Hebben deze succesvolle artiesten wel subsidie nodig voor hun buitenlandse tournees? Het antwoord op deze vraag is ja. Deze artiesten zijn misschien al succesvol in Nederland, maar om ook voet aan de grond te krijgen in het buitenland zijn grote investeringen nodig. Investeringen die grotendeels door de artiesten zelf worden gedaan, maar waar het Fonds Podiumkunsten ook een bijdrage aan levert. De subsidie van het Fonds Podiumkunsten voor de reiskosten bedraagt maximaal € 5.000,- euro voor een Europese tour die uit tenminste 3 concerten bestaat en maximaal € 7.500 euro voor een tournee buiten Europa die ook uit tenminste 3 concerten bestaat. De reiskosten die gesubsidieerd worden zijn de kosten voor het hele gezelschap, dus de volledige band en, indien vereist voor het realiseren van de productie, ook geluidstechnici, roadies, etc. Het subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van offertes voor de reiskosten. Er moet altijd worden aangetoond waarom vergoeding van reiskosten nodig is; er moet dus een tekort zijn op de begroting. Voor alle duidelijkheid: een tekort wordt niet veroorzaakt doordat artiesten hoge honoraria zouden vragen.
Ook voor de popsector is de buitenlandse markt van groot belang. Muzikanten als Caro Emerald en Wouter Hamel fungeren in het buitenland als ambassadeurs voor de Nederlandse popsector; daardoor effenen zij de weg voor andere, jongere bands. En vooral deze jongere bands worden gesubsidieerd door het Fonds Podiumkunsten. Binnen de in totaal 120 muziekhonoreringen in 2012 vormen succesvolle acts als Caro Emerald en The Nits een uitzondering, 99% is relatief jong en onbekend.
Vandaag heeft directeur Henriëtte Post een interview over dit onderwerp gegeven op Radio 1. Ook was haar reactie in het NOS journaal te zien. Het journaal terugkijken kan via uitzendinggemist.nl (vanaf 19:27).