Het overgrote deel van het publiek laat het koud of en hoe een gezelschap of ensemble wordt gesubsidieerd. De gemiddelde bezoeker heeft er ook geen weet van hoeveel overheidsgeld er wordt toegelegd op zijn kaartje voor de schouwburg of een festival. Als we met een verhaal zouden komen over de discussies die er rond de subsidiesystematiek spelen, is de kans groot dat de meesten na vijf minuten afhaken.

Gelukkig is de opdracht aan het Fonds Podiumkunsten niet om ervoor te zorgen dat het publiek zich betrokken voelt bij dit soort discussies. Wel is het onze missie om ervoor te zorgen dat er bij de uitkomsten ervan rekening gehouden wordt met ontwikkelingen in de samenleving. Onze opdracht is dat zoveel mogelijk mensen in de schouwburg- en concertzalen en op de festivals, kunnen genieten van voorstellingen waarin zij zich voldoende herkennen. Hun belang is voorstellingen die ontroeren, prikkelen, vermaken of tot nadenken aanzetten. Als dat lukt, is de vraag door welke overheid en hoe de makers gesubsidieerd zijn, niet zo relevant. ‘Doen we het goede?’ is daarom de lijfspreuk van het Fonds Podiumkunsten.

Afgelopen najaar publiceerde de Raad voor Cultuur de Verkenning Cultuur voor stad, land en regio. Daarin staat de vraag centraal of het rijkscultuurbeleid en de manier waarop de overheid subsidies verdeelt, nog kan garanderen dat we het goede doen. De Raad beschrijft hoe de samenleving in rap tempo verandert en constateert dat het rijkscultuurbeleid kansen laat liggen. De Raad doet ook voorstellen. Die behelzen nog geen tot in detail uitgewerkte nieuwe systematiek, maar concentreren zich vooralsnog op een betere verhouding tussen het rijksbeleid en ‘regionale culturele ecosystemen’. Binnenkort geeft de minister in haar visiebrief een eerste reactie op de verkenning. Daarna volgt nog een behoorlijk lang traject van wikken en wegen voordat zij de Tweede Kamer de uitgangspunten voor een nieuw cultuurbeleid vanaf 2021 voorlegt. Dat is het moment dat ook het Fonds Podiumkunsten een (mogelijk) ‘nieuwe opdracht’ krijgt.

Dit betekent allerminst dat we stilzitten. In dit jaarverslag over 2017 verantwoorden wij op de eerste plaats de bestedingen van het subsidiebudget. Ook laten we zien of de huidige subsidieregelingen positief bijdragen aan de missie van het Fonds. Hoe we ons voorbereiden op 2021 en daarna, wordt in 2018 zichtbaar als we het land in trekken om in gesprek te gaan met zoveel mogelijk mensen die betrokken zijn bij de podiumkunsten. De voorbereidingen voor deze tour zijn in volle gang. We spreken regelmatig en in diverse samenstellingen met vertegenwoordigers van gezelschappen, ensembles, festivals en podia over de toekomst van een betekenisvolle podiumkunstensector. We organiseren intern (soms met hulp van buiten) sessies om alternatieven creatief en constructief te bestuderen vanuit verschillende perspectieven. Ook met bestuurders van gemeentes en provincies en met ambtenaren en (publieke en private) collega-fondsen wordt van gedachten gewisseld. We gaan daar zeker ons voordeel mee doen.

Het Fonds Podiumkunsten constateert dat makers van kunst en cultuur de afgelopen jaren overtuigend laten zien dat ze over veranderkracht beschikken. Ook in de podiumkunsten speelt men op tal van manieren in op de veranderende samenleving. Er is er veel aandacht voor de waarde van de lokale infrastructuur in relatie tot het (inter)nationale beleid. De sector zelf heeft in de afgelopen jaren aangegeven welke obstakels men ziet voor een duurzame, betekenisvolle podiumkunstenpraktijk. Deze hindernissen kan de sector deels zelf overwinnen, maar voor een deel ligt de oplossing elders. Het Fonds Podiumkunsten kijkt daarom uit naar de tour in 2018. Het belooft opnieuw een inspirerende, spannende reis te worden naar het cultuurbeleid na 2021.

Henriëtte Post
Directeur/bestuurder
Henriëtte Post Directeur/bestuurder
Sal ek altyd wit wees | Theatergroep Flint | Productiesubsidie | Foto: Gemma van der Heyden
Sal ek altyd wit wees | Theatergroep Flint | Productiesubsidie | Foto: Gemma van der Heyden
×