Toelichting Deelregeling composities en libretto's

1. Inleiding

Met de Deelregeling composities en libretto’s wil het Fonds Podiumkunsten bijdragen aan de ontwikkeling en diversiteit in het aanbod van muziek en muziektheatraal werk in al zijn verscheidenheid. Daartoe worden subsidies verstrekt aan instellingen en muziekauteurs ten behoeve van het creëren van nieuw werk. Zo wordt de kwaliteit en verscheidenheid in de podiumkunsten in Nederland gestimuleerd.

2a. Ontwikkelbeurs muziekauteur

Algemeen

Het Fonds Podiumkunsten kan een ontwikkelbeurs muziekauteur verstrekken aan muziekauteurs die een artistiek ontwikkelingstraject willen doorlopen dat gekenmerkt wordt door onderzoek met als resultaat daarvan nieuw werk.

Bij deze subsidie staat de ontwikkelwens van de muziekauteur centraal. Het geeft de individuele muziekauteur de gelegenheid tijd vrij te maken om in de artistieke kwaliteit van de eigen werkpraktijk te investeren. Dit onderscheidt zich van de veelvoorkomende opdrachtgever-opdrachtnemer relatie in de werkpraktijk van muziekauteurs, waarin de wensen van de opdrachtgever in meer of mindere mate leidend zijn. Om opdrachtgeverschap te stimuleren kent het Fonds de mogelijkheid van een subsidie compositieopdracht. Die subsidieregeling is complementair aan voorliggende regeling.

Wie kan aanvragen

De ontwikkelbeurs muziekauteur kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon die als muziekauteur minstens twee jaar actief en geïntegreerd is in de professionele podiumkunsten in Nederland. Dit betekent dat een aanvrager moet aantonen dat deze minimaal twee jaar een actieve werkpraktijk heeft in de professionele podiumkunsten in Nederland.

Muziekauteurs die een kunstvakopleiding volgen komen om die reden in ieder geval niet eerder dan twee jaar na afstuderen in aanmerking voor deze subsidie.

Een muziekauteur die een kunstvakopleiding op mbo-, bachelor- of masterniveau volgt, kan binnen deze regeling geen aanvraag indienen. Bij een dergelijke opleiding is immers al sprake van ondersteuning van artistieke ontwikkeling. Tijdens een postdoctoraal traject kan wel worden aangevraagd.

Een aanvraag kan ook worden gedaan door één aanvrager namens een collectief van muziekauteurs, zoals bijvoorbeeld een band of ensemble. De individuele leden van dat collectief zijn binnen dat verband gezamenlijk werkzaam en nemen allemaal actief deel aan het ontwikkelingstraject.

Een aanvrager kan maximaal één keer per kalenderjaar een aanvraag indienen en maximaal één keer per twee kalenderjaren een aanvraag toegekend krijgen.

Waarvoor kan worden aangevraagd

Een ontwikkelbeurs muziekauteur kan worden aangevraagd voor een specifiek en artistiek ontwikkelingstraject dat gekenmerkt wordt door onderzoek en met als resultaat nieuw werk. Dit traject mag maximaal twee jaar duren.

Het kan gaan om verschillende activiteiten die onderdeel zijn van het ontwikkelingstraject. Duidelijk moet zijn hoe die activiteiten zich verhouden tot het onderzoek en het uiteindelijk te realiseren werk en ook hoe de activiteiten bijdragen aan de inhoudelijke ontwikkeling van de artistieke werkpraktijk.

De subsidie wordt niet toegekend als dekking van specifieke kosten. Er kan dus niet worden aangevraagd voor uitsluitend één specifieke investering. Wel kan een specifieke kostenpost onderdeel zijn van het werkplan, maar de activiteiten staan centraal. De activiteiten die onderdeel zijn van het ontwikkelingstraject mogen niet eerder aanvangen dan 13 weken na de uiterste indiendatum van de betreffende subsidieronde.

Hoe wordt de aanvraag beoordeeld

Subsidieaanvragen voor een ontwikkelbeurs muziekauteur worden in beginsel in twee subsidierondes per jaar behandeld. De bijbehorende indiendata worden bekend gemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Alle aanvragen die aan de eisen voldoen, worden getoetst aan de volgende criteria:

    1. bijdrage die het plan levert aan de ontwikkeling van de artistieke werkpraktijk van de aanvrager;
    2. betekenis van het resultaat van de activiteiten voor de podiumkunsten. Aanvullend kan in de beoordeling worden gekeken naar de bijdrage die aanvragen leveren aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland.

Voor de toets van criterium a wordt beoordeeld hoe de plannen bijdragen aan de ontwikkeling van de artistieke werkpraktijk van de aanvrager. Welke specifieke ontwikkeling wil de aanvrager doormaken, welk onderzoek wil de aanvrager uitvoeren, waar ligt de focus bij dit onderzoek en wat voor werk zal voortkomen uit dit ontwikkelingstraject? Hoe staat het te realiseren werk in verhouding tot eerder werk? Criterium b kijkt naar hoe de activiteiten bij zullen dragen aan het podiumkunstklimaat in Nederland. Het gaat om een bredere toetsing, waarbij niet het belang van de activiteiten voor de aanvrager en diens directe publiek centraal staat, maar juist het belang voor genre, discipline of podiumkunstenbreed. Leveren de uitkomsten een interessante verrijking van de podiumkunsten in Nederland op? Zijn de activiteiten een voorbeeld voor andere muziekauteurs of hebben de activiteiten een bijzondere betekenis voor het publiek? Hebben de activiteiten een uitzonderlijke context, thematiek of uitstraling die de praktijk van de aanvrager ontstijgt? Is er sprake van een uitzonderlijke publieksbenadering?

Uitgangspunt is dat op basis van eerste twee criteria wordt bepaald welke aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Daar waar de criteria onvoldoende handvatten bieden om specifieke aanvragen van elkaar te onderscheiden, wordt aanvullend gekeken welke bijdrage deze aanvragen leveren aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland. De aanvraag wordt afgezet tegen dat wat er verder in Nederland gebeurt. In hoeverre levert de aanvraag een interessante bijdrage aan dat wat er al is of dat wat al wordt gemaakt. Daarbij wordt ook over de grenzen van de gesubsidieerde podiumkunsten gekeken.

2b. Subsidie voor het verlenen van een opdracht compositie of libretto

Algemeen

Het Fonds Podiumkunsten kan een subsidie voor het verlenen van een opdracht compositie of libretto (hierna: subsidie voor het verlenen van een opdracht) verstrekken aan een instelling die een muziekauteur (in regel een componist en/of een librettist) een opdracht wil geven voor het schrijven van een nieuw werk. Uiteindelijk is het doel om uitvoerende instellingen te stimuleren opdrachten te verstrekken voor nieuw repertoire en langs die weg een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit en diversiteit van de podiumkunsten in Nederland.

Als een opdrachtgever van plan is voor het realiseren van de uitvoeringen een productiesubsidie aan te vragen bij het Fonds Podiumkunsten, dan verdient het de voorkeur de kosten voor het verlenen van de opdracht onderdeel te maken van de productieaanvraag. Op die manier wordt immers in een keer zekerheid verkregen over de Fondsbijdrage voor het totale project. De mogelijkheid voor het aanvragen van een subsidie voor het verlenen van een opdracht is met name bedoeld voor aanvragers die de uitvoeringen op een andere manier financieren (bijvoorbeeld met meerjarige subsidie, uit eigen middelen of uit publieksinkomsten). Daarnaast staat het aanvragen van een opdracht ook open voor producties waarbij het niet goed mogelijk is om het project in een keer in te dienen, bijvoorbeeld omdat de invulling van het productieplan sterk afhankelijk is van de vorm en inhoud van compositie of libretto. Een aanvrager die een opdrachtsubsidie gehonoreerd heeft gekregen en vervolgens een productiesubsidie aanvraagt voor de uitvoeringskosten moet er rekening mee houden dat deze afgewezen kan worden.

Wie kan aanvragen

Aanvragen is mogelijk als de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit. Voor zover hier relevant gaat het om stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.

Een instelling kan voor maximaal drie werken per jaar een aanvraag indienen. Als daarbij sprake is van een compositie plus een libretto geldt dat als één werk, mits daarvoor gelijktijdig – dus in één aanvraag wordt - aangevraagd.

Waarvoor kan worden aangevraagd

Een subsidie voor het verlenen van een opdracht wordt verstrekt voor een specifiek omschreven werk dat zal worden geschreven door een in de aanvraag genoemde muziekauteur (dus niet voor een nog te kiezen muziekauteur). De opdrachtgever en de opdrachtnemer(s) dienen voorafgaand aan het indienen van de aanvraag overeenstemming te hebben bereikt over de hoofdlijnen van de opdracht. Subsidie is alleen mogelijk als de componist of librettist waaraan de instelling een opdracht wil verlenen actief en geïntegreerd is in de professionele podiumkunsten in Nederland. Op deze wijze is verzekerd dat (het verlenen van) de opdracht en het resultaat daarvan bijdragen aan het podiumkunstklimaat in Nederland.

De aanvrager moet aannemelijk kunnen maken dat hij het werk meerdere keren zal uitvoeren. Dat kan bijvoorbeeld door een toelichting op de productiemogelijkheden en het beoogde speelcircuit of door bevestigingen van podia mee te sturen die de productie waarvoor het werk wordt geschreven willen programmeren. Ook kan een opdracht gezamenlijk worden verstrekt, waarbij de opdrachtgevers allebei een of meer uitvoeringen voor hun rekening nemen. Alleen in bijzondere gevallen kan een aanvraag waarbij sprake is van maar één uitvoering voor subsidie in aanmerking komen.

Opdrachtsubsidie kan niet worden aangevraagd voor de eigen artistiek leider of in andere situaties waarin er geen sprake is van een reële scheiding tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer.

Hoe wordt de aanvraag beoordeeld

Subsidieaanvragen worden in een of meer subsidierondes per jaar behandeld. De bijbehorende indiendata worden bekend gemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Alle aanvragen die aan de eisen voldoen, worden getoetst aan de volgende criteria:

    1. motivering van de keuze voor de muziekauteur voor deze opdracht;
    2. publieksbereik;
    3. betekenis van het resultaat van de activiteiten voor de podiumkunsten in Nederland. Aanvullend kan in de beoordeling worden gekeken naar de bijdrage die aanvragen leveren aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland.

Voor de toets van criterium a wordt gekeken naar de inhoudelijke onderbouwing die de aanvrager geeft voor de keuze van de muziekauteur. Het gaat om de verbinding die de opdrachtgever legt tussen de componist of librettist aan de ene kant en de specifieke opdracht aan de andere kant. Waarom wil de aanvrager nu juist deze muziekauteur deze opdracht geven? De keuze voor de componist kan worden beargumenteerd aan de hand van de aard en inhoud van de opdracht (bijvoorbeeld het onderwerp), maar de opdrachtgever kan ook de specifieke kenmerken van het werk van de muziekauteur of de ontwikkeling die hij in dat werk ziet als vertrekpunt nemen. Bij criterium b gaat het om de omvang van het publiek dat met het resultaat van de opdracht zal worden bereikt. Het gaat daarbij in eerste instantie om het aantal te verwachten uitvoeringen en het met de uitvoeringen te realiseren publieksbereik. Ook publiek dat via radio, tv of internet wordt bereikt, telt daarbij mee. In tweede instantie wordt gekeken of het te verwachten is dat een werk een tweede leven krijgt doordat andere partijen het op het repertoire nemen. De bezetting van het werk en of het werk beschikbaar is voor derden, bijvoorbeeld doordat het wordt uitgegeven, spelen daarbij een rol. Criterium c kijkt naar hoe de activiteiten bij zullen dragen aan het podiumkunstklimaat. Leveren de uitkomsten een interessante verrijking van de podiumkunsten in Nederland op? Zijn de activiteiten een voorbeeld voor andere opdrachtgevers of levert het werk een bijzondere bijdrage aan het bereiken van het publiek?

Uitgangspunt is dat op basis van de criteria uit het eerste lid wordt bepaald welke aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Daar waar de criteria onvoldoende handvatten bieden om te onderscheiden tussen specifieke aanvragen wordt aanvullend gekeken welke bijdrage zij leveren aan de pluriformiteit.

Hoogte subsidie

De hoogte van het subsidie wordt door het bestuur van het Fonds Podiumkunsten bepaald. Vertrekpunt is daarbij het bepaalde in de overeenkomst.

2c. Subsidie voor het verlenen van een reeks opdrachten compositie of libretto

Algemeen

Het Fonds Podiumkunsten kan een subsidie voor het verlenen van een reeks opdrachten compositie of libretto (‘opdrachtbundel’) verstrekken aan een instelling die opdrachten verstrekt aan componisten of librettisten voor het schrijven van een nieuw werk. Uiteindelijk is het doel om uitvoerende instellingen te stimuleren vanuit een continu en bestendig beleid nieuw werk te laten maken en langs die weg een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het podiumkunstklimaat in Nederland.

Als een opdrachtgever voor het realiseren van zijn projecten een productiesubsidie aan te vragen bij het Fonds Podiumkunsten, dan verdient het de voorkeur de kosten voor het verlenen van de opdrachten onderdeel te maken van de productieaanvraag. Op die manier wordt immers in een keer zekerheid verkregen over de Fondsbijdrage voor het totale project. De mogelijkheid voor het aanvragen van een subsidie voor het verlenen van een reeks opdrachten is met name bedoeld voor aanvragers die de uitvoeringen op een andere manier financieren (bijvoorbeeld met een meerjarige subsidie van OCW, het fonds of een andere overheid of uit publieksinkomsten).

Wie kan aanvragen

Aanvragen is mogelijk als de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit. Voor zover hier relevant gaat het om stichtingen en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.

Waarvoor kan worden aangevraagd

Een ‘opdrachtbundel’ wordt aangevraagd voor een periode van twee jaar en heeft betrekking op alle opdrachten die een opdrachtgever in die periode wil geven. Het gaat uitdrukkelijk om het verstrekken van de opdrachten; de planning van de uitvoeringen kan over deze periode van twee jaar heen gaan, bijvoorbeeld als het om gecompliceerde producties gaat met een lange voorbereidingstijd. Het beleid van een opdrachtgever kan ook buitenlandse muziekauteurs omvatten. De bijdrage van het Fonds Podiumkunsten kan echter, net als voor de andere subsidievormen binnen deze regeling geldt, alleen worden aangewend voor muziekauteurs die actief onderdeel uitmaken van de podiumkunstpraktijk in Nederland. De aanvrager dient zijn beleid zo concreet en helder mogelijk te omschrijven. Niet vereist is dat de aanvrager al vooraf invult aan welke componisten of librettisten een opdracht zal worden verstrekt. Wel moet de aanvrager binnen redelijke kaders toelichten hoeveel opdrachten hij denkt te verstrekken en wat voor soort opdrachten (omvang, tijdsduur etc.).

De aanvrager moet aannemelijk maken dat de werken die met de subsidie worden gerealiseerd meerdere keren zullen worden uitgevoerd. Dat kan bijvoorbeeld door een toelichting op de productiemogelijkheden en het beoogde speelcircuit of door bevestigingen van podia mee te sturen die de productie waarvoor het werk wordt geschreven willen programmeren. Als een aanvrager geen structureel subsidie ontvangt, moet hij toelichten hoe de uitvoeringen zullen worden gefinancierd.

Hoe wordt de aanvraag beoordeeld

Subsidieaanvragen worden eens per twee jaar behandeld. De bijbehorende indiendatum wordt bekend gemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Alle aanvragen die aan de eisen voldoen, worden getoetst aan de volgende criteria:

    1. opdrachthistorie;
    2. opdrachtbeleid;
    3. publieksbereik;
    4. betekenis van het resultaat van de activiteiten voor de podiumkunsten in Nederland.

Voor de toets van criterium a wordt gekeken naar de manier waarop de aanvrager in het verleden, waarbij de nadruk ligt op de twee jaar die voorafgaat aan de periode waarvoor wordt aangevraagd, opdrachten heeft verstrekt. Is er een praktijk van opdrachtverstrekking door de aanvrager, hoe bestendig is die praktijk en is de opdrachtpraktijk van de aanvrager van belang (geweest) voor de ontwikkeling van het muziekleven in ons land? Voor de toets van criterium b wordt gekeken naar wat de aard is van de opdrachten die de opdrachtgever wil verstrekken en hoe die passen bij de artistieke identiteit van de aanvrager en zijn programmering? Beoordeeld wordt hoe de opdrachtgever zijn plannen relateert aan een langetermijnvisie op de ontwikkelingen in de muziek. Bij criterium c gaat het om de omvang van het publiek dat met de te realiseren werken zal worden bereikt. Het gaat daarbij in eerste instantie om het aantal te verwachten uitvoeringen en het met de uitvoeringen te realiseren publieksbereik. Ook publiek dat via radio, tv of internet wordt bereikt, telt daarbij mee. In tweede instantie wordt gekeken of het te verwachten is dat werken een tweede leven krijgen doordat andere partijen het op het repertoire nemen. De bezetting van het werk en of het werk beschikbaar is voor derden, bijvoorbeeld doordat het wordt uitgegeven, spelen daarbij een rol. Criterium d kijkt naar hoe de activiteiten bij zullen dragen aan het podiumkunstklimaat. Leveren de uitkomsten een interessante verrijking van de podiumkunsten in Nederland op? Zijn de activiteiten een voorbeeld voor andere opdrachtgevers of leveren de werken een bijzondere bijdrage aan het bereiken van het publiek?

Uitgangspunt is dat op basis van de criteria uit het eerste lid wordt bepaald welke aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Daar waar de criteria onvoldoende handvatten bieden om te onderscheiden tussen specifieke aanvragen wordt aanvullend gekeken welke bijdrage zij leveren aan de pluriformiteit.

Hoogte subsidie

De aanvrager dient zelf een bedrag te kiezen dat ligt tussen € 10.500 en € 78.750 euro. Daarbij geldt als voorwaarde dat de aanvrager minstens tien procent van het gevraagde bedrag toevoegt aan het eigen opdrachtbudget. Bijvoorbeeld: een aanvrager die € 30.000 aanvraagt, moet ten minste € 3.000 eigen compositiebudget hebben

3. Indiening en behandeling

Wijze van indiening

Aanvragen moeten worden ingediend met behulp van een aanvraagformulier. Aanvraagformulieren zijn te vinden op de website van het Fonds Podiumkunsten. De activiteiten moeten worden beschreven aan de hand van een aantal door het Fonds Podiumkunsten geformuleerde vragen. De aanvraag en de daarbij behorende informatie is leidend voor toetsing of de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie. Het is dus van belang dat de aanvraag helder is en een goed beeld geeft.

Alleen als de aanvraag op tijd is ingediend, het aanvraagformulier juist is ingevuld en alle gevraagde informatie is bijgesloten, kan de aanvraag in behandeling worden genomen. Het Fonds Podiumkunsten vraagt geen nadere informatie op als de aanvraag onvoldoende helder is. Informatie en bijlagen die te laat worden ingediend, worden niet meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.

Aanvraagrondes

Aanvragen worden in rondes behandeld. Het aantal rondes per jaar is afhankelijk van het beschikbare budget en het soort subsidie. De aanvraagrondes worden per jaar vastgesteld, de bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten. Een aanvraag moet op de uiterlijke indiendatum door het Fonds Podiumkunsten zijn ontvangen. Dit is de verantwoordelijkheid van de aanvrager.

Geen subsidie

Voor een bepaalde activiteit kan niet meer dan één keer subsidie worden aangevraagd. Dat betekent dus dat als een aanvraag niet wordt gehonoreerd, deze niet opnieuw kan worden ingediend. De aard van het advies maakt daarbij niet uit. Ook als het advies in principe positief was, maar de aanvraag niet is gehonoreerd omdat de aanvraag een lage prioriteit heeft gekregen, mag niet opnieuw worden ingediend. De activiteiten staan bij deze toets centraal. Het maakt niet uit of de aanvraag is aangepast. Deze beperking geldt ook als voor een bepaalde activiteit een andersoortige subsidie bij het Fonds Podiumkunsten is aangevraagd. Het vervallen van de mogelijkheid om een eerder afgewezen aanvraag (die aan een adviescommissie werd voorgelegd) opnieuw in te dienen, geldt vanaf 1 januari 2024.

Verder kan een aanvraag worden afgewezen als die te vaag of onduidelijk is over de activiteiten, en daardoor niet goed kan worden beoordeeld.

Een aanvrager die eerder subsidie van het Fonds Podiumkunsten heeft ontvangen, maar zich niet aan de aan dat subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen heeft gehouden kan in beginsel 2 jaar lang niet opnieuw aanvragen. De achtergrond van deze regeling is dat het Fonds Podiumkunsten aanvragers in principe het vertrouwen geeft dat zij het subsidie juist gebruiken. Als dat vertrouwen wordt beschaamd, geldt in beginsel voor een periode van 2 jaar een aanvraagblokkade. In beginsel, omdat wel gekeken wordt naar de aard en ernst van de overtreding.

4. Budgetten en verdeling

Omdat het aantal aanvragen in de regel het beschikbare budget ver overstijgt, werkt het Fonds Podiumkunsten met financiële plafonds. Plafonds kunnen worden vastgesteld per subsidievorm en waar nodig daarbinnen per discipline. Als er meerdere rondes per jaar zijn, kunnen ook plafonds per ronde worden vastgesteld. Alle plafonds worden op de website van het Fonds Podiumkunsten gepubliceerd.

Aanvragen worden na de beoordeling aan de hand van de criteria verdeeld in drie categorieën:

    1. honoreren;
    2. honoreren indien budget toereikend is; en
    3. afwijzen.

Het totaalbeeld bepaalt uiteindelijk of een aanvraag wel of niet voor subsidie in aanmerking komt. Er kunnen nooit meer aanvragen in categorie A worden ingedeeld dan het budget toelaat. Alle aanvragen in categorie A worden dan ook gehonoreerd. Dit geldt niet voor de aanvragen die in categorie B worden geplaatst. Deze aanvragen worden eerst op volgorde van prioriteit gezet. Vervolgens wordt het budget op volgorde van prioriteit verdeeld. De mate waarin een aanvraag aan de criteria voldoet, bepaalt uiteindelijk of deze in categorie A of B wordt geplaatst.

5. Verplichtingen en verantwoording

Veranderingen die wezenlijk zijn voor de subsidiëring moeten worden gemeld. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de activiteiten niet of anders worden uitgevoerd. Ook kan in het subsidiebesluit een verplichting zijn opgenomen op grond waarvan specifieke zaken gemeld moeten worden. Als achteraf blijkt dat er sprake is van een wezenlijke verandering die niet is gemeld, kan het Fonds Podiumkunsten het subsidie lager vaststellen of zelfs helemaal intrekken. Dit is geheel voor risico van de aanvrager. In geval van twijfel kan een aanvrager contact opnemen met het Fonds Podiumkunsten om te bepalen of sprake is van een wezenlijke wijziging.

Subsidies tot en met € 25.000 euro hoeven niet standaard verantwoord te worden. Het Fonds Podiumkunsten controleert door middel van steekproeven of de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd. De aanvrager moet dus kunnen aantonen dat dit het geval is. Dat kan bijvoorbeeld door het op verzoek insturen van het geproduceerd resultaat. Als niet in het kader van de steekproef gevraagd wordt nadere informatie in te sturen, wordt het subsidie ambtshalve door het Fonds Podiumkunsten vastgesteld. De aanvrager wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.

Bij subsidies hoger dan € 25.000 euro moet een korte inhoudelijke verantwoording te worden ingestuurd.

6. Tot slot

Deze toelichting moet worden gelezen in combinatie met de Deelregeling composities en libretto’s Fonds Podiumkunsten. Als u vragen hebt of meer informatie wilt, kunt u contact met ons opnemen.

Vastgesteld in de vergadering van de Raad van Bestuur d.d. 8 juni 2015, voor het laatst gewijzigd op 16 oktober 2024.

Fonds Podiumkunsten