ma. 15 april 2019

Rijkscultuurfondsen reageren gezamenlijk op stelseladvies


De zes rijkscultuurfondsen geven een gezamenlijke reactie op het stelseladvies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ dat de Raad voor Cultuur op 11 april 2019 uitbracht. Dit doen zij in een brief aan minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.


Amsterdam, 15 april 2019

Geachte mevrouw Van Engelshoven,

Graag maken wij u als uw zes rijkscultuurfondsen deelgenoot van onze gezamenlijke reactie op het stelseladvies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ dat de Raad voor Cultuur 11 april jl. uitbracht. We delen een aantal inhoudelijke opvattingen van de Raad, maar maken ons zorgen over de mogelijk verstrekkende consequenties van het advies.

De Raad start zijn advies terecht met een positieve notie door te constateren dat: “de Nederlandse cultuursector op een hoog niveau produceert en presenteert en dat er een enorme potentie is om de gesubsidieerde cultuursector te verrijken.” De Raad stelt vervolgens een grootschalige herziening van het bestel voor “omdat het publiek een veelkleurig, kwalitatief hoogstaand aanbod verdient, dat nu nog onvoldoende tot stand komt.”
Om het publiek en makers beter te bedienen, is het noodzakelijk om het cultuurbeleid van de stedelijke regio’s en het rijk beter op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast zouden de top- en ketenfuncties in de Culturele basisinfrastructuur een meer “open, gelaagd en beweeglijk” karakter moeten krijgen, en zouden ze moeten worden uitgebreid met genres die in de ogen van de Raad in het huidige rijksbeleid onvoldoende worden gestimuleerd.

We zijn het vanzelfsprekend eens met de constatering dat het van belang is dat het culturele aanbod blijft evolueren, dat lokaal en nationaal beleid goed op elkaar aansluit en dat het publiek in haar volle breedte aangesproken en betrokken wordt.
Het advies van de Raad doet wat ons betreft echter te weinig recht aan vooral de inspanningen en de veerkracht van het culturele veld in de afgelopen jaren en aan de stappen die al gezet zijn, zowel door het ministerie, de stedelijke regio’s als door de fondsen.

De fondsen pleiten daarom voor een minder grootschalige wijziging van het cultuurstelsel dan de Raad nu voorstelt. Want hoewel inclusiviteit, flexibiliteit en innovatie worden geambieerd, ligt door de grootschaligheid het risico van verstarring van het cultuurstelsel op de loer.
De Raad lijkt voorbij te gaan aan de belangrijkste reden waarom nog maar tien jaar geleden is gekozen voor het huidige systeem: in aanloop naar 2009 werd de constatering dat ‘de boel op slot zat’ breed gedeeld. Tot die tijd was van ‘uitstroom’ nauwelijks sprake en voor ‘nieuwkomers daardoor nauwelijks (financiële) ruimte. Iedereen, van de cultuursector zelf tot de politiek, inclusief bewindspersonen, was het erover eens dat de cultuurnotasystematiek leidde tot een steeds minder open systeem en tot een toenemende mate van versnippering van subsidiebudgetten. De conclusie, dat de instroom en doorstroom van nieuwe generaties het hart vormt van de zo typisch Nederlandse artistieke diversiteit, ligt aan de basis van het huidige systeem.

Eenmaal gevormd achten de fondsen de kans groot dat de voorgestelde Culturele Basisinfrastructuur na 2021 ‘op slot zal gaan’ en dat het perspectief van (jonge én mid-career) makers en creatieven meer naar de achtergrond zal verdwijnen. De Raad meent de samenhang in het stelsel te vergroten, maar bereikt het tegenovergestelde en stelt voor functionele en strategische verbanden uit elkaar te trekken.

We zien een deel van de voorgestelde oplossingen daarom eerder als een belemmering voor een ‘open, gelaagd en beweeglijk karakter’ van het stelsel en als het teniet doen van waardevolle investeringen uit het (recente) verleden. Het advies richt zich vooral op de herinrichting van bestuurlijke structuren. We missen binnen deze focus de noodzakelijke aandacht voor de rol en positie van de maker en voor de specifieke eigenschappen en kwaliteiten van de verschillende sectoren en de wijze waarop deze nu op maat worden bediend.

Tot slot plaatsen we vraagtekens bij de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de beoogde stelselwijziging.

De rijkscultuurfondsen hebben de Raad op verschillende momenten deelgenoot gemaakt van hun zorgen en oplossingen aangereikt. Oplossingen die het herstel van door u en de Raad geconstateerde weeffouten in het stelsel mogelijk maken en gericht zijn op een betere afstemming van cultuurbeleid op zowel landelijk als regionaal niveau. De vele samenwerkingen die mede door het opstellen van de regioprofielen zijn ontstaan, zouden hierdoor verder gestimuleerd worden. Van belang hierbij is tijd te nemen om doordachte veranderingen te realiseren, die zoveel mogelijk bottom-up worden ontwikkeld. Concreet stellen we onder meer voor:

het budget van programmafonds te gebruiken om in samenwerking met de regio’s transitieprogramma’s te ontwikkelen die aansluiten op thema’s in uw visiebrief ‘Cultuur in een open samenleving’. De resultaten hiervan kunnen worden ingezet voor structurele veranderingen in 2024;
minder ketenfuncties en/of minder instellingen per ketenfunctie op te nemen in de BIS, maar wel zorg te dragen voor ruimte en stimulering van nieuwe genres in het bestel;
de voorwaarden en mogelijkheden binnen de meerjarige regelingen van de fondsen te verruimen om vernieuwing en doorstroming verder te stimuleren.

Daarnaast willen we graag samen verder aan de slag met de ontwikkelingen die al door de sector zijn ingezet om de toegankelijkheid en inclusiviteit van de kunst en cultuur te bevorderen en die eveneens uitgaan van de door de Raad geformuleerde doelstellingen voor het cultuurbeleid. Ook met u en uw departement zijn onze voorstellen en oplossingen gedeeld. Wij dragen graag constructief bij aan de concretisering door hierover met u in gesprek te gaan.

Namens de rijkscultuurfondsen:
Tiziano Perez (Nederlands Letterenfonds), Doreen Boonekamp (Nederlands Filmfonds), Syb Groeneveld (Stimuleringsfonds Creatieve Industrie), Eelco van der Lingen (Mondriaan Fonds), Henriëtte Post (Fonds Podiumkunsten), Hedwig Verhoeven (Fonds voor Cultuurparticipatie)
Een van de gehonoreerden Bambie | Foto: SYB
Een van de gehonoreerden Bambie | Foto: SYB
Een van de gehonoreerden Marjet Moorman
Een van de gehonoreerden Marjet Moorman
Een van de gehonoreerden Poppodium de Spot met de Dansers | Foto: Bart Grietens
Een van de gehonoreerden Poppodium de Spot met de Dansers | Foto: Bart Grietens
Theater Artemis & Het Zuidelijk Toneel | Het verhaal van het verhaal | Foto: Kurt Van der Elst
Theater Artemis & Het Zuidelijk Toneel | Het verhaal van het verhaal | Foto: Kurt Van der Elst
Een van de gehonoreerden Yorick van Norden
Een van de gehonoreerden Yorick van Norden
Een van de gehonoreerden ARTVARK saxophone Quartet | Agwa Productions | Foto: Lenny Oosterwijk
Een van de gehonoreerden ARTVARK saxophone Quartet | Agwa Productions | Foto: Lenny Oosterwijk
Een van de gehonoreerden Slagwerk Den Haag | Foto: Gerrit Schreurs
Een van de gehonoreerden Slagwerk Den Haag | Foto: Gerrit Schreurs

Eerlijke beloning voor eerlijk werk, dat moet de norm zijn. Maar hoe komen we daar? En wie heeft welke rol? Het Fonds Podiumkunsten heeft daarover advies ingewonnen bij het kennis –en dienstencentrum CAOP. Het advies van het CAOP geeft inzicht in de verantwoordelijkheden van diverse partijen, waaronder instellingen, financiers en uitvoerenden. Het Fonds gebruikt het advies van het CAOP bij de voorbereidingen op de beleidsperiode 2021-2024.

meer