MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

THEATER NOMADE

Inleiding

Theater Nomade omschrijft zichzelf als een film- en muziektheatergroep die diepgravende research van historische en politieke gebeurtenissen pleegt. Het gezelschap maakt onder artistieke en zakelijke leiding van Ab Gietelink voorstellingen in documentaire-verhalende stijl. Sinds 1999 presenteert Theater Nomade zijn werk behalve in het theatercircuit ook op monumentale erfgoedlocaties. Het gezelschap is gevestigd in Amsterdam. Theater Nomade produceert voorstellingen die een historische gebeurtenis als uitgangspunt hebben en waarvoor artistiek leider Ab Gietelink op grond van uitgebreid onderzoek de teksten schrijft. Niet de psychologische, maar de historische of politieke inhoud vormt de fascinatie waarlangs het werk is opgebouwd, aldus de aanvraag. Daarbij wordt de hoge norm van authentiek taalgebruik gehandhaafd. Daarnaast creëert Nomade voorstellingen gebaseerd op bestaande (klassieke) werken, als ‘Dantons Dood’, ‘Max Havelaar’, ‘Faust’ en ‘The King’s Speech’.

In de voorstellingen wordt gebruikgemaakt van livevideo, livemuziek en incidenteel ook van poppenspel, mime of dans. Vaak worden originele film- of documentairebeelden in de voorstellingen geïntegreerd. De erfgoedlocaties waar een deel van de producties worden gespeeld, geven naar eigen zeggen een extra dimensie aan de voorstellingservaring van de toeschouwer. De voorstellingen worden doorgaans ingebed in een randprogramma dat onder meer bestaat uit lezingen, exposities en educatieve activiteiten voor scholen. Theater Nomade maakt tevens televisiedocumentaires over de onderwerpen die centraal staan in de theatervoorstellingen. Hiervoor wordt samengewerkt met Interakt, een media- en televisiebedrijf. Voor de komende periode wil Theater Nomade de artistieke lijn om film- en muziektheatervoorstellingen op erfgoedlocaties te produceren verder ontwikkelen. Zo heeft de aanvrager een serie locatieprojecten over de Eerste Wereldoorlog in de forten van de Stelling van Amsterdam en De Hollandse Waterlinie voor ogen. In totaal wil Theater Nomade zes nieuwe producties maken. In twee voorstellingen staat William Shakespeare centraal; deze worden voor het theatercircuit en als locatieproject gemaakt. Een voorstelling over de Provobeweging van de jaren zestig is bedoeld als grotezaalvoorstelling en een project over Willem van Oranje, met 16e- en 17e-eeuwse muziek zal worden gespeeld op erfgoedlocaties. Op artistiek vlak zal worden samengewerkt met onder anderen componist Chiel Meijering en visueel kunstenaar Ludger Hurts.

In de periode 2017-2020 speelt Theater Nomade veertig voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 125.000 euro.

Historie

Theater Nomade ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door Theater Nomade beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstellingen ‘Anthony Fokker’, ‘The King’s Speech’ en ‘Neerlands Trots’.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als zwak.

Zij kent artistiek leider Ab Gietelink als een gedreven theatermaker, die vanuit een politiek engagement theater maakt. Zij noemt de onderwerpen vanuit historisch perspectief interessant en constateert dat aan alle voorstellingen van het gezelschap een uitgebreide en grondige research voorafgaat. De commissie vindt de producties van de afgelopen jaren echter van weinig artistieke kwaliteit getuigen. Zij mist met name een prikkelende visie op de onderwerpen of thema’s die de makers willen aansnijden. De voorstellingen vertellen vaak in chronologische volgorde een verhaal, zonder dat daar een interessant regieconcept of dramaturgisch kader aan ten grondslag ligt. Hierdoor ontberen de voorstellingen theatrale of dramatische kracht en dat gaat ten koste van de zeggingskracht. Ook bij de voorstellingen die gebaseerd zijn op bestaande boeken of films mist de commissie een oorspronkelijke insteek. De vormgeving van de producties acht de commissie weinig tot de verbeelding sprekend en vooral illustratief bij wat al met de tekst verteld wordt. Alhoewel de commissie de archiefbeelden die in de voorstellingen worden gebruikt op zich boeiend vindt, constateert zij tegelijkertijd dat deze nogal letterlijk worden ingezet en weinig ruimte laten voor de fantasie van de toeschouwers. Hierdoor is de commissie niet overtuigd van de artistieke meerwaarde die de beelden opleveren voor de beleving van de voorstellingen. De muziek heeft eveneens een illustrerende functie in het geheel, maar het is te weinig dragend of verrassend om werkelijk van een interessante integratie van muziek en theater te kunnen spreken. De commissie vindt het vakmanschap van de betrokken muzikanten redelijk, maar is niet over de hele linie overtuigd van hun kwaliteit als performer. Ook de speelstijl van Ab Gietelink, die doorgaans meerdere rollen voor zijn rekening neemt, acht zij niet altijd overtuigend. In vocaal opzicht vindt de commissie het uitvoeringsniveau ontoereikend.

De plannen voor de komende periode bouwen in grote lijnen voort op het artistieke beleid van de afgelopen jaren; een aantal projecten maakte ook al deel uit van de plannen voor 2013-2016. De commissie mist een overtuigende onderbouwing van de keuze voor de onderwerpen, behalve dat telkens gebeurtenissen uit uiteenlopende historische periodes centraal staan. Zo is onduidelijk welke boodschap de maker wil overbrengen aan het publiek. De aanvrager stelt dat in de voorstellingen “het dominante wereldbeeld bevraagd” wordt en dat er alternatieven worden geboden, maar op welke wijze dat gebeurt of wat de relatie is met het heden, wordt niet concreet gemaakt. Daarnaast vindt de commissie de plannen in muziektheatraal en dramaturgisch opzicht onvoldoende uitgewerkt; de beschrijving van de individuele projecten blijft steken in de beschrijving van het onderwerp of de historische context hiervan. Zo mist de commissie bij een deel van de projectbeschrijvingen een uitgewerkt muzikaal plan. Er wordt geen beoogd instrumentarium vermeld noch wordt beschreven op welke wijze de muziek en de vertelling elkaar versterken. Een vormgevingsconcept ontbreekt eveneens bij de meeste plannen. Daarnaast onderbouwen de makers niet op welke wijze de locaties waar gespeeld wordt een meerwaarde voor de producties kunnen betekenen. Al met al is de commissie op grond van de beschrijving van de artistieke uitgangspunten en de oppervlakkige wijze waarop de projecten zijn beschreven, niet overtuigd van de potentiële zeggingskracht van de voorgestelde projecten.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als voldoende.

Zij stelt vast dat de financiële situatie gezond is en dat het gezelschap er de afgelopen periode in is geslaagd op reguliere basis voorstellingen te produceren door flexibel en met een beperkte overhead te opereren. Hierdoor weet de aanvrager voldoende eigen inkomsten te generen. De commissie is positief over het grote aantal lokale partners dat het gezelschap zowel binnen als buiten het podiumkunstenveld aan zich heeft weten te verbinden. Zij stelt voorts vast dat de producties over het algemeen een goede speellijst kennen. De commissie is echter kritisch ten aanzien van de beschreven bedrijfsvoering voor de komende periode. Zo constateert zij dat de begroting een explosieve groei laat zien, zonder dat deze onderbouwd wordt door een vergelijkbare toename van het aantal activiteiten of een andere wijze van produceren van de voorstellingen. In de aanvraag wordt weliswaar gesteld dat het aan het Fonds gevraagde subsidiebedrag zal worden aangewend om het team te versterken met een extra pr- en zakelijk medewerker, maar dat vindt de commissie niet in verhouding staan tot de geprognosticeerde verdubbeling van de activiteitenlasten. Zij vindt dan ook dat er in dit opzicht weinig ambitie spreekt uit de plannen en dat de aanvrager hier in de plannen onvoldoende op reflecteert. De commissie signaleert daarnaast dat er sprake is van een beperkte risicospreiding in het dekkingsplan. Dit leunt voor meer dan de helft op de gevraagde bijdrage van het Fonds Podiumkunsten, waardoor er volgens de commissie sprake is van een eenzijdige financieringsmix. Hoewel zij positief is over het grote netwerk dat Theater Nomade heeft opgebouwd van lokale partners, blijkt uit de begroting niet hoe zich dit vertaalt in financiële bijdragen. Ook de begrote inkomsten uit particuliere middelen en subsidies van gemeenten en provincies worden niet gespecificeerd. De commissie had dan ook graag een toelichting op de begroting gezien.

Theater Nomade heeft zich in de afgelopen decennia weten te profileren als een gezelschap dat op locatie historisch georiënteerde voorstellingen maakt, waarmee het tot nu toe een breed publiek heeft weten te bereiken. De commissie mist in de aanvraag echter een gedegen reflectie op de ontwikkeling van het publieksbereik in de toekomst. Een heldere marketingstrategie, waarbij voor de verschillende producties beoogde doelgroepen, pr-kanalen en –middelen worden beschreven, ontbreekt. Dat geldt eveneens voor een visie op het beoogde speelcircuit. Hoewel de commissie positief is over de randprogramma’s die bij de voorstellingen ontwikkeld worden, zoals theaterdiners, lezingen en locatierondleidingen, acht zij de geraamde stijging van de publieksaantallen met bijna 30 procent ambitieus en niet erg aannemelijk.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als neutraal.

Zij beschouwt Theater Nomade als teksttheater, waarbij de muziek een voornamelijk omlijstende rol heeft, en stelt vast dat dit aanbod in ruime mate wordt geproduceerd en getoond in Nederland. Op grond van het artistieke plan heeft de commissie niet de verwachting dat de voorstellingen zich binnen dit genre zullen onderscheiden. Zij noemt de vorm, documentair verteltheater, en het gebruik van filmbeelden weinig onderscheidend. Theater Nomade levert hiermee volgens de commissie geen bijzondere bijdrage aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als ruim voldoende.

Theater Nomade is gevestigd in Amsterdam, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. Landelijk gezien heeft Theater Nomade in de periode 2013-2015 een substantieel aandeel voorstellingen in verschillende steden en regio's weten te realiseren. Het gezelschap heeft het voornemen om in de komende periode een betere spreiding te realiseren door een hoog aandeel voorstellingen te spelen in Rotterdam, Utrecht en Den Haag en in vrijwel alle regio’s. Op grond van de voorgelegde plannen en de prestaties in het verleden acht de commissie dit geloofwaardig. De commissie vindt dat Theater Nomade een redelijke bijdrage levert aan de geografische spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

Niet van toepassing.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Theater Nomade niet te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 125.000
Geadviseerd bedrag per jaar€ 0
Toegekend bedrag per jaar€ 0