Steven Kamperman blikt terug op zijn residentie in het Van Doesburghuis

16 maart 2023
Steven Kamperman, Oene van Geel, Albert van Veenendaal en Paul Jarret - Foto: © Jean-Michel Bale
Steven Kamperman, Oene van Geel, Albert van Veenendaal en Paul Jarret - Foto: © Jean-Michel Bale

Klarinettist en componist Steven Kamperman nam vier maanden zijn intrek in het Parijse Van Doesburghuis, op uitnodiging van het Fonds Podiumkunsten. Hij schreef daar composities geïnspireerd op Van Doesburg en het vele ijzerwerk van Parijs. In deze ‘tempel van moderniteit’ ontstond zo ook nog een soloproject. We spraken hem over zijn ervaringen.
Met welk project ging je residentie van start?
‘In de eerste maanden schreef ik een suite die de luisteraar door het Van Doesburghuis voert. Via de voordeur volgt de bibliotheek (met een mooi glas-in-lood-raam in het plafond), de muziekkamer, het grote atelier, de keuken en tenslotte het ketelhok (waar ik zijn liefde voor het futurisme belicht).

Tussendoor hoor je delen over belangrijke personen en invloeden in zijn leven, zoals zijn latere vrouw pianiste Nelly van Moorsel, zijn vriend Piet Mondriaan (die dolgraag danste op de rauwe jazz van de Amerikaanse soldaten die na WOI in Parijs verbleven), de dadabeweging en Bauhaus. Voor de uiteindelijke uitvoeringen is mijn VJ, Henrietta Müller hier nog filmopnames komen maken. In het begin dacht ik alleen wat improvisatieaanleidingen te schrijven, maar om het huis en de persoon Theo van Doesburg echt recht te doen, nam het aandeel compositie al snel toe’.

En het bekende Parijse ijzerwerk inspireerde je dus ook?
‘Ja, klopt. Ik heb vervolgens gewerkt aan een stuk voor Calefax, 'Paris En Fer', geïnspireerd op het vele ijzerwerk in Parijs. Van de verweerde stalen pilaren vol ritmische klinknagels ontwikkelt zich dat tot gracieuze bogen en culmineert het uiteindelijk in dat overbekende maar tegelijk onwaarschijnlijke symbool van Parijs. Een week lang verdiepte ik me in het werk van Debussy, die zijn eerste belangrijke werken schreef in de tijd dat de Eiffeltoren gebouwd werd. Uiteraard beklom ik deze zelf ook. Dat was erg grappig: iedereen keek naar het uitzicht over Parijs, maar ik fotografeerde juist het bouwsel zelf!’.

Was je werkwijze in het atelier anders dan thuis?
‘Meestal heb ik als uitgangspunt een concept waarin enige spanning zit en de uitwerking is op het ene moment meer intuïtief en dan weer meer vanuit structuren gedacht. Omdat ik hier in deze ‘tempel van moderniteit’ zat en De Stijl in beeldtaal volop aanwezig is, heb ik tijdens deze residentie de nadruk gelegd op het werken vanuit structuren. Dat kan van alles zijn, van een geconstrueerde toonladder tot een bepaalde akkoordtechniek.

Ik schreef bijvoorbeeld een stuk naar aanleiding van het hoge atelier met die fantastische grote ramen, bestaande uit vijftien smalle ruitjes bovenin, daaronder nogmaals vijftien ruitjes en onderaan drie grote lege ramen. De basisstructuur van mijn stuk werd daarmee cyclisch, met drie plus drie ‘volle’ vijfkwartsmaten gevolgd door drie ‘lege’ vijfkwartsmaten. Dat blijft zich tot het einde toe herhalen. In de uitwerking heb ik met drie verschillende klankvelden iets van de spirituele grootsheid van de ruimte proberen te benaderen. Ik beschouw het vooralsnog als een van mijn beste stukken’.

Hoe verliep je soloproject?
‘Omdat de atelierruimte zo ontzettend mooi klinkt, schreef ik daarnaast een klarinetsoloproject, dat ik ook opnam. Een behoorlijke klus, want als er een keer geen bus, brommer, ambulance of vliegtuig voorbij kwam, was er wel een juichende tenniswedstrijd vlakbij de achtertuin. En het absolute toppunt – of eerder het dieptepunt – was een stroomstoring van 24 uur, net voordat ik de laatste opnames had opgeslagen. Het was kortom een veeleisend proces. Maar ik vond het vooral heel mooi om dat in afzondering te mogen doen’.

Wat bracht de residentie je op artistiek en persoonlijk vlak?
‘Ik heb het hier fantastisch gehad. Tijdens mijn dagelijkse ochtendwandeling – nog in het donker – kreeg ik vaak een soort vreugdeaanval die de rest van de dag bij me bleef. Het huis past me als een handschoen. Ik heb erg fijne musici ontmoet en het is sowieso heel interessant om te zien hoe dingen hier in Parijs werken.

Artistiek zie ik deze residentie vooral als een onderzoek naar in hoeverre het modernisme een rol speelt in mijn muziek. Ik formuleerde voor mezelf iets wat ik natuurlijk eigenlijk al lang van binnen wist: modernistische manieren om klank te organiseren inspireren mij enorm, maar alleen als ze samenhangen met meer intuïtieve elementen.

Voor mij is het belangrijk dat er een geworteldheid in mijn muziek zit. Dus juist de combinatie van een moderne techniek met iets ‘oers’ in een melodie, ritme of harmonie maakt het voor mij interessant. Dus ik wil tegelijkertijd modern en oud, liefst buitenaards verrassend maar tegelijk met een thuisgevoel.

Als ik terugkijk op mijn carrière dan heeft dat er altijd ingezeten, bijvoorbeeld in mijn interesse voor moderne manieren om Turkse muziek te spelen in mijn vroegere band Baraná. Maar zo duidelijk als nu heb ik het eigenlijk nooit eerder voor ogen gehad. Daar was deze residentie al na twee maanden goed voor! Ik heb die inzichten ook al meteen kunnen verwerken in mijn soloproject. Wat in het denkproces overigens ook een grote rol speelde was het denken over en schrijven van mijn blog, hoewel ik dat qua tijdsbeslag soms ook best zwaar vond’.

Welk moment in Parijs zal je het meest bijblijven?
‘Het uitpuilende huisconcert dat ik hier gaf met de Franse violist Dominique Pifarély en cellist Bruno Ducret zal me zeker bijblijven! Maar de absolute topper was toen violist Oene van Geel, pianist Albert van Veenendaal en de Franse gitarist Paul Jarret hier drie dagen kwamen bivakkeren om mijn suite op te nemen. Dat was een ware ‘hogedrukpan-gebeurtenis’, met anderhalve dag intensief repeteren en vervolgens meteen opnames maken. We namen het op verschillende plekken in het huis op: uiteraard in het fantastisch klinkende atelier, maar ook in de keuken en zelfs met z’n allen op elkaar gepropt in het ketelhok. Dat was een moment waar ik jaren later zeker nog met een glimlach aan zal terugdenken!’
Foto: © Claudia Hansen
Foto: © Claudia Hansen
Foto: © Unsplash, Martin Sanchez
Foto: © Unsplash, Martin Sanchez
Laurens de Man | Beeld: © Juri Hiensch
Laurens de Man | Beeld: © Juri Hiensch
Kluizelaar (Simone de Jong) | Beeld: © Saris en den Engelsman
Kluizelaar (Simone de Jong) | Beeld: © Saris en den Engelsman