"Alleen 'moderne' kunst komt voor subsidiëring in aanmerking" (John Borstlap in TROUW 30 augustus 2013)
Borstlap spreekt over vooringenomenheid van adviseurs bij het Fonds Podiumkunsten (en de rechtsvoorganger het Fonds voor de Scheppende Toonkunst). Dat is iets anders dan de schijn van belangenverstrengeling die door de rechtbank in 2008 werd getoetst. Overigens is het Fonds van mening dat door de gekozen werkwijze ook van vooringenomenheid geen sprake is. TROUW suggereert dat Borstlap over die door hem veronderstelde vooringenomenheid door de rechter in het gelijk is gesteld. Dat klopt niet. De rechter heeft het Fonds in die procedure gevraagd om uit te leggen waarom was geoordeeld dat het werk van Borstlap weinig oorspronkelijk was. Het Fonds heeft dat toegelicht en die toelichting is door de rechter geaccepteerd. Er hoefde van de rechter dus niet alsnog subsidie te worden gegeven. Dat oordeel is ook door de Raad van State bevestigd.
In een ander geval is wel subsidie verstrekt voor een compositie van Borstlap. Daar is echter geen rechter aan te pas gekomen, maar is gewoon door het Fonds vastgesteld dat de aanvraag aan de criteria voldeed.