrije circuit. Binnen dat ruime aanbod vindt de commissie het werk van Suburbia qua genre of presentatievorm niet onderscheidend. De commissie vindt dat Suburbia geen bijzondere bijdrage aan de pluriformiteit levert.

Geografische spreiding

De bijdrage aan de geografische spreiding beoordeelt de commissie als ruim voldoende.

Theatergroep Suburbia is gevestigd in Almere, een stad met een relatief beperkt cultuuraanbod, en realiseert daar en in de regio Flevoland veel activiteiten. Aan de andere kant constateert de commissie dat Suburbia in de periode 2013-2015 in vergelijking tot andere podiumkunstaanbieders een relatief laag aandeel voorstellingen in de rest van Nederland heeft gespeeld. In de komende periode staat de aanvrager een vergelijkbare spreiding van de voorstellingen voor ogen. De commissie vindt dat Suburbia een redelijke bijdrage levert aan de geografische spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

Niet van toepassing.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Suburbia te honoreren voor zover het budget dat toelaat.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 412.500
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel652.500€ 162.500
Circuit groot355.000€ 175.000
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 412.500
Toegekend bedrag per editie€ 412.500