MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

TONEELSCHUUR PRODUCTIES

Inleiding

De Toneelschuur is een presenterend en producerend huis voor podiumkunstenaars en hun publiek, gevestigd in Haarlem. De algemeen directeur is Frans Lommerse. Behalve op het theater en filmhuis concentreert Toneelschuur Producties zich op duurzame talentontwikkeling van startende en mid-career theatermakers die teksttoneel met maatschappelijke relevantie maken voor de kleine zaal, de middenzaal en op locatie. Continuïteit, kwaliteit, publieksbereik en duurzaamheid zijn sleutelbegrippen in de werkwijze van Toneelschuur Producties. Het hoofddoel van het gezelschap is dat de makers in het traject een eigen artistieke signatuur ontwikkelen, waarbij Toneelschuur Producties zorgt voor een optimaal artistiek team, coaches en productionele randvoorwaarden. Sinds kort zijn deze meerjarige trajecten aangevuld met het ‘Schuur Atelier’. Daarin krijgen jonge talenten die net van de opleiding komen ruimte voor onderzoek, experiment en voorbereidende stappen richting de meerjarige trajecten. Makers uit de meerjarige trajecten kunnen in het ‘Schuur Atelier’ experimenteren of werken aan conceptontwikkeling. Hiermee realiseert Toneelschuur Producties een doorgaande ontwikkelingslijn voor getalenteerde theatermakers.

In de periode 2017-2020 wil Toneelschuur Producties de ontwikkeling van vier talentvolle regisseurs in meerjarige nieuwemakerstrajecten voortzetten. Daarnaast zal een aantal nieuwe regisseurs instromen. Nina Spijkers wil vanaf 2017 werken met meer naturalistisch repertoire en haar werk persoonlijker maken. Zij regisseert in 2017 ‘Ivanov’ van Anton Tsjechov, met als thema ‘poging tot geluk’. In 2018 kiest zij voor ‘Spoken’ van Henrik Ibsen, waarin zij het thema ‘recht op geluk’ ontrafelt. Voor 2019-2020 staan een bewerking van de film ‘The Dreamers’ en de enscenering van ‘Bloedbad’ van Gustav Ernst op het programma. Olivier Diepenhorst wil zich toeleggen op de ontwikkeling van een sterkere signatuur door een grotere theatraliteit (beweging, muziek, beelden) in zijn regies te brengen. Hij maakt in 2017 ‘Het leven is droom’ van Calderón de la Barca, over personages wier lusten en verlangens ernstig in conflict komen met de sociale context waarin zij moeten opereren. In 2018 kiest Diepenhorst voor ‘De Perzen’ van Aischylos, waarmee hij een gestileerde vorm wil vinden om de klassieke tekst in een hedendaags, post-apocalyptisch universum te plaatsen. Voor 2019-2020 denkt hij aan ‘The secret love life of Ophelia’ van Steven Berkoff en aan ‘Rozencrantz and Guildenstern are dead’ van Tom Stoppard. Maren Bjørseth zal verder onderzoek doen naar acteerstijlen en naar een nieuwe balans tussen vorm en inhoud. Ook wil zij zich ontwikkelen in het aansturen van grotere artistieke teams. Haar traject is een samenwerking met Toneelgroep Amsterdam. Zij zal in 2017 ‘Emilia Galotti’ regisseren van Gotthold Ephraim Lessing. Sterke vrouwen zijn een terugkerend thema in haar werk. Emilia Galotti betekent een volgende stap.
In 2018 regisseert Bjørseth ‘Stones in his pockets’, een stuk uit 1999 van Mary Jones: een groots verhaal over kleine mensen en de constante frictie tussen natuur en cultuur. Het wordt haar eerste locatievoorstelling die zal spelen op Oerol. Voor 2019-2020 staan ‘Death of a salesman’ van Arthur Miller en ‘Etc.’ van Johan Harstad op het programma. Paul Knieriem zal in 2017 en 2018 nog twee producties voor volwassenen maken. Daarna stroomt hij uit het meerjarige nieuwemakerstraject om plaats te maken voor een nieuwe maker. Als leerdoel wil Knieriem onder meer zijn vaardigheden in organisatie en productie verder aanscherpen, waarna hij in 2019 Liesbeth Colthof gaat opvolgen bij De Toneelmakerij. In 2017 maakt hij ‘Jacques de fatalist en zijn meester’ van Denis Diderot, een absurdistisch en liefdevol portret van menselijk onvermogen, en in 2018 ‘Kasper Hauser’ naar ‘Kaspar’ van Peter Handke.

In de periode 2017-2020 realiseert de Toneelschuur 122 voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 485.000 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 97.000 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 582.000 euro.

Historie

Toneelschuur Producties ontvangt in de periode 2013-2016 een structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten in het kader van de meerjarige activiteitenregeling 2013-2016.

Het Fonds volgt de door haar meerjarig gesubsidieerde instellingen door meerdere adviseurs de voorstellingen en/of concerten te laten bezoeken. In de periode 2013-2016 hebben adviseurs van het Fonds negentien voorstellingen van tien verschillende producties van Toneelschuur Producties bezocht.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als goed.

Toneelschuur Producties staat in de ogen van de commissie garant voor kwalitatief sterke talentontwikkelingstrajecten en voorstellingen uit het eigen productiehuis. De organisatie heeft haar kwaliteit bewezen, doordat veel regisseurs die hun talenten bij de Toneelschuur ontwikkelden een plek vinden in het podiumkunstenveld. De commissie vindt dat Toneelschuur Producties teksttheaterproducties aflevert die getuigen van veel vakmanschap en een heldere signatuur. Van de voorstellingen uit de afgelopen jaren was ‘Wreed en Teder’ van Michiel de Regt naar de mening van de commissie het meest geslaagd. Deze sterke, relevante tekst van Martin Crimp over oorlogsgeweld is door De Regt lichtvoetig en vol ironie geregisseerd, wat een mooi tegenwicht biedt aan de zwaarte van het verhaal. Ook ‘Stilte’ door Olivier Diepenhorst vond de commissie een mooie voorstelling, die uitblonk in spelregie. De commissie ziet Diepenhorst als een belofte voor de grote zaal, mede door de kwaliteit van deze productie.

De commissie verwacht op basis van de plannen voor 2017-2020 opnieuw vakkundig gemaakt repertoiretoneel door een selectie van talentvolle makers. Zij vindt de gepresenteerde makers goed passen bij het artistieke profiel van Toneelschuur Producties. Daarbij is voor Oliver Diepenhorst en Nina Spijkers sprake van doorstroming vanuit het nieuwemakerstraject dat ze bij de Toneelschuur hebben doorlopen. Hiermee bewijst de Toneelschuur in de ogen van de commissie dat de opbouw van de talentontwikkelingstrajecten logisch en effectief in elkaar steekt en dat de begeleiding vanuit de organisatie op hoog niveau ligt. De plannen die zij hebben, liggen in de ogen van de commissie mooi in het verlengde van de afgelopen periode. Zo is zij positief over de keuze van Nina Spijkers en haar plan om van Tsjechovs ‘Ivanov’ een energieke en muzikale voorstelling te maken. Ook de bewerking van de film ‘The Dreamers’ spreekt tot de verbeelding, mede omdat hiermee nieuw repertoire voor theater wordt ontwikkeld. En ook de ontwikkeling die Olivier Diepenhorst wil maken op het terrein van beweging, muziek en beeldtaal ziet de commissie met nieuwsgierigheid tegemoet. In haar ogen laten de plannen van Maren Bjørseth en Paul Knieriem zien, dat de Toneelschuur daadwerkelijk investeert in de langere termijn als het gaat om de ontwikkeling van talenten die kunnen werken op een grotere schaal. De commissie plaatst wel een kanttekening bij het geheel van de gepresenteerde stukkeuzes in de komende jaren. De teksten bieden weliswaar stevig basismateriaal voor talentontwikkeling op het vlak van tekst- en acteursregie, maar zijn in de ogen van de commissie weinig verrassend. Het betreft nagenoeg uitsluitend klassiek tekstrepertoire. Waar Toneelschuur Producties in de afgelopen jaren ook (teksten van) nieuwe schrijvers presenteerde, is daar nu geen sprake meer van. De commissie vindt het jammer dat Toneelschuur Producties daarmee zijn werk op het terrein van talentontwikkeling verkleint, maar verwacht dat de organisatie er wederom in zal slagen om de gekozen regisseurs te voorzien van uitstekende artistieke en productionele begeleiding bij het maken van de geplande producties, waardoor goede en voor het publiek aansprekende voorstellingen te verwachten zijn.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als ruim voldoende.

De Toneelschuur voert al jarenlang een gedegen bedrijfsvoering en is als producerende instelling een ervaren en betrouwbare organisatie. De commissie vindt de productionele kwaliteit sterk. De financiële situatie van Toneelschuur Producties is gezond. Ondanks dat 2015 is afgesloten met een negatief resultaat, is het eigen vermogen van de instelling nog steeds groot. Toneelschuur Producties kan zodoende tegen een stootje en heeft de financiële ruimte om risico’s aan te gaan.

In grote lijnen gaat Toneelschuur Producties door op de ingeslagen weg en vertonen de plannen op het vlak van bedrijfsvoering geen grote ambities. Er zal zelfs minder worden gespeeld en ook de eigen inkomsten vertonen een lichte daling. De focus van de organisatie ligt duidelijk op continuïteit en doorontwikkeling van het aanbod en niet op schaalvergroting of nieuwe impulsen in het ondernemerschap. De commissie acht dit in het huidige tijdsgewricht een realistisch beleid. Toneelschuur Producties begroot hoge bijdragen uit private middelen. De instelling voert een actief beleid in het werven van grote donateurs via het nieuwe programma Talentbegunstigers en ontvangt bovendien een zeer royale gift uit een nalatenschap. Dit getuigt van sterk ondernemerschap. Maar de commissie signaleert daarentegen ook een groeiende subsidieafhankelijkheid in de financieringsmix. De begroting vertoont weliswaar relatief veel eigen inkomsten die geloofwaardig zijn op basis van resultaten uit 2013-2015, maar desondanks vraagt Toneelschuur Producties meer subsidie aan bij het Fonds en de gemeente. De commissie vindt dit geen positieve ontwikkeling. Een reflectie op de relatief lagere publieks- en eigen inkomsten en de hogere subsidieafhankelijkheid ontbreekt in de aanvraag.
Over de publieksbenadering van Toneelschuur Producties merkt de commissie op dat zij deze vertrouwenwekkend vindt. De Toneelschuur kent het Haarlemse theaterpubliek goed en voor de reisvoorstellingen worden per productie specifieke doelgroepen bepaald die aansluiten bij de thematiek van de voorstelling. De alliantie met twintig vaste theaters in het land toont aan dat Toneelschuur Producties een vaste afzetmarkt heeft en een gewaardeerde aanbodpartner is. Dit aantal wil men de komende jaren nog uitbreiden. Met de tourneetheaters is bovendien een intensievere samenwerking gestart, waarbinnen in 2017 ook een klanttevredenheidsonderzoek zal worden uitgevoerd. De commissie vindt dat de Toneelschuur met deze stap laat zien dat het productiehuis de trend van teruglopende bezoekersaantallen in de reistheaters effectief wil keren. In de aanvraag heeft de Toneelschuur de publieksbenadering in de ogen van de commissie vooral in algemene termen uitgewerkt. Daarbij schenkt de aanvrager slechts beperkt aandacht aan het aantrekken van nieuw publiek bij specifieke voorstellingen. Wel vindt de commissie het positief dat de publieksbenadering onderdeel uitmaakt van het ontwikkelingstraject dat de theatermaker aflegt. De publieksbenadering wordt daardoor specifiek per project opgezet en uitgevoerd. Ook is de commissie positief over de stimulans die makers krijgen om veel mee op reis te gaan met hun voorstelling, om zo kennis te maken met de podia en hun publiek.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als neutraal.

Toneelschuur Producties produceert teksttheater, waarvan het aanbod op de Nederlandse podia al ruim vertegenwoordigd is, zowel in de Basisinfrastructuur als in het vrije circuit. Binnen dat ruime aanbod vindt de commissie het werk van Toneelschuur Producties qua genre of presentatievorm niet onderscheidend. De commissie vindt dat met het werk van Toneelschuur Producties geen bijzondere bijdrage wordt geleverd aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als zeer goed.

Toneelschuur Producties is gevestigd in Haarlem en realiseert daar veel activiteiten. De commissie stelt vast dat in Haarlem het podiumkunstenaanbod in vergelijking met steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht minder groot is. Verder constateert de commissie dat Toneelschuur Producties in de periode 2013-2015 regelmatig heeft gespeeld in de rest van Nederland. In de periode 2017-2020 gaat Toneelschuur Producties een hoog aandeel voorstellingen buiten de grote steden spelen. Op basis van het plan heeft de commissie er vertrouwen in dat de beoogde spreiding zal worden gerealiseerd. De commissie vindt dat Toneelschuur Producties hiermee een zeer grote bijdrage aan de geografische spreiding levert.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert de bijdrage talentontwikkeling gedeeltelijk toe te kennen.

Toneelschuur Producties vraagt de toeslag aan voor het Schuur Atelier. Dit is een nieuwe plek voor talentontwikkeling voor pas afgestudeerde makers, voordat zij een nieuwemakerssubsidie kunnen aanvragen bij het Fonds of kunnen doorstromen naar de meerjarige nieuwemakerstrajecten van Toneelschuur Producties. Makers sluiten in ieder geval af met minimaal één presentatie voor publiek. In 2016 zullen starten: Liliane Brakema, Julie Cafmeyer en Eline Arbo. De commissie constateert dat de activiteiten van het Schuur Atelier duidelijk te onderscheiden zijn van de reguliere activiteiten van Toneelschuur Producties en dat zij passen bij de historie en het profiel van de instelling. Het Schuur Atelier is in haar ogen van toegevoegde waarde binnen de activiteiten van de Toneelschuur, omdat het aan jonge makers de eerste kansen biedt om zich binnen een professionele omgeving te ontwikkelen en wellicht door te stromen naar een van de andere plekken bij Toneelschuur Producties. De bijdrage talentontwikkeling van het Fonds is echter niet bedoeld voor studenten. Dit (kleine) onderdeel is derhalve niet subsidiabel. De relatief beperkte middelen die bij het Fonds beschikbaar zijn als bijdrage in de talentontwikkeling zijn niet bedoeld voor podiumkunstenaars die nog een beroepsopleiding volgen. Zij adviseert niet het gehele bedrag toe te kennen, maar 90.000 euro.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Toneelschuur Producties te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 582.000
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel1004.100€ 410.000
Circuit groot00€ 0
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 90.000
Totaal per editie€ 575.000
Toegekend bedrag per editie€ 575.000