wo. 26 juni 2019

Vooruitblik Fonds Podiumkunsten 2021-2024: makers centraal


In de beleidsperiode 2021-2024 zet het Fonds Podiumkunsten zich in voor een bloeiend makersklimaat. Daarbij legt het Fonds meer de nadruk op makers die werken vanuit een ‘eigenstandige praktijk’. Het Fonds wil in gezamenlijkheid optrekken met stedelijke regio’s waar het gaat om de positie van podia en festivals. Eerlijk loon voor eerlijk werk is ook bij het Fonds de norm. En het Fonds blijft zich in de periode 2021-2024 inzetten voor een grote diversiteit aan verhalen en geluiden in de podiumkunsten.


Het Fonds ging eind juni 2019 ‘on tour’ in Den Haag, Zwolle en Tilburg. Daar werd een vooruitblik gegeven op de beleidsperiode 2021-2024 en de contouren van de meerjarige regelingen.

Producenten: makers centraal
Op 11 juni 2019 heeft minister Van Engelshoven haar uitgangspunten voor het cultuurbeleid voor de periode 2021-2024 gepresenteerd. De minister breidt de Basisinfrastructuur onder meer uit met ensembles en jeugdpodiumkunsten. Hiertoe verschuift 7,2 miljoen euro van het Fondsbudget naar de Basisinfrastructuur. Daarnaast wordt 8,6 miljoen euro overgeheveld van het Fonds naar de Basisinfrastructuur. Dit betreft de extra middelen die in de huidige periode zijn toegevoegd aan het Fondsbudget voor de zogenaamde ‘B-lijst’. Het beschikbare budget voor producerende partijen (individuele makers, groepen en gezelschappen) bij het Fonds wordt daarmee kleiner.

Door deze verschuivingen is vanaf 2021 minder meerjarig budget beschikbaar voor producerende instellingen. Het Fonds legt meer nadruk op makers die werken vanuit een ‘eigenstandige praktijk’. De meerjarige regeling voor producerende instellingen wordt herzien op basis van de volgende uitgangspunten:
De directe koppeling tussen aantallen uitvoeringen en subsidiebedrag wordt vervangen door een globaler systeem waarin de aanvrager meer ruimte heeft om eigen keuzes te maken;
De eigeninkomsteneis vervalt. Wel is er een gezonde verhouding tussen het gevraagde subsidiebedrag en de totale baten van de instelling;
Meer subsidie betekent striktere beoordeling;
Er zijn ondergrenzen om te kunnen aanvragen (drempelnormen) die afhankelijk zijn van het te vragen subsidiebedrag.

Podia en festivals: in en met de regio
Vanaf 2021 werkt het Fonds nauwer samen met regio’s. Het Fonds wil de subsidies voor podia en festivals ín en mét de regio verdelen. Voor festivals betekent dit dat zij, meer dan nu het geval is, zullen worden beoordeeld op hun betekenis in de regio, zonder hun landelijke en/of internationale betekenis uit het oog te verliezen. Zo krijgt hun lokale belang ook een plek in de beoordeling door het Fonds. De tweejarige festivalregeling komt te vervallen en gaat op in de vierjarige regeling. Voor podia geldt dat het Fonds afstapt van de tekort-subsidieregelingen. Dat vermindert het werk voor deze groep podia. Ook de beoordeling van podia wil het Fonds vanaf 2021 regionaal organiseren.

Fair pay
Ook bij het Fonds is fair practice vanaf 2021 de norm. Het Fonds richt zich in het bijzonder op fair pay: eerlijk loon voor eerlijk werk. Het Fonds zal van gesubsidieerde instellingen vragen inzicht te geven in hun beloningsbeleid. Cao’s en honorariumrichtlijnen zijn daarbij richtinggevend. Het Fonds start in samenwerking met het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) een programma om instellingen te ondersteunen bij de te zetten stappen. Het Fonds doet dat in nauwe afstemming met het Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst (PACCT).

Tijdpad
Het Fonds gebruikt de komende maanden om de beleidsuitgangspunten en de meerjarige regelingen uit te werken. Begin november 2019 zijn het beleidsplan en de meerjarige regeling gereed en worden ze gepresenteerd aan de sector. In het beleidsplan zal het Fonds ook inzicht geven in andere regelingen en programma’s van het Fonds.

De toespraken van Henriëtte Post en Dennis Stam die tijdens onze bijeenkomsten op 20,21 en 24 juni zijn gehouden kunt u teruglezen in onderstaande documenten. Hier vindt u ook de veelgestelde vragen die aan bod kwamen.
Bijeenkomst in Diligentia op 20 juni 2019
Bijeenkomst in Diligentia op 20 juni 2019
Video: Robbie van Zoggel
Video: Robbie van Zoggel
Foto: Robbie van Zoggel
Foto: Robbie van Zoggel
Aart Strootman en Henriëtte Post. Foto
Aart Strootman en Henriëtte Post. Foto's: Marc Henri Queré

39 podia ontvingen van het Fonds Podiumkunsten de subsidie reguliere programmering in theater- en concertzalen (SRP). Met deze subsidievorm beoogt het Fonds de aansluiting tussen vraag en aanbod te verbeteren, de programmering van kwaliteitsaanbod te bevorderen en het publieksbereik te vergroten.

Foto: Moon Saris
Foto: Moon Saris
Een van de gehonoreerden Fazle Shairmahomed | Foto: Alex Aleshin
Een van de gehonoreerden Fazle Shairmahomed | Foto: Alex Aleshin

Regisseur en directeur van Internationaal Theater Amsterdam (ITA), Ivo van Hove (1958), ontving zondag 25 augustus de VSCD Oeuvreprijs na afloop van het Paradisodebat, georganiseerd door Kunsten ’92, in ITA in Amsterdam. Vanaf 1990 werkt hij in Nederland en heeft hij ontelbaar veel stukken op de Nederlandse podia gebracht. Hij wordt met deze prijs geëerd door de Nederlandse theaters en het bestuur van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties voor zijn waardevolle en blijvende bijdrage aan de podiumkunstensector. Zijn goede vriend Bas Heijne bracht een ode en Ivo ontving uit handen van Harry de Bruin (bestuurslid VSCD) de bijbehorende prijs en oorkonde. De prijs bestaat uit een kunstwerk gemaakt door de Nederlandse beeldhouwer, graficus en medailleur Eric Claus.

meer