Toelichting Deelregeling projectsubsidies Fonds Podiumkunsten
1. Inleiding
Met de Deelregeling projectsubsidies beoogt het Fonds Podiumkunsten de kwaliteit en diversiteit in de podiumkunsten te stimuleren en het publieksbereik voor de podiumkunsten te vergroten. De Deelregeling bevat twee subsidievormen: productiesubsidies en subsidies nieuwe makers. Deze worden hieronder toegelicht.
2a. Productiesubsidies
Algemeen
Productiesubsidies worden verstrekt om bij te dragen aan een kwalitatief hoogwaardig en inhoudelijk divers aanbod van voorstellingen of concerten.
Wie kan aanvragen
Een productiesubsidie kan worden aangevraagd door een aanvrager wiens primaire bezigheid het realiseren van voorstellingen of concerten is. Daarbij valt te denken aan een (muziek)theatergroep, ensemble of dansgroep. Aanvragen is mogelijk als de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit. Voor zover hier relevant gaat het om stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.
Een organisatie die zich richt op het organiseren van een concours kan daarvoor een productiesubsidie aanvragen. Het moet gaan om een specifieke editie van het concours.
Productiesubsidies worden niet verstrekt aan instellingen die primair gericht zijn op het programmeren van voorstellingen en concerten die door anderen worden voortgebracht. Voorbeelden van dergelijke instellingen zijn bijvoorbeeld bemiddelaars en intermediairs. Zij komen dus niet voor productiesubsidie in aanmerking. Festivalorganisaties en podiumorganisaties komen evenmin voor productiesubsidie in aanmerking, deze instellingen kunnen een beroep doen op de Deelregeling programmeringssubsidies.
Het Fonds mag een aanvraag mag weigeren indien de instelling in het kalenderjaar al drie keer een aanvraag heeft ingediend.
Waarvoor kan worden aangevraagd
Een productiesubsidie kan worden aangevraagd voor het realiseren van voorstellingen of concerten. Onderzoek dat niet tot voorstellingen of concerten leidt, komt niet voor een productiesubsidie in aanmerking.
Het subsidie is voor (1) personeelskosten, (2) voorbereiding en uitvoeringskosten, (3) kosten voor marketing en publiciteit en (4) bureau en huisvestingskosten. Bij de personeelskosten moet de aard en de omvang van de dienstverbanden en contracten met freelancers redelijk zijn gelet op de inhoud en planning van het project. Voorbereidingskosten zijn kosten die worden gemaakt om de productie speelklaar of verkoopbaar te maken; inclusief de in de sector gangbare salarissen, honoraria of onkostenvergoedingen, pensioenkosten en de kosten van verloning; uitvoeringskosten zijn kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van de productie, de dagkosten. De kosten voor marketing en publiciteit zijn alle kosten die samenhangen met publieksbereik en -ontwikkeling en de verspreiding van de resultaten van het plan.
Voor zover de aanvrager voor de uitvoering van het project elders (fondsen, overheden of sponsoren) gelden heeft aangevraagd of reeds toegezegd gekregen, meldt hij dit in de aanvraag inclusief de stand van zaken op het moment van indienen.
Hoe wordt de aanvraag beoordeeld
De subsidieaanvragen voor een productiesubsidie worden in meerdere jaarlijkse subsidierondes behandeld. De bijbehorende indiendata worden bekend gemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.
Alle aanvragen die aan de eisen voldoen, worden getoetst aan de volgende criteria:
- Criterium a: artistieke kwaliteit van het plan;
- Criterium b: ondernemerschap;
- Criterium c: bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
- Criterium d: geografische spreiding.
Het Fonds Podiumkunsten vraagt over aanvragen voor een productiesubsidie advies aan een adviescommissie met expertise op dit specifieke terrein. De commissie toetst aanvragen aan de criteria uit de regeling.
Voor de toets van criterium a wordt gekeken naar de artistieke kwaliteit zoals die naar voren komt in het plan. Vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht zijn de drie onderdelen die daarbij worden getoetst. De beschrijving uit de aanvraag staat centraal. Geeft die het vertrouwen dat een interessante voorstelling/concert tot stand komt? Daarbij heeft vakmanschap betrekking op de ambachtelijke vaardigheid van de betrokken makers. Vakmanschap valt niet één-op-één samen met het gevolgd hebben van een vakopleiding. Oorspronkelijkheid gaat over de eigenheid en de herkenbare artistieke signatuur zoals die uit het plan naar voren komt. Zeggingskracht ten slotte hangt af van de wijze waarop en de mate waarin de voorstellingen of concerten naar verwachting het publiek zullen aanspreken. In hoeverre weten de makers hun publiek te beroeren, te prikkelen of te verrassen?
Bij criterium b staat het ondernemerschap centraal. Dit uit zich onder andere in een deugdelijke bedrijfsvoering en een overtuigende visie op publieksbereik en -ontwikkeling. Van belang is dat de aanvraag blijk geeft van een visie of strategie op het behalen van (publieks)inkomsten. In dit kader wordt ook de productionele kwaliteit van het plan beoordeeld. Bij productionele kwaliteit kan worden gedacht aan zaken als ‘getuigt het plan van kennis van zaken, is het haalbaar, is aan alle productionele voorwaarden voldaan’.
Criterium c zet de aanvraag af tegen dat wat er verder in Nederland gebeurt. In hoeverre levert de voorstelling/concert een interessante bijdrage aan dat wat er al is of dat wat al wordt gemaakt. Daarbij wordt ook over de grenzen van de gesubsidieerde podiumkunsten gekeken.
Criterium d kijkt waar de activiteiten plaatsvinden en welke rol de voorstellingen of concerten daar naar verwachting hebben.
Hoogte subsidie
De hoogte van het subsidie wordt door het bestuur van het Fonds Podiumkunsten bepaald. Uitgangspunt is steeds dat alleen kosten die redelijkerwijs toerekenbaar zijn aan het project voor subsidie in aanmerking komen. Kosten moeten verder ook aansluiten op wat gebruikelijk is in vergelijkbare gevallen.
Het maximale bedrag voor een productiesubsidie bedraagt € 78.750, tenzij:
- het een concours betreft, in welk geval het maximum € 52.500 is;
- het een productie betreft met minimaal 50% eigen inkomsten (alle niet publieke bijdragen), in welk geval het maximum € 105.000 is.
Als ook een of meer nieuwe composities, libretto’s of theaterteksten tot stand komen, kan daarvoor een bedrag worden verstrekt van maximaal € 26.250 met dien verstande dat het subsidie nooit meer dan € 78.750 bedraagt als de aanvraag een concours betreft en € 105.000 in alle andere gevallen.
2b. Subsidies nieuwe maker
Algemeen
Subsidies nieuwe maker worden verstrekt om bij te dragen aan de ontwikkeling van beginnende makers in de podiumkunsten. Daartoe verstrekt het Fonds Podiumkunsten een financiële bijdrage aan ontwikkelingstrajecten, waarin een maker zich kan ontwikkelen door onder begeleiding een aantal producties te realiseren. Op deze wijze wordt geïnvesteerd in een kwalitatief hoogwaardig en inhoudelijk divers podiumkunstenaanbod in de nabije toekomst.
Wie kan aanvragen
Een ‘subsidie nieuwe maker’ kan worden aangevraagd door verschillende soorten organisaties die actief zijn in de professionele podiumkunsten. Zowel organisaties die gericht zijn op het realiseren van voorstellingen of concerten (zoals een (muziek)theatergroep, ensemble of dansgroep) als festival- en podiumorganisaties kunnen aanvragen. Hieronder vallen ook gespecialiseerde podia die zich voornamelijk bezighouden met talentontwikkeling (de voormalige productiehuizen). Wel moet de aanvrager kunnen garanderen dat de voorstellingen of concerten die tot stand komen ook getoond zullen worden. Als de aanvrager dat niet kan garanderen omdat deze geen eigen presentatiegelegenheid heeft, dan moet een partnerorganisatie worden betrokken die wel die mogelijkheid heeft. Er mag ook sprake zijn van een samenwerking tussen verschillende partners, bijvoorbeeld een podiumorganisatie en een gezelschap. Daarbij kan ook sprake zijn van buitenlandse partijen (bijvoorbeeld een buiten Nederland gevestigd gezelschap op festival). Aanvragen is mogelijk als de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit.
Subsidie wordt niet verstrekt aan instellingen die alleen een schakel tussen aanbieders en afnemers vormen. Voorbeelden van dergelijke instellingen zijn bemiddelaars en intermediairs. Zij komen dus niet voor subsidie in aanmerking.
Aanvragers die reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen, komen niet in aanmerking voor deze subsidie.
Waarvoor kan worden aangevraagd
Een ‘subsidie nieuwe maker’ kan worden aangevraagd voor een ontwikkelingstraject dat zich richt op een nieuwe maker of een groep van nieuwe makers. De laatste mogelijkheid is bedoeld voor makers die zich als collectief presenteren, waarmee wordt bedoeld dat zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de voorstellingen of concerten die tot stand komen. Het traject waarvoor wordt aangevraagd mag maximaal twee jaar duren. In die periode moeten meerdere voorstellingen of concerten tot stand komen. Gedurende het traject moet de maker zelf de artistieke verantwoordelijkheid hebben voor de producties die tot stand komen. Daarnaast moet het ontwikkelingstraject voorzien in begeleiding (artistiek en zakelijk).
Met de term 'nieuwe makers' wordt gedoeld op makers die zich nog niet of maar beperkt als zodanig hebben gemanifesteerd in het Nederlandse podiumkunstenveld. Als indicatie geldt dat de maker niet langer dan drie jaar als maker actief is op het moment dat voor het eerst een subsidie nieuwe maker wordt aangevraagd. Een nieuwe maker kan wel al langere tijd als uitvoerder (acteur, danser, musicus) actief zijn geweest. Voor een specifieke maker of groep makers kan twee keer subsidie worden toegekend. Zo kan er dus sprake zijn van twee geschakelde ontwikkelingstrajecten die samen maximaal 4 jaar duren. Beide ontwikkelingstrajecten hoeven niet door dezelfde partij te worden aangevraagd. Een maker kan ook besluiten voor een tweede aanvraag met een andere partij samen te werken.
Aanvragen kunnen ook betrekking hebben op samenwerkingen tussen Nederlandse en buitenlandse instellingen, mits verzekerd is dat de voorstellingen of concerten die tot stand komen (ook) in Nederland getoond worden.
Hoe wordt de aanvraag beoordeeld
De subsidieaanvragen voor een subsidie nieuwe maker worden in meerdere jaarlijkse subsidierondes behandeld. De bijbehorende indiendata worden bekend gemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
- Criterium a: motivering van de beoogde samenwerking tussen de aanvrager en de maker of groep makers;
- Criterium b: ondernemerschap;
- Criterium c: verwachte bijdrage aan de ontwikkeling van de maker of groep makers;
- Criterium d: bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland.
Het Fonds Podiumkunsten vraagt over aanvragen voor subsidie advies aan een adviescommissie met expertise op dit specifieke terrein. De commissie toetst aanvragen aan de criteria uit de regeling. De aanvrager en de maker of groep makers kunnen daarbij worden uitgenodigd voor een gesprek met de adviescommissie. In dit gesprek kunnen zij hun plannen mondeling toelichten aan de commissie.
Voor de toets van criterium a wordt gekeken naar de samenwerking. Centraal staat de match tussen de maker en de aanvrager (waaronder ook eventuele partners in het ontwikkelingstraject worden begrepen). Is de samenwerking tussen maker en aanvrager logisch, werkzaam en haalbaar? Daarbij wordt ook gekeken of de artistieke signatuur van de aanvrager aansluit bij die van de maker. Het gaat dus niet om de vraag of de maker interessant is.
Bij criterium b staat het ondernemerschap centraal. Dit uit zich onder andere in een overtuigende visie op publieksbereik en -ontwikkeling. Van belang is dat de partijen blijk geven van een visie of strategie op het bereiken van het beoogde publiek. Daarbij hoort ook een visie op het behalen van (publieks)inkomsten die past bij het soort producties dat wordt ontwikkeld.
Criterium c kijkt naar de ontwikkeling die de maker wil doormaken en welke ontwikkeling in het traject te realiseren is. Centraal staan de leerdoelen (persoonlijk, artistiek en zakelijk) van de maker in dit ontwikkelingstraject. In dit kader wordt ook gekeken of er vanuit de aanvrager voldoende aandacht is voor de ontwikkeling van de maker, anders dan direct voor de te maken producties.
Criterium d gaat over de bijdrage die de maker levert aan de pluriformiteit van het aanbod. In dit kader wordt specifiek gekeken naar nieuwe ontwikkelingen. Wat zijn ontwikkelingen in de podiumkunsten en hoe kan in dat licht de bijdrage van een maker aan de pluriformiteit worden geduid?
Hoogte subsidie
Het subsidie is allereerst bestemd ter dekking van kosten die samenhangen met de producties die worden gerealiseerd (personeelskosten, voorbereiding en uitvoeringskosten, kosten voor marketing en publiciteit en bureau en huisvestingskosten). Daarnaast kunnen ook kosten die gericht zijn op ontwikkelingsmogelijkheden onderdeel zijn van de aanvraag. Het gaat dan bijvoorbeeld om kosten voor coaching van de nieuwe maker of het volgen van workshops.
Voorbereidingskosten zijn kosten die worden gemaakt om de productie speelklaar of verkoopbaar te maken; inclusief de in de sector gangbare salarissen, honoraria of onkostenvergoedingen, pensioenkosten en de kosten van verloning; uitvoeringskosten zijn kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van de productie, de dagkosten.
De kosten voor marketing en publiciteit zijn alle kosten die samenhangen met publieksbereik en -ontwikkeling. Uitgangspunt is steeds dat alleen kosten die redelijkerwijs toerekenbaar zijn aan het ontwikkelingstraject voor subsidie in aanmerking komen. Kosten moeten verder ook aansluiten op wat gebruikelijk is in vergelijkbare gevallen. De kosten voor de producties die worden gemaakt moeten ook redelijk zijn gelet op het feit dat het om producties van beginnende makers gaat. Dit geldt ook voor de salariskosten.
De hoogte van het subsidie wordt door het bestuur van het Fonds Podiumkunsten bepaald. Het subsidie bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten als deze minder dan 125.000 euro bedragen en maximaal 50% van de subsidiabele kosten als deze 125.000 euro of meer bedragen. Dit geldt per traject. Als er wordt aangevraagd voor een collectief van makers, gelden deze maxima dus voor het collectief.
3. Indienen en behandeling
Wijze van indiening
Aanvragen moeten worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier dat bij de betreffende subsidievorm hoort. Aanvraagformulieren zijn te vinden op de website van het Fonds Podiumkunsten. De activiteiten moeten worden beschreven aan de hand van een aantal door het Fonds Podiumkunsten geformuleerde vragen. De aanvraag en de daarbij behorende informatie is leidend voor toetsing of de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie. Het is dus van belang dat de aanvraag helder is en een goed beeld geeft.
Alleen als de aanvraag op tijd is ingediend, het aanvraagformulier juist is ingevuld en alle gevraagde informatie is bijgesloten, kan de aanvraag in behandeling worden genomen. Het Fonds Podiumkunsten vraagt geen nadere informatie op als de aanvraag onvoldoende helder is. Informatie en bijlagen die te laat worden ingediend, worden niet meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.
Aanvraagrondes
Aanvragen worden in rondes behandeld. Het aantal rondes per jaar is afhankelijk van het beschikbare budget en het soort subsidie. De aanvraagrondes worden per jaar vastgesteld, de bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten. Een aanvraag moet op de uiterlijke indiendatum door het Fonds Podiumkunsten zijn ontvangen. Dit is de verantwoordelijkheid van de aanvrager. Aanvragen kunnen op werkdagen tot 17.00 uur worden afgegeven aan de receptie.
Geen subsidie
Aanvragen is alleen mogelijk als de instelling rechtspersoonlijkheid bezit. Voor zover hier relevant gaat het om stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.
Een aanvrager die eerder subsidie van het Fonds Podiumkunsten heeft ontvangen, maar zich niet aan de aan dat subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen heeft gehouden kan in beginsel twee jaar lang niet opnieuw aanvragen. De achtergrond van deze regeling is dat het Fonds Podiumkunsten aanvragers in principe het vertrouwen geeft dat zij het subsidie juist gebruiken. Als dat vertrouwen wordt beschaamd, geldt in beginsel voor een periode van twee jaar een aanvraagblokkade. In beginsel, omdat wel gekeken wordt naar de aard en ernst van de overtreding.
Subsidie kan niet worden aangevraagd als binnen vier maanden na de indiendatum een openbare activiteit plaatsvindt (een openbare repetitie, concert of voorstelling). Dit om te voorkomen dat lopende de behandeltijd van 13 weken wijzigingen in de activiteiten optreden.
Verder kan een aanvraag worden afgewezen als die te vaag of onduidelijk is over de activiteiten, en daardoor niet goed kan worden beoordeeld. Ook kan een aanvraag worden afgewezen als subsidie niet noodzakelijk is, omdat de activiteiten sowieso doorgaan, of als de aanvraag betrekking heeft op reeds afgeronde activiteiten.
4. Budgetten en verdeling
Omdat het aantal aanvragen in de regel het beschikbare budget ver overstijgt, werkt het Fonds Podiumkunsten met financiële plafonds. Plafonds kunnen worden vastgesteld per subsidievorm en waar nodig daarbinnen per discipline. Als er meerdere rondes per jaar zijn, kunnen ook plafonds per ronde worden vastgesteld. Alle plafonds worden op de website van het Fonds Podiumkunsten gepubliceerd.
Aanvragen worden na de beoordeling aan de hand van de criteria verdeeld in drie categorieën:
- Categorie A: honoreren;
- Categorie B: honoreren indien budget toereikend is; en
- Categorie C: afwijzen.
Een aanvraag moet op elk van de criteria in enige mate positief scoren om voor honorering (indeling in categorie A of B) in aanmerking te komen. Het totaalbeeld bepaalt uiteindelijk of een aanvraag wel of niet voor subsidie in aanmerking komt.
5. Verplichtingen en verantwoording
Veranderingen die wezenlijk zijn voor de subsidiëring moeten worden gemeld. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de activiteiten niet of anders worden uitgevoerd. Ook kan in het subsidiebesluit een verplichting zijn opgenomen op grond waarvan specifieke zaken gemeld moeten worden.
Als achteraf blijkt dat er sprake is van een wezenlijke verandering die niet is gemeld, kan het Fonds Podiumkunsten het subsidie lager vaststellen of zelfs helemaal intrekken. Dit is geheel voor risico van de aanvrager. In geval van twijfel kan een aanvrager contact opnemen met het Fonds Podiumkunsten om te bepalen of sprake is van een wezenlijke wijziging. Hier is in elk geval sprake van als minder voorstellingen of concerten worden gerealiseerd dan afgesproken of als bepalende betrokkenen zoals bijvoorbeeld regisseur, tekstschrijver of acteur(s) wijzigen.
Subsidies kleiner dan € 25.000 hoeven niet standaard verantwoord te worden. Het Fonds Podiumkunsten controleert door middel van steekproeven of de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd. De aanvrager moet dus kunnen aantonen dat dit het geval is. Dat kan bijvoorbeeld door het op verzoek insturen van het geproduceerde resultaat (bijvoorbeeld de compositie die is geschreven). Als niet in het kader van de steekproef gevraagd wordt nadere informatie in te sturen, wordt het subsidie ambtshalve door het Fonds Podiumkunsten vastgesteld. De aanvrager wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.
Subsidies van € 25.000 of meer dienen inhoudelijk verantwoord te worden. De verantwoording bestaat uit een beschrijving van de gerealiseerde activiteiten en een overzicht van het aantal concerten of voorstellingen, inclusief de plekken waar de activiteiten plaatsvonden en het aantal bezoekers.
6. Tot slot
Deze toelichting moet worden gelezen in combinatie met de Deelregeling projectsubsidies Fonds Podiumkunsten. Als u vragen hebt of meer informatie wilt, kunt u contact met ons opnemen.
Tabel test
Waardering | Score | Omschrijving | |
|---|---|---|---|
Grote bijdrage | 2 | Geheel + veel uitvoeringen | De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium volgens de commissie groot is. |
Geheel + weinig uitvoeringen | De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Ondanks dat er weinig uitvoeringen zijn, is de commissie van mening dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium groot is. | ||
Gedeeltelijk + veel uitvoeringen | De activiteiten richten zich deels op landen van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium volgens de commissie groot is. | ||
Redelijke bijdrage | 1 | Geheel + weinig uitvoeringen | De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium volgens de commissie redelijk is. |
Gedeeltelijk + veel uitvoeringen | De activiteiten richten zich slechts gedeeltelijk op landen van het ICB. Ondanks dat er sprake is van veel uitvoeringen, verwacht de commissie dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium redelijk is. | ||
Gedeeltelijk + weinig uitvoeringen | De activiteiten richten zich gedeeltelijk op landen van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium redelijk is. | ||
Neutraal | 0 | De activiteiten richten zich niet op landen binnen het ICB. De commissie is daardoor van mening dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium beperkt is. |
Waardering | Score | Omschrijving |
|---|---|---|
Zeer goed | 4 | Er zijn geen punten van kritiek |
Goed | 3 | Positief, bijna geen punten van kritiek |
Ruim voldoende | 2 | Positief, maar met een aantal punten van kritiek |
Voldoende | 1 | Nog wel positief, maar er zijn flinke punten van kritiek |
Zwak | -1 | Onder de maat; de kritische elementen hebben de overhand |
Onvoldoende | -2 | Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen |