Op 30 januari 2026 deed de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) uitspraak in de beroepszaken die Holland Baroque, Holland Opera en Suburbia afzonderlijk hebben ingesteld tegen de besluiten op bezwaar op de aanvragen die deze organisaties hebben gedaan voor een meerjarige productiesubsidies 2025-2028.
De rechtbank heeft in alle drie de zaken geoordeeld dat de besluiten op onderdelen niet voldoende gemotiveerd waren. Op andere onderdelen is het Fonds door de rechter in het gelijk gesteld. De rechtbank heeft het Fonds in elke zaak de opdracht gegeven om de adviescommissie categorie III, die eerder over de aanvragen heeft geadviseerd, opnieuw te raadplegen voor een nadere motivering op onderdelen van het advies en in een enkel geval op onderdelen een nieuw advies. De adviescommissie heeft een gedeeltelijk nieuw advies uitgebracht over de drie aanvragen. Met deze nieuwe adviezen blijven de besluiten om de subsidieaanvragen van deze aanvragers niet te honoreren in stand.
Holland Baroque en Holland Opera werden in de periode 2021-2024 via de basisinfrastructuur ondersteund door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Beide organisaties ontvingen in juli 2024 een positief advies over hun aanvraag bij Fonds Podiumkunsten maar konden vanwege budgetbeperking niet gehonoreerd worden.
De rechtbank Midden-Nederland deed ook uitspraak over Pynarello in categorie II. In deze casus wordt, na instemming door Pynarello, op een later moment een besluit genomen.
De uitspraken van de Rechtbank Midden-Nederland zijn te lezen via:
ECLI:NL:RBMNE:2026:206, Rechtbank Midden-Nederland, UTR 25/2767
ECLI:NL:RBMNE:2026:202, Rechtbank Midden-Nederland, UTR 25/1915
ECLI:NL:RBMNE:2026:201, Rechtbank Midden-Nederland, UTR 25/2293