Op weg naar een nieuwe beleidsperiode 

Nieuws

Fonds Podiumkunsten werkt, net als vele gesubsidieerde cultuurinstellingen, binnen meerjarige beleidsperiodes. Terwijl de periode 2025–2028 nog volop loopt, bereiden we ons al voor op wat daarna komt. Richting 1 januari 2029 worden belangrijke stappen gezet: van een mogelijke wetswijziging over de duur van de subsidieperiode en een nieuwe beleidsopdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aan het Fonds, tot gesprekken met het veld en de ontwikkeling van nieuwe regelingen. We vinden het belangrijk inzicht te geven in dit proces. Daarom starten we met een reeks berichten op onze website. Dit keer kijken we terug naar de recente aanvraagronde meerjarige productiesubsidies. 

Terugblik meerjarige regelingen 2025-2028 

In 2024 kon worden aangevraagd voor de meerjarige subsidies 2025-2028. De voorbereidingen daarvoor begonnen in 2023. Lange tijd was onduidelijk of er in 2024 een aanvraagronde zou komen vanwege de coronapandemie die het functioneren van de sector in 2021 en 2022 sterk beïnvloedde. Eind 2022 werd duidelijk dat er een volwaardige aanvraagronde zou komen. In verband met de pandemie en de sluiting die zeker voor veel podiumkunstorganisaties gevolgen had gehad zou er op aanwijzing van staatssecretaris Uslu (Cultuur & Media) beperkt worden teruggekeken. En voor het hele rijksbeleid gold dat naast geografische spreiding en lokale context ook fair practice meer gewicht moest krijgen in de beoordeling. De regeling meerjarige productiesubsidie 2025-2028 heeft als doel makers, gezelschappen en ensembles de ruimte te geven om te investeren in de ontwikkeling van actuele en onderscheidende podiumkunst en het opbouwen van een publiek daarvoor. De regeling meerjarige festivalsubsidie 2025-2028 ondersteunt festivalorganisaties bij de presentatie en ontwikkeling van actuele en onderscheidende podiumkunst gespreid over Nederland en de aansluiting daarvan bij een breed publiek.   

Er werden 77 méér plannen ingediend dan in de vorige periode, in totaal 376 aanvragen: 95 voor meerjarige festivalsubsidie en 281 voor meerjarige productiesubsidie.   

Op 3 juli 2024 maakten we de besluiten bekend. Met name op de besluiten over de meerjarige productiesubsidies kwamen veel reacties. Dit kwam enerzijds door het hoge aantal afwijzingen, ook van organisaties die een langere historie hebben en in het verleden vaker een subsidie voor vier jaar ontvingen. De afwijzingen hebben grote impact op hun voortbestaan en raken naast de betrokkenen ook publiek dat het werk waardeert. We begrijpen dat daar vragen over gesteld worden. 

De uitkomsten roepen daarnaast ook vragen op over het subsidiestelsel. In gesprekken tussen het Fonds en de sector en in artikelen in diverse media kwamen die vragen aan de orde.  

Het Fonds heeft de meerjarige regelingen voor de periode 2025-2028 en het adviserings- en besluitvormingsproces geëvalueerd. Daarnaast hebben we bijdragen uit het veld en ervaringen uit bezwaar- en beroepsprocedures geanalyseerd en onafhankelijk advies ingewonnen over specifieke onderdelen van de uitvoering. Met deze inzichten verbeteren we procedures in de toekomst waar nodig. Hieronder delen we een aantal analyses en (voorlopige) conclusies.  

Toenemend aantal wensen verhoogt de druk op het budget 

We zien dat de druk op het budget van het Fonds toeneemt. Het aantal aanvragen dat wij ontvangen groeit de afgelopen vijf jaar. Dat zien we met name bij regelingen voor podiumkunstenaars en makers en bij regelingen voor het realiseren van voorstellingen en concerten. Enerzijds is dat een logisch gevolg van de (ook politieke) wens om een steeds breder deel van de podiumkunstensector te ondersteunen. We slagen erin om aanvragers uit steeds meer genres (van hiphop en popmuziek tot musical) en op steeds meer plekken in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk te bereiken. Het succes van die groeiende vraag en verbreding heeft een keerzijde: met gelijkblijvend budget moeten we steeds meer aanvragen afwijzen.  

Bij de meerjarige productiesubsidies werd dit de afgelopen ronde heel zichtbaar. Waar we in het verleden driekwart van de aanvragen konden honoreren in deze regeling, was dat nu minder dan de helft. Niet eerder leidden besluiten over meerjarige subsidies bij het Fonds tot zoveel afwijzingen en niet eerder raakte dat zoveel organisaties die in een vorige vierjarige periode ondersteund werden. 

Meer aandacht voor kenbaarheid en navolgbaarheid van besluiten 

Naar aanleiding van de besluiten bij de meerjarige productiesubsidie 2025-2028 hebben elf van de 146 afgewezen aanvragers beroep ingesteld, waarvan in zeven zaken inmiddels uitspraak is gedaan. Van deze elf beroepen hadden zes aanvragers een positief advies, maar konden zij vanwege budgetbeperkingen geen subsidie ontvangen. De overige vijf beroepen zijn ingediend door aanvragers met een negatief advies. In die gevallen oordeelde de adviescommissie dat de plannen voor de periode 2025–2028 onvoldoende waren om voor subsidie in aanmerking te komen. 

Het aantal beroepszaken hangt samen met het aantal afwijzingen. Dat organisaties - zeker wanneer zij een positief advies hebben gekregen - de stap naar de rechter zetten, vinden we als Fonds begrijpelijk. De belangen zijn groot. 

Mede op basis van de beroepszaken ziet het Fonds dat er verbeterpunten liggen in de kenbaarheid en navolgbaarheid van de aanvraag- en toekenningsprocedure. Zo waren de berekeningsmethode en het niet meetellen van uitvoeringen in Amsterdam niet voldoende kenbaar en waren onderdelen van de adviesteksten niet op alle punten volledig of inzichtelijk voor aanvragers. Tegelijkertijd waren de inhoudelijke oordelen op zichzelf niet onjuist. Procedures en werkwijzen worden daarom verduidelijkt bij alle regelingen van het Fonds. Criteria, wijze van beoordeling en waardering worden beter kenbaar gemaakt in de (toelichting op) regelingen. Adviesteksten worden concreter afgestemd op de gestelde criteria en onderdelen van de aanvraag. 

De grenzen van peer review 

We vinden het belangrijk dat keuzes voor wie wel en wie geen subsidie krijgt, gebaseerd zijn op een deskundigenoordeel, ook wel peer review. Het werken met adviescommissies is een methodiek die door vrijwel alle publieke financiers van kunst en cultuur toegepast wordt. Adviescommissies werken binnen een beoordelingskader dat ruimte laat voor nuance, passend bij de grote verscheidenheid aan aanvragen en genres. Per criterium worden verschillende argumenten gewogen - positieve punten en kritiekpunten - die samen leiden tot een oordeel. Een onafhankelijk voorzitter ziet toe op een correct verloop van het proces. 

Het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling en vooringenomenheid is bij peer review noodzakelijk. We zien dat rechters in recente uitspraken steeds strengere eisen hanteren ten aanzien van de schijn van belangenverstrengeling en vooringenomenheid. Met een toenemend aantal aanvragen en de toename van het aantal samenwerkingen in de sector wordt het steeds lastiger om commissies samen te stellen met mensen die zowel goed ingevoerd zijn in het veld als vrij van de schijn van vooringenomenheid of belangenverstrengeling. Het Fonds moet zich hier evenwel toe verhouden. 

Interdisciplinaire beoordeling 

Sinds 2017 werken wij in verschillende regelingen met interdisciplinaire commissies. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat makers en projecten steeds minder te vangen zijn in één discipline, zoals ook de Raad voor Cultuur in haar adviesrapport Toegang tot Cultuur betoogde. Het is een manier van werken die past bij de beoordeling van voorgenomen plannen waarbij de functie van een organisatie binnen de eigen discipline niet wordt beoordeeld. Tegelijk wordt een blik vanuit een (sub)discipline door aanvragers soms gemist. De keuze voor het een (disciplinaire schotten) heeft onvermijdelijk gevolgen voor het ander (interdisciplinaire ruimte) en vice versa. De komende periode beraden we ons nader op dit vraagstuk. 

Fonds binnen het stelsel van rijkssubsidiëring 

Met grofweg een derde van het rijksbudget voor de podiumkunsten is het Fonds een belangrijke maar niet de enige rijksfinancier voor de podiumkunsten. Fonds Podiumkunsten is ooit opgericht om aanvullend te zijn op wat er in de Basisinfrastructuur (Bis) ondersteund wordt. Werden in de Bis zogenoemde 'functies' ondersteund die noodzakelijk worden geacht in het (podium)kunstenstelsel, bij het Fonds worden producties ondersteund van makers met een eigenstandige artistieke praktijk en herkenbare artistieke signatuur.  Het Fonds kijkt in de meerjarige productiesubsidie daarom niet naar een ecosysteem en rollen die organisaties daarin zouden vervullen, maar naar concrete plannen voor activiteiten.  Door veranderingen in de Bis werd het onderscheid tussen Fonds en Bis de afgelopen periode echter minder helder. Festivals, ensembles en talentontwikkelingsorganisaties kunnen sinds 2021 in grotere mate bij de Bis terecht. Daarentegen zijn er organisaties die enkel bij het Fonds kunnen aanvragen, maar waarvan je zou kunnen stellen dat zij een ‘basisfunctie’ verzorgen die mogelijk past bij de Bis. 

Conclusies

De ervaringen met de regeling meerjarige productiesubsidies 2025-2028 laten zien dat verschillende doelstellingen met elkaar op spanning staan. Zo is de wens om middelen beter geografisch te spreiden niet verenigbaar met het in continuïteit ondersteunen van organisaties in de Randstad. Ook nieuwe instroom en duurzame ondersteuning staan op spanning met elkaar, want meer ruimte voor het een beperkt de ruimte voor het ander. En het stimuleren van een groot publieksbereik en het investeren in artistieke ontwikkeling gaan niet altijd hand in hand. 

Voor een gezonde en weerbare podiumkunstensector is een sterk samenhangend beleid nodig van zowel Rijk als provincies en gemeenten.  Het denken over (eco)systemen in het gesubsidieerde veld – al dan niet binnen disciplines – moet plaatsvinden vanuit het geheel van dat veld. Een heldere samenhang tussen de Basisinfrastructuur en het Fonds is daarom van groot belang. Net als een opdracht aan Fonds Podiumkunsten die past bij het beschikbare budget. 

Parallel daaraan werken we aan de verdere ontwikkeling van de procedures en werkwijzen van het Fonds, met aandacht voor de kenbaarheid en navolgbaarheid van besluiten. Daarbij nemen we inzichten en aandachtspunten uit gesprekken, evaluaties, onderzoeken, publicaties en rechterlijke uitspraken mee in toekomstige regelingen en de uitvoeringspraktijk. 

Na de zomer zullen we bijeenkomsten organiseren om kennis te delen en informatie uit het veld op te halen. Met deze inzichten scherpen we onze aanpak voor de beleidsperiode vanaf 2029 verder aan. Via de bijeenkomsten en een reeks berichten op onze website informeren we de sector over de voortgang en relevante ontwikkelingen. 

Op weg naar een nieuwe beleidsperiode  | Fonds Podiumkunsten