Toelichting Deelregeling internationaliseringssubsidies

1. Inleiding

De Deelregeling internationaliseringssubsidies Fonds Podiumkunsten (hierna: de Deelregeling) beoogt zowel de internationale ambities van makers en uitvoerders te ondersteunen als bij te dragen aan reflectie op internationaal niveau. Daarom biedt de Deelregeling verschillende aanvraagmogelijkheden, die ieder op een eigen groep organisaties of projecten gericht zijn. Op grond van de Deelregeling verstrekt Fonds Podiumkunsten (hierna: het Fonds) de volgende subsidies:

  1. subsidie Nederlandse voorstellingen en concerten in het buitenland;
  2. subsidie buitenlandse voorstellingen en concerten in Nederland;
  3. subsidie internationale coproducties;
  4. subsidie reis- en transportkosten buitenlandse optredens (via snelloket).

Het Fonds volgt met haar internationaliseringbeleid de hoofdlijnen van het Internationaal Cultuurbeleid van de Rijksoverheid.

De subsidies die het Fonds op grond van de Deelregeling verstrekt worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen.

Focuslanden

Bij de subsidie Nederlandse voorstellingen of concerten in het buitenland, de subsidie buitenlandse voorstellingen of concerten in Nederland en de subsidie internationale coproducties is een van de beoordelingscriteria ‘de bijdrage aan het Internationaal Cultuurbeleid (ICB)’. Voor de periode 2025-2028 richt het ICB zich met name op de volgende focuslanden:

Afrika: Egypte, Ghana, Marokko en Zuid-Afrika
Azië/Oceanië: Australië, China, India, Indonesië, Japan, Sri Lanka en Zuid-Korea
Europa: België, Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Polen, Spanje, Turkije, Oekraïne en het Verenigd Koninkrijk
Noord- en Zuid-Amerika: Brazilië, Suriname en de Verenigde Staten

2a. Subsidie Nederlandse voorstellingen of concerten in het buitenland

Algemeen

Het Fonds kan een subsidie Nederlandse voorstellingen of concerten in het buitenland verstrekken aan buitenlandse podia of festivals voor het programmeren van voorstellingen en concerten van Nederlandse gezelschappen, ensembles en performers om bij te dragen aan het opbouwen en bereiken van een publiek in het buitenland.

Wie kan aanvragen

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een buiten Nederland gevestigd podium of festival. Om voor subsidie in aanmerking te komen is een vereiste dat uit de programmering van de aanvrager blijkt dat deze een substantieel aandeel buitenlandse voorstellingen of concerten programmeert. Daarbij moet worden gedacht aan circa 20% van de programmering.

Subsidie wordt niet verstrekt als de eerste openbare activiteit waarvoor de subsidie (mede) is bestemd plaatsvindt binnen 4 maanden na de uiterste indiendatum.

Waarvoor kan worden aangevraagd

Een subsidie Nederlandse voorstellingen of concerten in het buitenland kan worden aangevraagd voor het programmeren van voorstellingen of concerten van in Nederland gevestigde groepen of performers. Het kan zowel om een enkel optreden gaan als om een combinatie van verschillende voorstellingen of concerten van meerdere groepen of performers. De optredens moeten wederzijds bevestigd zijn (de uitgenodigde partij moet de uitnodiging dus ook willen aannemen). Voorts moeten de optredens een logische samenhang vertonen. Dat betekent onder meer dat de optredens aaneengesloten zijn en binnen een beperkte tijdspanne plaatsvinden. Voor gastregies, choreografieën, dirigentschappen en dergelijke kan niet worden aangevraagd.

Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van de reis- en transportkosten voor de betreffende voorstellingen of concerten. Voor zover daarvan sprake is, kan daarnaast een (beperkte) bijdrage in de directe kosten voor de randprogrammering rond de voorstellingen of concerten worden verstrekt.

Hoe wordt de aanvraag beoordeeld

Aanvragen die aan de formele vereisten voldoen, worden getoetst aan de volgende criteria:

  • Criterium A: internationale positie van het podium;
  • Criterium B: betekenis van de presentatie voor de te presenteren instelling(en);
  • Criterium C: effecten van de presentatie voor de bekendheid / zichtbaarheid van het Nederlandse podiumkunstenaanbod in het buitenland;
  • Criterium D: bijdrage aan het Internationaal Cultuurbeleid.

A. Internationale positie van het podium

Voor de toets van criterium a wordt gekeken naar de internationale positie van het podium. In het geval een podium of festival voor het eerst vormgeeft aan internationale ambities moet worden beschreven wat de doelstellingen op internationaal gebied op de lange termijn zijn.

Het gaat daarbij om vragen als:

  • Hoe bekend of belangrijk is het podium voor het betreffende soort aanbod?
  • Is er vertrouwen in de samenstelling van het artistieke team?
  • Wat is de kwaliteit van de eerder gerealiseerde (internationale) programma's van het podium/festival?
  • Is het aandeel internationale programmering substantieel?
  • Zijn de genoemde internationale partners in de ogen van de commissie relevant?

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

Er zijn geen punten van kritiek

Goed

3

Positief, bijna geen punten van kritiek

Ruim voldoende

2

Positief, maar met een aantal punten van kritiek

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er zijn flinke punten van kritiek

Zwak

-1

Onder de maat; de kritische elementen hebben de overhand

Onvoldoende

-2

Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen


B. Betekenis van de presentatie voor de te presenteren instelling(en)

Criterium b heeft betrekking op de betekenis van de presentatie voor de te presenteren organisatie(s). In dit kader wordt getoetst hoe de presentatie bijdraagt aan de buitenlandse bekendheid en reputatie van de organisatie , de gelegenheid om via de optredens nieuw publiek of een nieuw netwerk van professionele contacten te bereiken etc. Een bundeling van presentaties van een organisatie of een bundeling met andere organisaties is in dit kader in de regel positief.

Het gaat daarbij om vragen als:

  • Draagt de presentatie bij aan de buitenlandse bekendheid en reputatie van de te presenteren organisatie(s)?
  • Is helder gemotiveerd waarom de presentatie van de organisatie(s) voor het aanvragende podium/festival van belang is?
  • Is helder beschreven wat het belang voor de organisatie(s) is om zich op dit podium/festival te presenteren? Ofwel, betreft het een interessante presentatieplek voor de geselecteerde productie?
  • In hoeverre bieden de presentaties de gelegenheid aan de organisatie(s) om nieuw publiek te bereiken, of een netwerk op te bouwen?
  • Wanneer er meerdere groepen gepresenteerd worden: is er sprake van een heldere samenhang?

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

Er zijn geen punten van kritiek

Goed

3

Positief, bijna geen punten van kritiek

Ruim voldoende

2

Positief, maar met een aantal punten van kritiek

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er zijn flinke punten van kritiek

Zwak

-1

Onder de maat; de kritische elementen hebben de overhand

Onvoldoende

-2

Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen


C. Effecten van de presentatie voor de bekendheid / zichtbaarheid van het Nederlandse podiumkunstenaanbod in het buitenland

Bij criterium c wordt gekeken naar de effecten van de presentatie voor de bekendheid / zichtbaarheid van het Nederlandse podiumkunstenaanbod in het buitenland. Hier gaat het dus om een bredere toetsing, waarbij niet het belang van de presentaties voor de betreffende groep(en) of gezelschap(pen) centraal staat, maar het algemene belang. Een bundeling van voorstellingen of concerten van meerdere instellingen zal in de regel betekenen dat het effect van de presentatie groter is.

Het gaat daarbij om vragen als:

  • Levert de presentatie een positieve bijdrage aan de bekendheid en/of zichtbaarheid van het Nederlandse podiumkunstenaanbod in het buitenland?
  • Heeft het podium/festival eerder met succes Nederlandse podiumkunsten geprogrammeerd?
  • Hoe wordt het communicatieplan en het beoogde publieksbereik beoordeeld?
  • Is er sprake van een randprogramma dat een heldere context aan de presentatie(s) biedt en is deze gemotiveerd/toegelicht? Hoe worden de hiervoor opgevoerde kosten beoordeeld?

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

De presentaties leveren een zeer belangrijke bijdrage aan de zichtbaarheid van de Nederlandse podiumkunsten in het buitenland

Ruim voldoende

2

De activiteiten leveren een aanzienlijke bijdrage aan de zichtbaarheid van de Nederlandse podiumkunsten in het buitenland

Neutraal

0

Geen bijzondere bijdrage


D. Bijdrage aan het Internationaal Cultuurbeleid

Criterium d betreft de mate waarin de aanvraag aansluit op het Internationaal Cultuurbeleid.

In de beoordeling wordt in beginsel gekeken naar het land waar het aanvragende podium of festival is gevestigd. Vervolgens wordt de score bepaald door de impact van de programmering. Impact kan onder andere worden afgeleid uit het aantal voorgenomen uitvoeringen en het te verwachten publieksbereik. De impact wordt altijd bepaald in de context van de (sub-)discipline van het betreffende aanbod. Daarnaast kan bij het programmeren van Nederlands aanbod in het buitenland de impact groter zijn als bijvoorbeeld een festival wordt geopend met een Nederlandse voorstelling.

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score


Omschrijving

Grote bijdrage

2

Geheel + veel uitvoeringen

De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium volgens de commissie groot is.

Geheel + weinig uitvoeringen

De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Ondanks dat er weinig uitvoeringen zijn, is de commissie van mening dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium groot is.

Gedeeltelijk + veel uitvoeringen

De activiteiten richten zich deels op landen van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium volgens de commissie groot is.

Redelijke bijdrage

1

Geheel + weinig uitvoeringen

De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium volgens de commissie redelijk is.

Gedeeltelijk + veel uitvoeringen

De activiteiten richten zich slechts gedeeltelijk op landen van het ICB. Ondanks dat er sprake is van veel uitvoeringen, verwacht de commissie dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium redelijk is.

Gedeeltelijk + weinig uitvoeringen

De activiteiten richten zich gedeeltelijk op landen van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium redelijk is.

Neutraal

0


De activiteiten richten zich niet op landen binnen het ICB. De commissie is daardoor van mening dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium beperkt is.


Werkwijze

Voor de subsidie Nederlandse voorstellingen of concerten in het buitenland kan het bestuur van het Fonds Podiumkunsten een of meer aanvraagrondes vaststellen. Besluiten over de bijbehorende uiterste indiendata worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant. Deze besluiten worden ook gepubliceerd op de website van het Fonds. Het Fonds kan over aanvragen advies vragen aan een adviescommissie met expertise op dit specifieke terrein. De commissie toetst aanvragen aan de criteria.

Voor de subsidie Nederlandse voorstellingen of concerten in het buitenland kan het bestuur van het Fonds Podiumkunsten een subsidieplafond vaststellen. Besluiten over subsidieplafonds worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant. Deze besluiten worden ook gepubliceerd op de website van het Fonds Podiumkunsten.

Aanvragen met een eindscore van 5 punten of meer komen in aanmerking voor honorering. Indien een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren die daarvoor in aanmerking komen, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van het totaal behaalde aantal punten. De aanvraag die de meeste punten scoort wordt als eerste gehonoreerd. Telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort als eerste gehonoreerd. Het bestuur van het Fonds Podiumkunsten verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

2b. subsidie buitenlandse voorstellingen of concerten in Nederland

Algemeen

Het Fonds kan een subsidie buitenlandse voorstellingen of concerten in Nederland verstrekken voor het programmeren van bijzondere buitenlandse voorstellingen of concerten in Nederland. Het doel van deze subsidie is het bijdragen aan de diversiteit van het aanbod op de Nederlandse podia en Nederlands publiek kennis te laten maken met bijzonder aanbod uit het buitenland.

Wie kan aanvragen

Een subsidie buitenlandse voorstellingen of concerten in Nederland kan uitsluitend worden aangevraagd door een organisatie die artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering van een of meer theater- of concertzalen of die een festival organiseert. Aanvragen is daarnaast alleen mogelijk als de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit. Voor zover hier relevant gaat het om stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.

Als de aanvrager reeds subsidie ontvangt van het Fonds op basis van de Podiumregeling, de Deelregeling Programma en Presentatiebijdrage of de Deelregeling programmeringssubsidies Fonds Podiumkunsten dient de aanvrager aan te tonen dat voorstellingen of concerten waarvoor subsidie wordt aangevraagd zich onderscheiden van zijn reguliere programmering.

Subsidie wordt niet verstrekt als de eerste openbare activiteit waarvoor de subsidie (mede) is bestemd plaatsvindt binnen 4 maanden na de uiterste indiendatum. Daarnaast geldt dat aanvragers die reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen, niet in aanmerking komen voor deze subsidie.

Waarvoor kan worden aangevraagd

De subsidie kan worden aangevraagd voor het tonen van bijzonder buitenlands aanbod. Het moet gaan om aanbod dat niet (vaak) in Nederland te zien is en dat iets wezenlijks toevoegt aan wat op de Nederlandse podia reeds te zien is. Het strekt tot de aanbeveling als er is voorzien in een randprogramma waarin context wordt verleend aan de presentaties. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld inleidingen, nabesprekingen, lezingen et cetera. Een aanvraag kan ook betrekking hebben op het programmeren van een of meer bijzondere voorstellingen of concerten van een organisatie die gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden door een aanvrager die gevestigd is in Europees Nederland.

Tevens kan een aanvraag betrekking hebben op het programmeren van een of meer bijzondere voorstellingen of concerten van een organisatie die gevestigd is in Europees Nederland door een aanvrager die gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Het subsidiebedrag is nooit hoger dan de reis- en transportkosten voor de betreffende voorstellingen of concerten. Andere kosten, zoals bijvoorbeeld uitkoopsommen en accommodatie, moeten dus op een andere manier worden gedekt.

hoe wordt de aanvraag beoordeeld

Aanvragen die aan de formele vereisten voldoen, worden getoetst aan de volgende criteria:

  • Criterium A: artistieke kwaliteit;
  • Criterium B: ondernemerschap;
  • Criterium C: bijdrage aan het Internationaal Cultuurbeleid;
  • Criterium D: bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland.

A. Artistieke kwaliteit

Voor de toets van criterium a wordt gekeken naar de artistieke kwaliteit. Vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht zijn de drie onderdelen die daarbij worden getoetst. De beschrijving uit de aanvraag staat centraal. Geeft die het vertrouwen dat een interessante voorstelling/concert tot stand komt?

Het gaat daarbij om vragen als:

  • Vakmanschap: Hoe is het vakmanschap van de artistieke verantwoordelijke makers? Hoe is het vakmanschap van de uitvoerenden? Vakmanschap heeft betrekking op de ambachtelijke vaardigheid van de betrokken makers. Vakmanschap valt niet één-op-één samen met het gevolgd hebben van een vakopleiding. Hoe is het vakmanschap van de artistieke verantwoordelijke makers?
  • Oorspronkelijkheid: Oorspronkelijkheid gaat over de eigenheid en de herkenbare artistieke signatuur zoals die uit het plan naar voren komt. Ligt aan de voorstelling een prikkelend idee ten grondslag? Hebben de artistiek verantwoordelijke makers een eigen, herkenbare signatuur en komt die naar voren in de voorstelling?
  • Zeggingskracht: Zeggingskracht ten slotte hangt af van de wijze waarop en de mate waarin de voorstellingen of concerten naar verwachting het publiek zullen aanspreken. Geeft het plan het vertrouwen dat de geselecteerde voorstelling(en)/concert(en) de beoogde werking heeft/hebben op het publiek? Zal/Zullen de keuze(s) het beoogde publiek prikkelen of verrassen?

Naast bovengenoemde criteria die betrekking hebben op het uit te nodigen werk wordt gekeken naar de motivatie van het podium of festival om juist dit aanbod in Nederland te presenteren.

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

Er zijn geen punten van kritiek

Goed

3

Positief, bijna geen punten van kritiek

Ruim voldoende

2

Positief, maar met een aantal punten van kritiek

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er zijn flinke punten van kritiek

Zwak

-1

Onder de maat; de kritische elementen hebben de overhand

Onvoldoende

-2

Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen

B. Ondernemerschap

Criterium b betreft het ondernemerschap. Dit uit zich onder andere in een deugdelijke bedrijfsvoering en een overtuigende visie op publieksbereik en -ontwikkeling. Van belang is dat de aanvraag blijk geeft van een visie of strategie op het behalen van (publieks-)inkomsten binnen en buiten Nederland en dat waar mogelijk ook aandacht is besteed aan andere inkomstenbronnen om de activiteiten te realiseren. Verder wordt in dit kader ook gekeken naar de productionele kwaliteit. Bij productionele kwaliteit kan worden gedacht aan zaken als ‘getuigt het plan van kennis van zaken, is het haalbaar, is aan alle productionele voorwaarden voldaan’.

Het gaat daarbij om vragen als:

  • Productionele kwaliteit: Getuigt het plan van kennis van zaken voor het organiseren van een buitenlandse programmering? Is aan alle productionele voorwaarden voldaan, is aannemelijk dat de voorstellingen/concerten tot stand komen? Is het beoogde aantal uitvoeringen voldoende ambitieus en ook haalbaar?
  • Financieringsmix: Zijn de begrote reis- en transportkosten realistisch? Zijn de begrote (publieks)inkomsten realistisch? Zijn er andere inkomstenbronnen, ook uit het buitenland?
  • Publieksbenadering: Geeft het plan inzicht in de publieksgroepen die de aanvrager met het internationale aanbod wil aanspreken? Is er sprake van een overtuigende aanpak om het beoogde publiek voor de internationale programmering te bereiken?

De waardering en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

Er zijn geen punten van kritiek

Goed

3

Positief, bijna geen punten van kritiek

Ruim voldoende

2

Positief, maar met een aantal punten van kritiek

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er zijn flinke punten van kritiek

Zwak

-1

Onder de maat; de kritische elementen hebben de overhand

Onvoldoende

-2

Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen


C. Bijdrage aan het Internationaal Cultuurbeleid

Bij criterium c wordt gekeken of en in welke mate honorering van de aanvraag aansluit op het Internationaal Cultuurbeleid.

In de beoordeling wordt in beginsel gekeken naar het land van herkomst van de voorgenomen programmering. Vervolgens wordt de score bepaald door de impact van de programmering van het internationale aanbod. Impact kan onder andere worden afgeleid uit het aantal voorgenomen uitvoeringen in Nederland en het te verwachten publieksbereik. De impact wordt altijd bepaald in de context van de (sub-)discipline van het betreffende aanbod. Daarnaast kan bij het programmeren van buitenlands aanbod de impact groter zijn als er bijvoorbeeld sprake is van een Nederlandse première of als een festival wordt geopend met een buitenlandse productie.

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score


Omschrijving

Grote bijdrage

2

Geheel + veel uitvoeringen

De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde programmering ten aanzien van dit criterium, volgens de commissie groot is.

Geheel + weinig uitvoeringen

De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Ondanks dat er weinig uitvoeringen zijn, is de commissie van mening dat de impact van de beoogde programmering ten aanzien van dit criterium groot is.

Gedeeltelijk + veel uitvoeringen

De activiteiten richten zich deels op landen van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde programmering ten aanzien van dit criterium, volgens de commissie groot is.

Redelijke bijdrage

1

Geheel + weinig uitvoeringen

De activiteiten richten zich geheel op landen van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde programmering ten aanzien van dit criterium volgens de commissie redelijk is.

Gedeeltelijk + veel uitvoeringen

De activiteiten richten zich gedeeltelijk op landen van het ICB. Ondanks dat er sprake is van veel uitvoeringen, verwacht de commissie dat de impact van de beoogde programmering ten aanzien van dit criterium redelijk is.

Gedeeltelijk + weinig uitvoeringen

De activiteiten richten zich deels op landen van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor impact van de beoogde programmering ten aanzien van dit criterium redelijk is.

Neutraal

0


De activiteiten richten zich niet op landen binnen het ICB. De commissie is daardoor van mening dat de impact van de beoogde programmering ten aanzien van dit criterium beperkt is.


D. Bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland

Bij dit criterium worden de voorstellingen of concerten uit de aanvraag afgezet tegen dat wat er verder in Nederland gebeurt. In hoeverre levert de voorgenomen buitenlandse programmering een interessante bijdrage aan dat wat er al is of dat wat al wordt gemaakt? Het oordeel gaat primair over het soort aanbod dat een aanvrager programmeert. Daarbij wordt steeds het perspectief van de toeschouwer gehanteerd. Het is niet de intentie waarmee iets gemaakt wordt die telt, maar de uiting die wordt gepresenteerd. Door de blik van de toeschouwer als uitgangspunt te nemen, wordt geabstraheerd van het perspectief van de maker. Daarbij wordt ook over de grenzen van de gesubsidieerde podiumkunsten gekeken. De artistieke kwaliteit speelt geen rol bij het oordeel over pluriformiteit.

Er wordt geen strikte of gedetailleerde indeling in genres of sub-genres toegepast, die voor het gemiddelde publiek nauwelijks te onderscheiden zijn. Wat beoordeeld wordt is in welke mate een project iets toevoegt aan wat er al bestaat.

Elementen waarnaar gekeken wordt zijn onder andere de aard (wat is het?); de verschijningsvorm (hoe wordt het gepresenteerd?), de thematiek, de betrokken makers en de doelgroep(-en) van het project.

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

De activiteiten leveren een zeer belangrijke bijdrage aan de pluriformiteit van het aanbod in Nederland

Ruim voldoende

2

De activiteiten leveren een redelijke bijdrage aan de pluriformiteit van het aanbod in Nederland

Neutraal

0

Geen bijzondere bijdrage


Werkwijze

Voor de subsidie buitenlandse voorstellingen of concerten in Nederland kan het bestuur van het Fonds een of meer aanvraagrondes vaststellen. Besluiten over de bijbehorende uiterste indiendata worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant. Deze besluiten worden ook gepubliceerd op de website van het Fonds. Het Fonds kan over aanvragen advies vragen aan een adviescommissie met expertise op dit specifieke terrein. De commissie toetst aanvragen aan de criteria.

Voor de subsidie Nederlandse voorstellingen of concerten in het buitenland kan het bestuur van het Fonds een subsidieplafond vaststellen. Besluiten over subsidieplafonds worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant. Deze besluiten worden ook gepubliceerd op de website van het Fonds.

Aanvragen met een eindscore van 5 punten of meer komen in aanmerking voor honorering. Indien een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren die daarvoor in aanmerking komen, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van het totaal behaalde aantal punten. De aanvraag die de meeste punten scoort wordt als eerste gehonoreerd. Telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort als eerste gehonoreerd. Het bestuur van het Fonds verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

2c. Subsidie internationale coproducties

Algemeen

Het Fonds kan de subsidie internationale coproducties verstrekken voor de totstandkoming van een nieuwe productie in artistieke en financiële samenwerking met een of meer internationale partners. Met de subsidie wordt beoogd bij te dragen aan de internationalisering van de Nederlandse podiumkunsten.

Wie kan aanvragen

Een subsidie internationale coproductie kan worden aangevraagd door een aanvrager die zich (mede) richt op het realiseren van voorstellingen of concerten. Daarbij valt in eerste instantie te denken aan een (muziek)theatergroep, ensemble of dansgroep.

Aanvragen is mogelijk als de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit. Voor zover hier relevant gaat het om stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid. De aanvrager moet in Nederland zijn gevestigd.

De subsidie internationale coproducties wordt in beginsel niet verstrekt aan organisaties die primair gericht zijn op het programmeren van voorstellingen en concerten die door anderen worden voortgebracht. Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn bijvoorbeeld bemiddelaars en intermediairs. Zij komen dus niet voor de subsidie internationale coproducties in aanmerking. Podiumorganisaties komen evenmin voor deze subsidie in aanmerking. Een uitzondering zijn festivalorganisaties. In de praktijk hebben sommige festivals niet alleen een presenterende functie, maar ook een producerende functie. Een festivalorganisatie kan aanvragen voor de subsidie internationale coproducties als het festival een aantoonbaar langdurige werkrelatie heeft met de maker voor wie wordt aangevraagd, en een substantiële artistieke en financiële bijdrage levert aan het creatieproces.

Aanvragers die reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen, komen niet in aanmerking voor deze subsidie.

Waarvoor kan worden aangevraagd

De subsidie kan worden aangevraagd voor projecten, waarbij sprake is van een professionele podiumkunstproductie die in samenwerking tussen een Nederlandse en een of meer buitenlandse organisaties tot stand komt. Uitgangspunt is dat de participerende organisaties allen een relevante artistieke bijdrage leveren aan het creatieproces. Daarnaast wordt verwacht dat ook in financieel opzicht sprake is van gelijkwaardigheid. Hierbij wordt rekening gehouden met de financiële mogelijkheden van de buitenlandse partner.

Subsidie is alleen mogelijk voor zover de resultaten daarvan direct of indirect ten goede komen aan de podiumkunstpraktijk in Nederland. Daarvan is in beginsel geen sprake indien de totstandkoming en uitvoering van de productie volledig in het buitenland plaatsvindt.

Hoe wordt de aanvraag beoordeeld

Aanvragen die aan de formele vereisten voldoen, worden getoetst aan de volgende criteria:

  • Critirium A: artistieke kwaliteit;
  • Critirium B: ondernemerschap;
  • Critirium C: bijdrage aan het Internationaal Cultuurbeleid;
  • Critirium D: betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk.

A. Artistieke kwaliteit

Voor de toets van criterium a wordt gekeken naar de artistieke kwaliteit van de te maken productie en de motivering voor de samenwerking en artistieke inbreng van de partners. Daarbij is het van belang dat ook vanuit de partners wordt beschreven wat de verwachte meerwaarde van de samenwerking is. Bij de beoordeling van dit criterium wordt rekening gehouden met de specifieke context van een internationale coproductie.

Vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht zijn drie onderdelen die daarbij worden getoetst. De beschrijving uit de aanvraag staat centraal. Geeft die het vertrouwen dat een interessante productie tot stand komt?

Het gaat daarbij om vragen als:

  • Vakmanschap: Hoe is het vakmanschap van de artistiek verantwoordelijke makers? Hoe is het vakmanschap van de uitvoerenden? Vakmanschap heeft betrekking op de ambachtelijke vaardigheid van de betrokkenen. Vakmanschap valt niet één-op-één samen met het gevolgd hebben van een vakopleiding.
  • Oorspronkelijkheid: Oorspronkelijkheid gaat over de eigenheid en de herkenbare artistieke signatuur zoals die uit het plan naar voren komt. Ligt aan de voorstelling een prikkelend idee ten grondslag? Hebben de artistiek verantwoordelijke makers een eigen, herkenbare signatuur en komt die naar voren in de voorstelling? Wat draagt de internationale inbreng bij?
  • Zeggingskracht: Zeggingskracht ten slotte hangt af van de wijze waarop en de mate waarin de voorstellingen of concerten naar verwachting het publiek zullen aanspreken. Geeft het plan het vertrouwen dat de te maken productie de beoogde werking heeft op het publiek?
  • Meerwaarde internationale partners: wordt voldoende gemotiveerd waarom deze productie alleen met internationale inbreng tot stand kan komen? Is helder beschreven wat die inbreng is? Is het belang van de samenwerking ook door de internationale partners benoemd? Wat zijn de verwachtingen over en weer?

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

Er zijn geen punten van kritiek

Goed

3

Positief, bijna geen punten van kritiek

Ruim voldoende

2

Positief, maar met een aantal punten van kritiek

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er zijn flinke punten van kritiek

Zwak

-1

Onder de maat; de kritische elementen hebben de overhand

Onvoldoende

-2

Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen


B. Ondernemerschap

Criterium b betreft het ondernemerschap. Dit uit zich onder andere in een deugdelijke bedrijfsvoering en een overtuigende visie op publieksbereik en -ontwikkeling. Van belang is dat de aanvraag blijk geeft van een visie of strategie op het behalen van (publieks-)inkomsten en dat aandacht is besteed aan andere (buitenlandse) inkomstenbronnen om de activiteiten te realiseren. Verder wordt in dit kader ook gekeken naar de productionele kwaliteit, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat wordt geproduceerd in een internationale context. Bij productionele kwaliteit kan worden gedacht aan zaken als ‘getuigt het plan van kennis van zaken, is het haalbaar, is aan alle productionele voorwaarden voldaan’.

Het gaat daarbij om vragen als:

  • Productionele kwaliteit: Getuigt het plan van kennis van zaken voor het produceren in internationaal verband? Is aan alle productionele voorwaarden voldaan, is aannemelijk dat de productie tot stand komt? Zijn de productionele verantwoordelijkheden tussen de partners goed afgesproken? Is het beoogde aantal uitvoeringen voldoende ambitieus en ook haalbaar?
  • Financieringsmix: Zijn de begrote reis- en transportkosten realistisch? Zijn de begrote (publieks)inkomsten realistisch? Zijn er andere inkomstenbronnen, ook uit het buitenland? Wat is de verhouding tussen de Nederlandse en de buitenlandse inbreng in de financiering?
  • Publieksbenadering: Geeft het plan inzicht in de publieksgroepen die de aanvrager met het internationale aanbod wil aanspreken? Is er sprake van een overtuigende aanpak om het beoogde publiek voor de internationale productie te bereiken?

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

Er zijn geen punten van kritiek

Goed

3

Positief, bijna geen punten van kritiek

Ruim voldoende

2

Positief, maar met een aantal punten van kritiek

Voldoende

1

Nog wel positief, maar er zijn flinke punten van kritiek

Zwak

-1

Onder de maat; de kritische elementen hebben de overhand

Onvoldoende

-2

Er zijn (nagenoeg) geen positieve elementen te benoemen


C. Bijdrage aan het Internationaal Cultuurbeleid

Bij criterium c wordt gekeken of en in welke mate honorering van de aanvraag aansluit op het Internationaal Cultuurbeleid.

In de beoordeling wordt in beginsel gekeken naar het land van herkomst van de voorgenomen partners voor de coproductie

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score


Omschrijving

Grote bijdrage

2

Geheel + veel uitvoeringen

Het artistieke team bestaat geheel uit leden die gevestigd zijn in de focuslanden van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium, volgens de commissie groot is.

Geheel + weinig uitvoeringen

Het artistieke team bestaat geheel uit leden die gevestigd zijn in de focuslanden van het ICB. Ondanks dat er weinig uitvoeringen zijn, is de commissie van mening dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium groot is.

Gedeeltelijk + veel uitvoeringen

Het artistieke team bestaat deels uit leden die gevestigd zijn in de focuslanden van het ICB. Er is sprake van veel uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium, volgens de commissie groot is.

Redelijke bijdrage

1

Geheel + weinig uitvoeringen

Het artistieke team bestaat geheel uit leden die gevestigd zijn in de focuslanden van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium volgens de commissie redelijk is.

Gedeeltelijk + veel uitvoeringen

Het artistieke team bestaat deels uit leden die gevestigd zijn in de focuslanden van het ICB Ondanks dat er sprake is van veel uitvoeringen, verwacht de commissie dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium redelijk is.

Gedeeltelijk + weinig uitvoeringen

Het artistieke team bestaat deels uit leden die gevestigd zijn in de focuslanden van het ICB. Daarnaast is er sprake van weinig uitvoeringen, waardoor impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium redelijk is.

Neutraal

0


Het artistieke team bestaat niet uit leden die gevestigd zijn in de focuslanden van het ICB. De commissie is daardoor van mening dat de impact van de beoogde uitwisseling ten aanzien van dit criterium beperkt is.


D. Betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk

Criterium d kijkt naar hoe de activiteiten van betekenis zullen zijn voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk. Dat kan op verschillende manieren. De activiteiten kunnen van invloed zijn op het toekomstig werk en/of de speelpraktijk van de aanvrager en daarmee op de Nederlandse podiumkunstpraktijk. Ook kunnen de activiteiten door de internationale inbreng van invloed zijn op (de ontwikkeling van) een specifiek genre, discipline of de Nederlandse podiumkunstpraktijk als geheel. Verder kunnen de activiteiten een bijzondere ervaring opleveren voor het publiek in Nederland. Omgekeerd kan de Nederlandse inbreng voor een buitenlands publiek een bijzondere ervaring opleveren.

De waarderingen en daarop aansluitende numerieke scores die worden gehanteerd zijn als volgt:

Waardering

Score

Omschrijving

Zeer goed

4

De presentaties leveren een zeer belangrijke bijdrage aan de zichtbaarheid van de Nederlandse podiumkunsten in het buitenland

Ruim voldoende

2

De activiteiten leveren een redelijke bijdrage aan de zichtbaarheid van de Nederlandse podiumkunsten in het buitenland

Neutraal

0

Geen bijzondere bijdrage


Werkwijze

Voor de subsidie internationale coproducties kan het bestuur van het Fonds een of meer aanvraagrondes vaststellen. Besluiten over de bijbehorende uiterste indiendata worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant. Deze besluiten worden ook gepubliceerd op de website van het Fonds. Het Fonds kan over aanvragen advies vragen aan een adviescommissie met expertise op dit specifieke terrein. De commissie toetst aanvragen aan de criteria.

Voor de subsidie internationale coproducties kan het bestuur van het Fonds een subsidieplafond vaststellen. Besluiten over subsidieplafonds worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant. Deze besluiten worden ook gepubliceerd op de website van het Fonds.

Aanvragen met een eindscore van 5 punten of meer komen in aanmerking voor honorering. Indien een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren die daarvoor in aanmerking komen, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van het totaal behaalde aantal punten. De aanvraag die de meeste punten scoort wordt als eerste gehonoreerd. Telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort als eerste gehonoreerd. Het bestuur van het Fonds verdeelt het beschikbare budget

volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

2d. Subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket)

Algemeen

Het Fonds kan een subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket) verstrekken ter dekking van de reis- en transportkosten die samenhangen met het geven van voorstellingen of concerten buiten Nederland, tussen Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden en binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, om bij te dragen aan het opbouwen en bereiken van publiek in het buitenland. Met deze subsidies wordt beoogd een bijdrage te verlenen aan het opbouwen en bereiken van publiek in het buitenland voor Nederlandse podiumkunstuitingen.

Voor deze subsidie geldt een versnelde procedure, waarbij in beginsel binnen een maand een besluit wordt genomen op de aanvraag. Deze procedure is bedoeld voor relatief eenvoudige projecten met een korte voorbereidingstijd. De aanvraag wordt getoetst aan een beperkt aantal, relatief eenvoudige, eisen. De maximale subsidie is beperkt. Voor grotere projecten met een langere voorbereidingstijd, hogere kosten et cetera is daarom de subsidie Nederland voorstellingen of concerten in het buitenland meer geschikt.

Voor alle soorten optredens op het gebied van theater, dans, muziek of muziektheater kan de subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket) worden aangevraagd. Het kan dus gaan om voorstellingen of concerten van gezelschappen, ensembles, popgroepen, bigbands, maar ook van singer-songwriters of dj’s. De aanvraag moet wel worden gedaan door een organisatie die rechtspersoonlijkheid heeft (in dit kader: een stichting of vereniging). Eventueel kan ook worden aangevraagd door een vertegenwoordiger (zie onder ‘het indienen van de aanvraag’).

Aanvragers die reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen, komen niet in aanmerking voor deze subsidie.

De subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket) is niet bedoeld voor gastbijdragen aan optredens met andere, buitenlandse, groepen of performers. In die gevallen liggen de artistieke regie en het ondernemerschap niet (hoofdzakelijk) bij de Nederlandse groep of performer.

De 10-in-18-eis

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de uitvoerder (de artiest of band, het ensemble, het gezelschap et cetera) in de afgelopen 18 maanden minimaal 10 keer hebben opgetreden op verschillende podia in Nederland (waaronder ook festivals) die een relevante programmering hebben in het genre of de discipline waarbinnen de groep of de performer opereert. De 10-in-18-eis kan worden gezien als een indirecte toets op de kwaliteit: als een gezelschap, ensemble et cetera met een zekere regelmaat optreedt op een voor het betreffende genre interessant podium, dan gaat het Fonds ervan uit dat in het kader van deze regeling de kwaliteit van de activiteiten niet meer afzonderlijk door het fonds getoetst hoeft te worden. Die blijkt immers uit het feit dat de groep in die professionele context door anderen (programmeurs) wordt geprogrammeerd. Voorts wordt op deze wijze getoetst of de aanvrager ook werkelijk actief is in de Nederlandse podiumkunstenpraktijk. Meerdere voorstellingen of concerten op hetzelfde podium of festival worden niet meegeteld. Dit verhoudt zich niet met de aard en bedoeling van de 10-in-18-eis, die juist beoogt te toetsen of een groep of maker binnen het veld bredere erkenning geniet en op meerdere relevante podia of festivals wordt geprogrammeerd. Het steeds opnieuw spelen op hetzelfde podium weerspiegelt dat niet en bevestigt evenmin dat er sprake is van de kwaliteitstoets door verschillende programmeurs binnen de sector.

Het moet gaan om podia ‘die ertoe doen’. Podia en festivals die door het Fonds Podiumkunsten worden gesubsidieerd op basis van de Regeling programmeringssubsidies worden in elk geval als relevant aangemerkt. Daarnaast zijn andere podia, die op grond van feitelijke kenmerken als gelijkwaardig kunnen worden aangemerkt, ook relevant. Het gaat dan met name om andere podia en festivals die door gemeentes uit hun cultuurbudget worden gefinancierd (schouwburgen, vlakke vloertheaters, concertgebouwen) en popzalen en popfestivals die door de gemeente structureel ondersteund worden. Niet relevant zijn optredens in cafés, buurthuizen, in discotheken en in partycentra waar niet vanuit een artistiek-inhoudelijk uitgangspunt wordt geprogrammeerd.

In bijzondere gevallen kunnen ook optredens die niet op een podium of festival plaatsvinden meetellen. Daarbij moet worden gedacht aan vormen van podiumkunst die uit hun aard in de openbare ruimte plaatsvinden (met name locatie- en straattheater). In dat geval worden de uitstraling en het belang van de plekken getoetst.

Vereisten

Subsidie is alleen mogelijk als wordt voldaan aan een aantal vereisten. Er moet sprake zijn van een serie van minimaal 3 voorstellingen of concerten die:

  • aaneengesloten plaatsvinden;
  • zijn bevestigd door de buitenlandse podia of festivals; en
  • plaatsvinden op podia of festivals die een relevante programmering verzorgen gezien de context waarbinnen zij functioneren.

Het vereiste dat de optredens aaneengesloten plaatsvinden betekent ook dat:

  • de optredens een logische samenhang moeten vertonen;
  • de optredens binnen een beperkte tijdspanne plaatsvinden; en
  • er een geografische samenhang is tussen de optredens.

Achtergrond van deze vereisten is dat dit de effectiviteit van een tour vergroot, doordat de mogelijkheden met betrekking tot bijvoorbeeld publiciteit groter zijn. Als de uitvoerenden tussendoor terugreizen naar Nederland wordt de reeks optredens onderbroken en is er dus feitelijk sprake van twee losse series optredens die los dienen te worden aangevraagd.

Of de buitenlandse podia en/of festivals relevant zijn toetst het Fonds aan de hand van de programmering die de podia en/of festivals verzorgen. Het gaat hierbij om de vraag of het om geschikte podia en/of festivals gaat. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de context waarbinnen het podium en/of festival functioneert en verschilt dus van land tot land. Duidelijk mag zijn dat die context voor een podium en/of festival in Europa of Noord-Amerika veelal anders is dan voor podia en/of festival in de meeste andere delen van de wereld. Uitgangspunt is in alle situaties dat het om een podium en/of festival 'van enige importantie' moet gaan. Ook hier geldt dat in bijzondere gevallen ook optredens die niet op een podium en/of festival plaatsvinden kunnen meetellen als uit de context duidelijk blijkt dat het om een relevante speelplek gaat.

Deze subsidie is niet bedoeld om herhalingsbezoek te subsidiëren. Als er al eerder ondersteuning is verleend voor een serie optredens in een bepaalde regio, wordt daarom gekeken of er ontwikkeling is ten opzichte van de eerder ondersteunde series voorstellingen of concerten. Is geen of onvoldoende sprake van zo’n ontwikkeling, dan wordt de aanvraag afgewezen. De achterliggende reden is dat de ondersteuning van het Fonds ook bedoeld is om contacten en publiek op te bouwen, zodat de optredens uiteindelijk zonder subsidie tot stand komen.

De subsidie kan ook worden aangevraagd door een organisatie die op grond van de statuten en aantoonbaar blijkens de feitelijke activiteiten kan worden aangemerkt als vertegenwoordiger van een groep of performer. Deze mogelijkheid is met name opgenomen voor het muziekveld, waar sprake is van professionele intermediairs die voor meerdere artiesten of groepen werken (zoals managementbureaus).

Subsidiebedrag en verdeling budget

Een subsidie voor het geven van voorstellingen of concerten bedraagt nooit meer dan het totaal van de redelijkerwijs noodzakelijke reis- en transportkosten voor de voor subsidie in aanmerking komende voorstellingen of concerten met een maximum van € 6.000 voor voorstellingen of concerten binnen Europa of binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden en € 10.000 voor voorstellingen of concerten buiten Europa of buiten het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Het subsidiebedrag is in principe gelijk aan het totaal van de reiskosten van de betrokkenen en - waar relevant - de transportkosten van instrumenten, materialen. Onder Europa verstaan we het gebied dat wordt begrensd door de Noordelijke IJszee in het noorden, de Atlantische Oceaan in het westen, de Afrikaanse kust in het zuiden en de Oeral in het oosten (geografisch Europa). In voorkomende gevallen is ook vergoeding van reiskosten van anderen dan de uitvoerenden mogelijk, mits hun aanwezigheid vereist is voor realisatie van de activiteiten (decorbouwers, roadies et cetera). De aanvraag moet duidelijk maken waarom vergoeding van hun reiskosten nodig is. Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van realistische prijsopgaven (in de vorm van offertes) voor de standaard vervoersvorm (ticket tweede klasse of toeristenklasse, huur eigen vervoer). Indien er met eigen vervoer wordt gereisd kan hiervoor een bedrag van maximum 0,48 ct/kilometer worden gehanteerd. Bij de aanvraag moet dan een realistische berekening van het aantal te rijden kilometers worden gevoegd. Voor subsidiëring op deze regeling is een beperkt budget beschikbaar. Als het budget is uitgeput, worden aanvragen automatisch afgewezen. Vanwege de beperktheid van het budget is ervoor gekozen per aanvrager nooit meer dan twee keer per jaar subsidie te verlenen. Overigens is een uitzondering mogelijk als de aanvrager een vertegenwoordiger is en daardoor in een bepaald geval alleen formeel sprake is van meer dan twee aanvragen. In dat geval kan er maximaal tweemaal per jaar worden aangevraagd per groep, performer of individu. Het subsidiebedrag voor het bijwonen van een of meer voorstellingen of concerten bedraagt nooit meer dan het totaal van de redelijkerwijs noodzakelijke reiskosten van de betreffende componist, toneelschrijver, librettist of choreograaf met een maximum van € 3.000.

Werkwijze

Een aanvraag wordt digitaal ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende subsidievorm. Als het formulier juist is ingevuld en alle gevraagde bijlagen zijn bijgevoegd, streeft het Fonds ernaar om binnen 30 dagen te een besluit te nemen op de subsidieaanvraag. Het indienen van een aanvraag voor deze subsidie kan niet eerder dan 4 maanden voor het eerste buitenlandse optreden. Aanvragen die te vroeg zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. Hiervoor is gekozen omdat er in de praktijk vaak sprake is van aanzienlijke veranderingen in de geplande optredens. Het ver van tevoren honoreren van aanvragen brengt een risico met zich mee dat de subsidie vervolgens moet worden ingetrokken omdat de uiteindelijk gerealiseerde optredens sterk afwijken van wat in de aanvraag opgenomen was. Verder is het door het beperkte budget niet wenselijk dat ver vooruit aanvragen worden ingediend. Indienen is mogelijk tot een maand voor het eerste optreden. Als het eerste optreden bijvoorbeeld op 18 maart plaatsvindt, kan dus vanaf 18 november tot en met 18 februari ingediend worden. De subsidie wordt in beginsel geweigerd wanneer de reisafstand hemelsbreed minder dan 600 kilometer is en de reis- en transportkosten worden gemaakt middels het reizen per vliegtuig.

Wanneer de subsidie betrekking heeft op het geven van voorstellingen en concerten dan kan de aanvraag alleen worden gedaan door een rechtspersoon. Natuurlijke personen, waaronder ook eenmanszaken worden verstaan, kunnen de subsidie in dat geval dus niet aanvragen.

Wanneer de subsidie betrekking heeft op het bijwonen van voorstellingen en concerten, dan kan een subsidieaanvraag zowel gedaan worden door rechtspersonen als natuurlijke personen.

3. Indiening en behandeling

Wijze van indiening

Een aanvraag wordt digitaal ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende subsidievorm.

De activiteiten moeten worden beschreven aan de hand van een aantal door het Fonds geformuleerde vragen. De aanvraag en de daarbij behorende informatie is leidend voor toetsing of de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie. Het is dus van belang dat de aanvraag helder is en een goed beeld geeft.

Alleen als de aanvraag op tijd is ingediend, het aanvraagformulier juist is ingevuld en alle gevraagde informatie is bijgesloten, kan de aanvraag in behandeling worden genomen. Het Fonds Podiumkunsten vraagt geen nadere informatie op als de aanvraag onvoldoende helder is. Informatie en bijlagen die te laat worden ingediend, worden niet meegenomen in de beoordeling van de aanvraag. Dit geldt in beginsel niet voor de subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket).

Weigeringsgronden

Het Fonds behoudt zich de mogelijkheid voor om subsidieaanvragen van een aanvrager die eerder subsidie van het Fonds heeft ontvangen, maar zich niet aan de aan de betreffende subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen heeft gehouden, in beginsel twee jaar lang te weigeren. De achtergrond van deze bepaling is dat het Fonds aanvragers ondersteuning vanuit schaarse middelen geeft in het vertrouwen dat zij de subsidie gebruiken conform hetgeen waarvoor de subsidie is verleend. Als dat vertrouwen wordt beschaamd, geldt in beginsel voor een periode van twee jaar het uitgangspunt dat nieuwe aanvragen geweigerd worden.

Subsidie kan niet worden aangevraagd als binnen vier maanden na de indiendatum een openbare activiteit plaatsvindt (een openbare repetitie, concert of voorstelling). Dit om te voorkomen dat lopende de behandeltijd van 13 weken wijzigingen in de activiteiten optreden.

Verder kan een aanvraag worden afgewezen als die te vaag of onduidelijk is en daarmee onvoldoende concreet over de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Daardoor kan de aanvraag niet goed worden beoordeeld aan de hand van de geldende beoordelingscriteria. Ook kan een aanvraag worden afgewezen als subsidie niet noodzakelijk is, omdat de activiteiten ook zonder subsidie doorgaan, of als de aanvraag betrekking heeft op reeds afgeronde activiteiten.

4. Verplichtingen en verantwoording

Veranderingen die wezenlijk zijn voor de subsidiëring moeten worden gemeld. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of anders worden uitgevoerd waarvoor de subsidie is verleend. Ook kan het Fonds in het subsidiebesluit een verplichting opnemen op grond waarvan specifieke zaken gemeld moeten worden.

Als achteraf blijkt dat er sprake is van een wezenlijke verandering die niet is gemeld, kan het Fonds de subsidie lager vaststellen of zelfs helemaal intrekken. Dit is geheel voor risico van de aanvrager. In geval van twijfel kan een aanvrager contact opnemen met het Fonds om te bepalen of sprake is van een wezenlijke wijziging. Hier is in elk geval sprake van als minder voorstellingen of concerten worden gerealiseerd dan afgesproken of als bepalende betrokkenen zoals bijvoorbeeld regisseur, tekstschrijver of acteur(s) wijzigen.

Subsidies lager dan € 25.000 hoeven niet standaard verantwoord te worden. Het Fonds controleert door middel van steekproeven of de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd. De aanvrager moet dus kunnen aantonen dat dit het geval is. Dat kan bijvoorbeeld door het op verzoek insturen van het geproduceerde resultaat. Als niet in het kader van de steekproef gevraagd wordt nadere informatie in te sturen, wordt de subsidie door het Fonds op het verleende bedrag vastgesteld. De aanvrager wordt over dit besluit geïnformeerd.

Subsidies van € 25.000 of meer dienen inhoudelijk verantwoord te worden. De verantwoording bestaat uit een beschrijving van de gerealiseerde activiteiten en een overzicht van het aantal concerten of voorstellingen, inclusief de plekken waar de activiteiten plaatsvonden en het aantal bezoekers.

5. Tot slot

Deze toelichting moet worden gelezen in combinatie met de Deelregeling internationaliseringssubsidies Fonds Podiumkunsten. Als u vragen hebt of meer informatie wilt, kunt u contact met ons opnemen.