‘Ruimte voor beweging’ kozen we als leidraad voor ons Beleidsplan 2025-2028. En beweging was er volop in het eerste jaar van deze periode. Het was een beweeglijk en bewogen jaar voor de podiumkunsten en voor Fonds Podiumkunsten.
In het startjaar van de nieuwe vierjarige subsidies konden nieuwe plannen worden uitgevoerd. Er werd prachtig werk gemaakt en getoond in het hele land en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Podiumkunstenaars tonen weerbaarheid en onverzettelijkheid in hun creaties en uitvoeringen. Er vond artistiek onderzoek plaats, talenten werden gelauwerd voor uitzonderlijke prestaties of carrières. Zo ontving Marco Gerris, die vanuit hiphop en urban dans al vele jaren wordt ondersteund in de meerjarige productieregeling, dit jaar de Johannes Vermeerprijs, een van de belangrijkste Nederlandse cultuurprijzen. Internationaal werd hartstochtelijk samengewerkt en tournees van Nederlandse kunstenaars en artiesten bereikten bezoekers wereldwijd. Juist in tijden van mondiale spanningen fungeert kunst als zachte diplomatie en mogelijkheid tot verbinding en dialoog.
Deze tijd stelt ook gewetensvragen. Regelmatig betrekken podiumkunstenaars geopolitieke ontwikkelingen en morele vraagstukken in hun werk. ‘Weer een stap achteruit, is er nou niemand die schreeuwt?’ vroeg zangeres Sophie Straat zich af in het lied tegen maatschappelijk onrecht dat dankzij een protestactie hoog in de hitlijsten terechtkwam. Makers en artiesten spreken zich uit in en om hun kunst. Dat levert ze voor- én tegenstanders op. Hoe kwetsbaar ben je als maker als je aandacht vraagt voor misstanden of je anderszins uitspreekt, en een deel van de samenleving dat luidruchtig afwijst? En wie krijgt er de ruimte zich uit te spreken Dat de artistieke vrijheid van kunstenaars in het geding kan komen en bescherming vraagt, stelde de Raad voor Cultuur dan ook heel terecht in een recent advies.
Ons Fonds bouwt deze beleidsperiode voort op wat er is. Vanuit ervaring met bestaande regelingen ontwerpen we nieuwe subsidiemogelijkheden die aansluiten bij wat er nu nodig is. Aanwezige expertise en nieuwverworven kennis stellen ons in staat mee te bewegen met veranderingen in sector en samenleving. Zo investeerden we extra in de ondersteuning van ontwikkeling in verschillende fases in de artistieke loopbaan van podiumkunstenaars.
Ook creëert het Fonds ruimte voor betere beloning. We verdelen tussen 2025 en 2028 jaarlijks 9,6 miljoen euro aan aanvullende fair-pay-middelen van het ministerie van OCW. Deze bijdrage is bedoeld om de positie van makers en andere professionals in de culturele sector te versterken. Het budget wordt verdeeld over verschillende regelingen, zowel meerjarige regelingen als projectregelingen. En toch, alle aandacht voor fair pay ten spijt, is het voor veel werkenden in de sector moeilijk om van hun kunst te leven. De stijgende kosten, gecombineerd met een beperkt aantal plekken om werk te tonen, zorgen voor extra financiële uitdagingen. Daarnaast creëert de druk op subsidiebudgetten onzekerheid over de honorering van aanvragen, en daarmee op de slagingskans van projecten.
In onze contacten met podiumkunstenaars en artiesten merken we dan ook toenemende ongerustheid en onzekerheid over de eigen beroepspraktijk, over de toekomst van de podiumkunsten en over waar we als samenleving naartoe bewegen. De opgaven zijn groot, daarom is samenwerken steeds meer een sleutel voor succes, zowel voor het veld als voor het Fonds. In 2025 stimuleerden en ondersteunden we in onze regelingen nadrukkelijker samenwerkingsverbanden. Dat geldt bijvoorbeeld voor investeringen in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ook de muziekhubs zijn een voorbeeld van ondersteuning waar het accent op samenwerken en verbinden ligt. Vanuit het besef dat we in een breder stelsel opereren zochten we bovendien meer samenwerking met de andere vijf rijkscultuurfondsen. Met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) trekken we actief op rondom het belang van toegankelijkheid tot podiumkunsten in het hele land.
Steeds meer aanvragers weten ons te vinden met sterke plannen, een positief signaal van ambitie, creativiteit en vertrouwen in de podiumkunsten. Het grote aantal aanvragen heeft ook een keerzijde. De verdeling van beperkte middelen maakt dat veel, vaak ook positief beoordeelde, plannen niet gehonoreerd kunnen worden. De werkwijze bij de verdeling van middelen ligt in groeiende mate onder een vergrootglas of is onderwerp van juridische procedures. We hechten er groot belang aan dat aanvragers zich herkennen in een advies over hun aanvraag en dat er vertrouwen is in de deskundigheid en zorgvuldigheid waarop besluiten tot stand komen. Daarom worden reacties uit het veld meegenomen bij de toetsing en evaluatie van onze processen.
Hoewel 2025 pas het startpunt vormt voor deze vierjarige beleidsperiode, denken we na over 2029 en verder. In samenwerking met het ministerie van OCW, de rijkscultuurfondsen, andere overheden, brancheorganisaties en sectorpartijen werken we de komende periode aan een subsidiestelsel dat de podiumkunsten optimaal kan ondersteunen. De onderwerpen die daarbij aan de orde zijn, raken aan bredere vraagstukken rondom de verdeling van publieke middelen en toenemende druk op de financiering van kunstorganisaties. Iedere keuze heeft effect: het vergroten van mogelijkheden voor het ene heeft invloed op de ruimte voor het andere. Dit is een gesprek dat gezamenlijk gevoerd moet worden.
In december 2025 kwam het Fonds ook fysiek in beweging. Ons huurcontract was beëindigd vanwege een meerjarige renovatie en we moesten op zoek naar een nieuwe thuisbasis. Eind van het jaar verhuisden we naar Spaarneplein 2 in Den Haag, het voormalige hoofdkantoor van de Post-, Cheque- en Girodienst uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Verderop in dit jaarverslag meer over hoe de verbouwing met veel aandacht voor duurzaamheid is uitgevoerd.
Ik dank vanaf deze plek iedereen die bijdroeg aan het jaar 2025. Dank aan de adviseurs en voorzitters die, ook onder grote druk, met deskundigheid en zorg hun verantwoordelijke taak uitvoerden. Dank aan iedereen die ons prikkelde met suggesties en vragen. Dank aan de collega’s voor de kennis en toewijding. Dank aan het ministerie van OCW, opdrachtgever en constructieve samenwerkingspartner op verschillende belangrijke thema’s. Bovenal dank aan alle werkenden in het podiumkunstenveld voor jullie inspiratie, activisme, schoonheid en menselijkheid.
Welkom in ons nieuwe kantoor, we ontvangen je graag.
Maart 2026
Viktorien van Hulst, directeur-bestuurder
Fonds Podiumkunsten
Download hier ons jaarverslag