MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

THEATERGROEP ALUIN

Inleiding

Theatergroep Aluin is de naam van een in Utrecht gevestigd theatergezelschap onder de artistieke leiding van Erik Snel en Victorine Plante. De zakelijke leiding is in handen van Monica Brocken. De naam van het gezelschap verwijst naar de chemische verbinding die wordt gebruikt om het bloed te stelpen van scheerwondjes. De bloedstollende en prikkelende eigenschappen van aluin vertaalt de theatergroep in zijn missie naar de aard van zijn voorstellingen. Daarin vertelt de groep oersterke verhalen in een dynamische, heldere en humoristische vorm. Het gezelschap streeft naar kwalitatief hoogwaardig, toegankelijk theater en zoekt daarbij een groot en divers publiek in zowel theaters als scholen, musea, bedrijven, huiskamers en op stadspleinen. Aluin vertelt verhalen om mensen tot denken aan te zetten om zo standpunten te nuanceren. De verhalen die Aluin kiest, zijn behalve de tijdloze tragedies van de oude Grieken en van Shakespeare ook ‘nieuwe’ verhalen uit de Bijbel en uit de Nederlandse geschiedenis. Verhalen die ook vandaag de dag nog van invloed zijn op onze cultuur, op hoe we leven en denken en op onze identiteit. Die verhalen leveren de moderne mens goed gereedschap om in deze verwarrende tijden de wereld met fantasie en verbazing tegemoet te treden in plaats van met angst en argwaan. Aluin brengt de verhalen veelal unplugged en portable: direct vanuit het spel en de verbeelding van de acteurs, zonder decor en licht op uiteenlopende speellocaties. Aluin bespeelt bewust veel verschillende locaties om het publiek te bereiken dat de weg naar de traditionele podia (nog) niet weet te vinden.

De komende jaren verwacht Aluin jaarlijks 240 voorstellingen te spelen, waarvan 150 schoolvoorstellingen. Er wordt specifiek voor het produceren en spelen van zes nieuwe producties subsidie aangevraagd. In 2017 staat ‘Smekelingen/Smekende Moeders’ op het programma, een bewerking van de tragedie van Euripides over het land Argos dat een oorlog van Thebe verliest. Argos krijgt zijn slachtoffers niet terug en roept daarom de hulp van de koning van Athene in. De Universiteit Utrecht en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht dragen artistiek en productioneel bij aan de voorstelling. In 2017 staat ook een kerstvoorstelling gepland: ‘1609 Het Bestand’ is het tweede deel van de trilogie ‘De Vaderlandse Oorlog’ tegen het decor van de Tachtigjarige Oorlog. ‘Engel’ wordt een voorstelling gebaseerd op het boek Selma van Ad van Liempt dat gaat over Selma Wijnberg-Engel die kamp Sobibor overleefde. Een productie waarin de lichtheid van de levenskracht van Selma wordt benadrukt, ondanks de sombere omstandigheden. Shakepeare’s ‘12th Night’ van Shakespeare wordt bewerkt tot ‘12th Night Unplugged’: een vrolijke muzikale komedie over liefde, verwarring, rangen, standen en genderissues. Inspiratiebronnen vormen de films ‘Love Actually’ en ‘Four Weddings and a Funeral’. In 2019, het vierhonderdste sterfjaar van Johan van Oldenbarnevelt, wordt ‘1619 Het Beulszwaard’ gemaakt. Dit laatste deel van de trilogie ‘De Vaderlandse Oorlog’ zal samen met de eerdere delen worden gepresenteerd op verzoek van en in samenwerking met de Johan van Oldenbarnevelt Stichting. Het derde deel van de ‘Terug uit Troje’-trilogie wordt ‘Free Penelope’, in het voorjaar van 2020.

In de periode 2017-2020 speelt Theatergroep Aluin 240 voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 112.500 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 22.500 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 135.000 euro.

Historie

Theatergroep Aluin ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door Theatergroep Aluin onder meer beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstelling ‘(it sucks to be) Helena’.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als ruim voldoende.

Aluin is in de ogen van de commissie sterk in het vertellen van belangwekkende historische verhalen in een frisse, humorvolle, voor jonge mensen aansprekende vorm. De ontwikkelde unplugged-stijl is niet alleen herkenbaar, maar ook doeltreffend. De commissie is positief over het feit dat Aluin daarmee belangrijke verhalen uit het klassieke toneelrepertoire en Bijbelverhalen en belangrijke historische gebeurtenissen met veel zeggingskracht voor jonge mensen heeft ontsloten. De voorstellingen laten zien dat de groep een heldere visie heeft op de essentie van de gekozen verhalen. Hij maakt die toegankelijk door een lichte toon, met humor, ontroering en een dynamische speelstijl. Zowel schrijver als regisseurs en acteurs hebben in gezamenlijkheid veel vakmanschap opgebouwd om de voorstellingen aansprekend te maken. In de ogen van de commissie sluiten taal en regie vaak goed op elkaar aan en spelen de acteurs met verve. In de voorstellingen ziet de commissie een herkenbare, eigen signatuur. Zij ziet de beschrijving van de plannen als een voortzetting van de keuze van Aluin om ‘oersterke verhalen’ op een toegankelijke manier te vertellen. Daar is de commissie op zichzelf positief over. Zij is wel kritisch over de veelheid aan plannen die in de visie van Aluin geschikt moeten zijn voor verschillende soorten doelgroepen. De plannen variëren van het voorzetten van de reeds gestarte series als ‘De Vaderlandse Oorlog’ en ‘Terug uit Troje’ tot ‘Smekende Moeders’, een grootschalige productie op locatie. Naast de verschillende producties in de aanvraag produceert Aluin nog andere activiteiten zoals de ‘Unplugged-serie’ en de ‘De Classic tour’ die zich richt op scholieren en de ‘Aluin’s Christmas special’ die het gezelschap in musea speelt. In de aanvraag laat Aluin deze andere activiteiten vrijwel onbenoemd. In de ogen van de commissie wordt de signatuur van de groep hierdoor enigszins diffuus. Dit wordt versterkt, doordat een deel van de producties die in de aanvraag zijn opgenomen, eveneens zeer geschikt lijkt voor scholieren.

De groep gaat de komende jaren de reeds gestarte series verder aanvullen. Onder andere worden de komende periode deel 2 en 3 van ‘De Vaderlandse Oorlog’ gemaakt, alsmede ‘Ken je klassiekers III’ en het laatste deel van de ‘Terug uit Troje’-trilogie. De commissie vindt dat werken in reeksen een interessante keuze van Aluin. In het werken met duidelijke formats schuilt wel het risico van herhaling. Dit kan naar de mening van de commissie ten koste gaan van de zeggingskracht. Het kan ook de artistieke ontwikkeling van de groep in de weg staan. De reeks over de vaderlandse oorlog is interessant, vooral voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Met de productie over klassiekers uit de Oudnederlandse theatergeschiedenis gaat Aluin in de ogen van de commissie een bijzondere en belangrijke uitdaging aan, aangezien het geen makkelijke opgave is om deze stukken aansprekend te maken voor het publiek van vandaag. De commissie is er op basis van de bij Aluin aanwezige ervaring en het vakmanschap van overtuigd dat de makers deze uitdaging aankunnen en dat zij een originele vorm zullen vinden om een betekenisvol verhaal te vertellen. De door Erik Snel geschreven ‘Terug uit Troje’-trilogie waarin de geschiedenis(sen) van enkele personages uit de Griekse tragedies worden verlengd, vindt de commissie getuigen van een origineel uitgangspunt, dat eveneens kan leiden tot een aansprekende voorstelling.
Enkele andere producties die in de komende jaren zijn gepland, worden niet binnen dergelijke reeksen gevat. Hoewel deze stukken op zichzelf goed passen bij het uitgangspunt van ‘oersterke verhalen’ en horen tot het wereldtoneelrepertoire of de Nederlandse geschiedenis, motiveert Aluin de keuze voor deze stukken niet scherp. De commissie merkt verder op dat er sprake is van interessante samenwerkingen met partners, maar zij mist bij deze projecten een zekere artistieke inhoudelijke noodzaak tot samenwerking van het gezelschap zelf.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als goed.

Getuige de groei van het aantal voorstellingen en toeschouwers in de afgelopen jaren heeft Aluin met succes een koerswijziging gemaakt. Daarbij gaan het ondernemerschap en de artistieke keuzes hand in hand. De commissie vindt het positief dat dit succes bovendien tot stand is gebracht met relatief bescheiden middelen en een kleine organisatie. De financiële positie is eind 2015 redelijk gezond, ondanks het feit dat Aluin in 2015 een behoorlijk negatief resultaat realiseerde, dat grotendeels was ingecalculeerd. De groep voert een vrij strikt begrotingsbeleid, wat de commissie vertrouwen geeft dat geen grote financiële risico’s worden genomen.

Voor de komende periode wil Aluin haar exploitatie flink vergroten. Extra financiële middelen worden ingezet voor de uitbreiding van het aantal medewerkers en de betaling daarvan. Op deze manier wil de organisatie het werkgeverschap verbeteren. Gezien de prestaties in de afgelopen jaren die zonder investering van de medewerkers niet mogelijk zouden zijn geweest, vindt de commissie dat op zichzelf een begrijpelijke keuze. Daarbij merkt zij wel op dat Aluin niet overtuigend weet te motiveren, waarom de stijging van de exploitatie bijna volledig uit publieke middelen wordt gefinancierd. Dit terwijl de eigen inkomsten in de komende periode afnemen. Zo nemen de publieksinkomsten af, terwijl het aantal voorstellingen en bezoekers per voorstelling rond het gemiddelde van de afgelopen drie jaar ligt. De bijdragen uit private middelen, die de afgelopen jaren belangrijk waren voor de financiering van de producties, nemen ook af, net als de indirecte inkomsten. Aluin licht niet toe op basis waarvan het gezelschap verwacht dat deze inkomstenbronnen, die de afgelopen jaren substantieel waren, lager gaan uitvallen. De commissie is desondanks positief over de wijze waarop Aluin zijn activiteiten financiert. De spreiding van risico’s op basis van verschillende inkomstenbronnen is overtuigend. Aluin laat zich bovendien zien als een ondernemend gezelschap, gelet de grote hoeveelheid voorstellingen die het speelt en de verschillende partnerschappen die het daarbij aangaat met uiteenlopende organisaties zowel binnen het culturele en het maatschappelijke veld als in het bedrijfsleven.

Met de samenwerkingen die Aluin ontwikkelt, kan een heel divers publiek worden bereikt. Daarbij maakt Aluin een, in de ogen van de commissie, helder en effectief onderscheid in publieksgroepen waar het gezelschap zich op richt: de Leek, de Liefhebber en de Fijnproever. Ook voor afnemers zoals theaters en schouwburgen is dit een handige insteek om de juiste voorstelling te kiezen voor specifieke bezoekers. De commissie merkt op dat jongeren in de aanvraag niet expliciet als doelgroep aan de orde komen, hetgeen tegen de achtergrond van het aanbod van Aluin wel een gemis is.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als neutraal.

Zij plaatst het aanbod binnen het teksttheater, en teksttheater wordt veel gemaakt in Nederland, zowel in het gesubsidieerde als in het vrije circuit. Het werk onderscheidt zich naar de mening van de commissie niet binnen dit brede bestaande aanbod. Daarmee levert de groep geen bijzondere bijdrage aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als ruim voldoende.

Aluin is gevestigd in Utrecht, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. In vergelijking met andere podiumkunstinstellingen heeft Aluin in de periode 2013-2015 ook een substantieel aandeel voorstellingen in andere steden en regio’s gespeeld. In de komende periode wil Aluin nog meer gespreid over het land gaan spelen. De commissie vindt dat gelet op de plannen ook aannemelijk. De commissie is van mening dat Aluin een redelijke bijdrage levert aan de geografische spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert de bijdrage voor talentontwikkeling niet toe te kennen.

Theatergroep Aluin wil de komende jaren steviger inzetten op de samenwerking met nieuwe makers die sterke verhalen willen vertellen en die zich het idioom van Aluin eigen willen maken. Daartoe wil het gezelschap ontwikkeltrajecten aangaan met jonge makers. Bovendien wil Aluin mede hierdoor een poule aan makers ontwikkelen voor reprises en Aluinprojecten. Nard Verdonschot is de eerste geselecteerde acteur/maker.

De commissie vindt het op zichzelf geen slecht idee om vanuit een concreet voorstellingsidee te werken aan de ontwikkeling van een talent. In het geval van de uitwerking van het plan voor de ontwikkeling van Nard Verdonschot motiveert Aluin niet overtuigend hoe het gezelschap aan zijn artistieke ontwikkeling gaat werken. Daarmee biedt Aluin de commissie onvoldoende inzicht in de uitkomst van dit ontwikkelingstraject. Verder vindt zij dat een talentontwikkelingstraject in de eerste plaatste ten gunste van de maker zou moeten zijn. De aanpak van Aluin, waarbij makers worden geselecteerd die in het idioom van het gezelschap passen, vindt de commissie daarom minder interessant.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Aluin te honoreren voor zover het budget dat toelaat.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 135.000
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel301.250€ 37.500
Circuit groot00€ 0
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 112.500
Toegekend bedrag per editie€ 112.500