Toelichting op Investeringsregeling vrije producties
Inleiding en achtergrond van de regeling
Centraal in deze regeling staan nieuwe vrije producties. Met vrije producties worden bedoeld producties op het terrein van theater, dans, muziek, muziektheater, cabaret, opera, musical et cetera die worden gefinancierd uit private middelen. In de brief van 23 mei 2022 stelde de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 20 miljoen euro beschikbaar voor de ontwikkeling van een regeling voor producenten van vrije producties, zodat zij extra kunnen investeren in nieuwe producties. Hiermee wordt ruimte geboden aan risicovollere producties en wordt de werkgelegenheid voor makers, technici en decorbouwers etc. gestimuleerd. Het Fonds Podiumkunsten heeft de opdracht gekregen om het bedrag van 20 miljoen euro, minus organisatiekosten, te verdelen.
De staatssecretaris constateerde dat na twee jaar pandemie minder risico’s worden genomen bij het realiseren van producties. Zowel in kwalitatieve zin, in de zin dat eerder voor bekend dan onbekend repertoire wordt gekozen. Maar ook in kwantitatieve zin, in de zin dat voor kleinere groepen creatives en/of uitvoerenden wordt gekozen. Het Fonds beoogt met deze regeling de risico’s af te dekken die gepaard gaan met het maken van nieuwe grootschalige Nederlandse vrije producties. Daarmee beoogt het Fonds de werkgelegenheid voor Nederlandse makers, uitvoerenden, technici, decorbouwers etc. te stimuleren. Daarnaast beoogt het Fonds hiermee ook de keten in totaliteit te versterken en weerbaarder te maken. Vrije producties zijn belangrijk voor de keten door hun aantrekkingskracht op een breed publiek. Met de publieksopbrengsten van vrije producties kan door podia weer worden geïnvesteerd in risicovoller aanbod.
Het Fonds heeft in het kader van de voorbereiding van de regeling verschillende vertegenwoordigers van vrije producenten en podia geconsulteerd. Uit die consultatie bleek dat de behoefte bestond aan een langetermijnoplossing in de vorm van een fonds waar voorwaardelijke subsidies uit kunnen worden verstrekt om risico’s voor wat betreft het realiseren van publieksinkomsten af te dekken. Dit deel van de sector wil zelf risico’s nemen en kunnen bepalen waarin wordt geïnvesteerd. Er is echter wel een noodzaak voor steun gelet op de onzekerheid die er in deze tijd nog is met betrekking tot publiek en ontwikkelingen in de markt. Deze regeling voorziet in de wens om risico’s af te dekken.
Aard van de regeling
Op basis van deze regeling worden voorwaardelijke subsidies verstrekt om risico’s af te dekken. Er worden bedragen gereserveerd voor voorwaardelijke subsidies die zijn verleend. Op het moment dat het budget volledig is gereserveerd, worden geen voorwaardelijke subsidies meer verstrekt. Indien na de afronding van de productie blijkt dat de subsidie niet noodzakelijk is, is dat bedrag opnieuw beschikbaar voor nieuwe aanvragers. Daarnaast dragen succesvolle producties bij aan het budget van de regeling. Op die manier blijft er budget beschikbaar en kunnen vrije producties voor een langere termijn worden ondersteund. Als de situatie zich voordoet dat het budget op is, wordt het loket (tijdelijk) gesloten.
Waarvoor
Zoals hierboven reeds is aangegeven, ziet deze regeling op vrije producties. Daarmee worden bedoeld producties op het terrein van theater, dans, muziek, muziektheater, cabaret, opera, musical et cetera die worden gefinancierd uit private middelen. De regeling is dus niet bedoeld voor producties waar al subsidie voor is toegekend door een overheid. Daar is het risico immers voor een deel al gedekt door een publieke bijdrage. De productie mag wel mede worden gefinancierd door private fondsen. Verder gaat het om concerten en voorstellingen die worden gemaakt en uitgevoerd door podiumkunstenaars die artistiek-inhoudelijk actief en geïntegreerd zijn in de Nederlandse podiumkunstensector. Deze regeling ziet dus op concerten en voorstellingen, waarbij een publiek wordt meegenomen door uitvoerende kunstenaars in een artistieke opbouw en dramaturgie. Activiteiten als talkshows, collegetours, presentaties, sportactiviteiten en shows met een educatief karakter vallen niet onder het bereik van deze regeling.
De bijdrage is alleen bedoeld voor nieuwe Nederlandse vrije producties. Hiermee wordt in beginsel bedoeld een productie die vanaf het eerste idee en conceptontwikkeling tot het maken en spelen in Nederland wordt gerealiseerd. Het moet dus gaan om een voor de te maken productie nieuw geschreven tekst/concept. In beginsel zijn hiermee bestaande buitenlandse producties die voor een Nederlandse versie worden vertaald uitgesloten. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien het werk nieuw is voor de Nederlandse markt én in de aanvraag aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van een nieuw, oorspronkelijk artistiek concept door de Nederlandse artistiek verantwoordelijken. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond aan de hand van de afspraken met de (buitenlandse) rechthebbenden.
Verder kan alleen een bijdrage worden verkregen voor vrije producties waarmee wordt beoogd een minimumaantal van 20.000 bezoekers te bereiken. In de aanvraag dient aannemelijk te worden gemaakt dat het minimumaantal kan worden gerealiseerd. Deze regeling is niet bedoeld voor producties waarvoor reeds een subsidie is ontvangen van het Fonds Podiumkunsten of de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ook wordt geen bijdrage verstrekt in het geval dat voor de productie een bijdrage is verkregen door Cultuur+Ondernemen. Tot slot is de regeling niet bedoeld voor producties die niet in Nederland zijn geproduceerd.
Aanvrager
Een aanvraag kan worden ingediend door een organisatie met rechtspersoonlijkheid die in het kader van de bedrijfsuitoefening zelf vrije producties tot stand brengt en daarvoor geen gebruik maakt van subsidies van of door de rijksoverheid. Het gaat daarbij om producenten/productiemaatschappijen. De aanvrager moet degene zijn die financieel eindverantwoordelijk is voor het realiseren van de productie en dus de financiële risico’s draagt. De aanvrager moet verder kunnen aantonen dat de artistiek en financieel verantwoordelijken van de organisatie minimaal al twee grootschalige vrije producties hebben voortgebracht. Dit wordt aangetoond op basis van cv’s die mee worden gestuurd bij de aanvraag. Indien twijfel bestaat over de ervaring van de artistiek en financieel verantwoordelijken kan het Fonds nadere informatie opvragen.
In sommige gevallen is er sprake van verschillende partijen die in uiteenlopende constructies samen verantwoordelijkheid dragen voor de totstandkoming van een productie. Er kan in dat geval maar aan één aanvrager een subsidie onder voorwaarden worden toegekend voor een specifieke productie.
Podia en festivals zijn in beginsel uitgesloten van deze regeling. Verder zijn organisaties die meerjarig worden gesubsidieerd door het Fonds Podiumkunsten of de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgesloten. Een coproductie met een van deze partijen kan in aanmerking komen indien de bijdrage van de meerjarig ondersteunde instelling een vaste (gekapitaliseerde) bijdrage is en niet afhankelijk is van de financiële uitkomst van het proces. Er kan dus geen sprake zijn van een aandeel in de winst of het verlies voor de meerjarig ondersteunde partij. De coproductie dient te worden aangevraagd door de vrije producent.
Beoordeling
Een aanvrager moet aannemelijk maken dat een voorwaardelijke subsidie noodzakelijk is voor het realiseren van een productie. Er wordt een voorwaardelijke subsidie verstrekt indien:
- er een duidelijk verband is tussen de te verstrekken subsidie, de totale begroting en de te realiseren inkomsten;
- aannemelijk is dat de aanvrager in staat is om de voorgenomen activiteiten succesvol uit te voeren;
- aannemelijk is dat de voorgenomen activiteiten gerealiseerd kunnen worden conform de in de aanvraag begrote uitgaven en dat de begrote uitgaven redelijk en marktconform zijn;
- het bij de aanvraag overgelegde financieringsplan haalbaar en solide is; e. de geprognosticeerde inkomsten realistisch en haalbaar zijn.
Hoogte bedrag
Bij de aanvraag wordt een begroting ingediend die sluitend is, waarbij geen rekening is gehouden met de voorwaardelijke subsidie. De aanvrager geeft in het aanvraagformulier de hoogte van het aan te vragen bedrag aan. Het bedrag dat voorwaardelijk wordt verstrekt, kan echter nooit hoger zijn dan 20% van de begrote inkomsten en kan maximaal 500.000 euro bedragen. Het Fonds kan ervoor kiezen om een lager bedrag te verlenen dan gevraagd.
Op basis van de verantwoording wordt vastgesteld of de voorwaardelijke subsidie definitief wordt omgezet in een toekenning. Op dat moment wordt ook bepaald of de aanvrager een bijdrage doet aan het budget, omdat sprake is van een succesvolle productie, waarmee winst is behaald. Met winst wordt bedoeld: de situatie dat meer inkomsten zijn gerealiseerd dan begroot. In dat geval doet de aanvrager een bijdrage aan het budget van 20% van de extra inkomsten die zijn gerealiseerd. Op dit percentage bestaat een uitzondering in het geval dat de voorwaardelijke subsidie die is verleend lager is dan 20% van de begrote inkomsten. Als dat het geval is, geldt voor de bijdrage aan het budget het lagere percentage. Bijvoorbeeld: voor een productie met een totaal aan begrote inkomsten van 5.000.000 euro wordt een voorwaardelijke subsidie verstrekt van 500.000 euro. Dat betreft 10% van de begrote inkomsten. In het geval van een succesvolle productie wordt een bijdrage aan het budget gedaan van 10% van de extra gerealiseerde inkomsten.
De verplichting tot het doen van een bijdrage geldt tot maximaal vijf jaar na het moment dat is bepaald of de voorwaardelijke subsidie wordt omgezet in een definitief toe te kennen bedrag. Indien de productie wordt hernomen in die vijf jaar gelden voor het doen van een bijdrage de voorwaarden, zoals die zijn afgesproken in de overeenkomst.
Budget
Het beschikbare budget wordt verdeeld conform het bepaalde in deze regeling. Het bestuur kan ervoor kiezen om jaarlijks meerdere rondes uit te voeren indien het resterende budget dat toelaat. Besluiten over het aantal rondes, de daarmee samenhangende budgetten en indiendata worden gepubliceerd op de website van het Fonds.
Er wordt nooit voor een hoger bedrag aan voorwaardelijke subsidies verstrekt dan het budget dat beschikbaar is. De bedragen die aan het einde van de overeenkomst niet worden omgezet in een toekenning worden weer toegevoegd aan het beschikbare budget, zodat die weer beschikbaar zijn voor nieuwe aanvragers. In het geval de productie succesvol is, wordt volgens de afspraak een bijdrage geleverd aan het budget wat beschikbaar komt voor nieuwe aanvragen.
Procedure
Aanvragen moeten worden ingediend met behulp van het online aanvraagformulier dat te vinden is op de website van het Fonds Podiumkunsten. In beginsel worden aanvragen doorlopend behandeld.
De aanvraag zal worden behandeld door het bureau van het Fonds. Het Fonds behoudt zich de mogelijkheid voor om advies in te winnen over aanvragen. De aanvraag is leidend voor de toetsing of de aanvrager in aanmerking komt voor een subsidie onder voorwaarden. In verband met het specifieke karakter van deze regeling kan tussentijds nadere informatie worden opgevraagd bij een aanvrager om vast te stellen of een bepaalde productie voor een voorwaardelijke subsidie in aanmerking komt of om de hoogte van het te verlenen bedrag te kunnen bepalen.
Verantwoording
Een aanvrager dient na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum bewijsstukken in waarmee kan worden aangetoond dat de activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden en dat is voldaan aan de in de beschikking en de overeenkomst verbonden verplichtingen. Daarnaast wordt een financieel verslag ingediend op basis waarvan een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de uitvoering van het ingediende plan door de aanvrager. Het financieel verslag sluit aan op de ingediende begroting en eventuele aanvullende afspraken tussen aanvrager en het Fonds die ten grondslag liggen aan het besluit tot verstrekking van een subsidie. Het Fonds kan nadere richtlijnen opstellen voor de verantwoording.
Op basis van de verantwoording wordt definitief bepaald of de voorwaardelijke subsidie wordt omgezet in een toekenning aan de aanvrager. Daarbij wordt gekeken of de subsidie noodzakelijk zou zijn om het breakeven-punt te bereiken. De aanvraag en de daarbij ingediende begroting zijn leidend.