MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

PEERGROUP

Inleiding

De PeerGrouP is een maatschappelijk geëngageerd theatergezelschap, gevestigd in Donderen in Drenthe, dat voorstellingen maakt op locatie. Het gezelschap wordt geleid door Sjoerd Wagenaar en Marianne Hoekstra, respectievelijk artistiek en zakelijk directeur. De PeerGrouP brengt maatschappij, wetenschap en kunst samen in multidisciplinaire theaterprojecten, waarin inhoudelijk wordt gefocust op de problemen en uitdagingen van het platteland. Met haar projecten en voorstellingen wil de groep bijdragen aan de transitie naar een duurzame samenleving in economische, ecologische en emotionele zin. De PeerGrouP wil prikkelen, kantelen, verrassen en tot nadenken aanzetten door theatrale interventies op locatie. Het gezelschap wil de mensen van die locatie erbij betrekken. De PeerGrouP organiseert in samenhang met deze theaterprojecten ook beeldende kunstprojecten, activiteiten voor jongeren en workshops. Samen met de eigenaar van het terrein waar de groep is gevestigd, Donderboerkamp BV, wordt de broedplaats en thuisbasis Donderboerkamp doorontwikkeld tot een natuur-, cultuur- en zorglandgoed.

De inhoudelijke focus ligt in de periode 2017-2020 op vijf thema’s: ‘landschap’, ‘herinnering’, ‘voedsel’, ‘gemeenschap’ en ‘ecologie’. De komende vier jaar werkt de PeerGrouP met een nieuw concept. ‘Radius’ is een serie (theater)projecten die betrekking heeft op hoe een specifieke geografische locatie in de breedst mogelijke zin verbonden is met de rest van de wereld (de radius). In 2017 start de groep met het eerste Radiusproject: ‘De Dag’. De graafwerkzaamheden starten bij het drieprovinciënpunt. De groep vraagt lokale bewoners naar herinneringen rondom deze plek en verbindt die (onder meer) met de bevindingen van prof.dr.ir. M. Spek, hoogleraar Landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Regisseur Koos Terpstra maakt er theater van, samen met Theatergroep De Jongens.

Het tweede Radiusproject (2018) heeft als titel ‘Het Proeflokaal’. Het gaat over de invloed die de voedselconsumptie heeft op een gemeenschap. Prof.dr. Joop H.J. Schaminée, botanicus en gespecialiseerd in vegetatiekunde en plantengemeenschappen, zal het landschap lezen. De PeerGrouP onderzoekt de eetgewoonten in de locatie Rabbinge (Zuidwolde) en vertaalt deze naar een theatrale beleving van eten.

Naast de Radiusprojecten staat een reeks locatieproducties gepland: ‘Grutte Pier III, Bezinning’ wordt een theatrale tour van klooster naar klooster langs de kust van Friesland, waarbij een theoloog en historicus hun licht laten schijnen op de bezinning van Grutte Pier.

In ‘Grutte Pier IV, Nalatenschap’ worden de verhalen uit de geschiedenis en de avonturen die in de eerste drie Grutte Pier-producties zijn beleefd, verenigd in een theatrale rondgang met lezingen en performances. ‘Levende Duinen’ wordt een documentaire-theatrale gps-wandeling op Oost-Terschelling, waar Staatsbosbeheer door een nieuwe ecologische aanpak van het duinlandschap de weerstand opriep van de lokale bevolking. In ‘Bridging Blackburn, News from past to future, Super Slow Way’ worden in de vorm van een theatrale reis door Blackburn (UK) de verschillende etnische gemeenschappen van die stad dichter bij elkaar gebracht. ‘Stesti’ gaat over respect, begrip en oprechte interesse in elkaar. ‘Moutons’ (schapen) is een wandeling door Frankrijk en gaat over het kuddegedrag van mensen en over de vraag waar ons eten vandaan komt. In ‘I’land’ wordt de schoonheid van de duisternis ervaren: een duistere theatrale belevenis van twaalf uur waarin het publiek loskomt van het alledaagse. ‘Forum 2018’ is een theatraal en wetenschappelijk forum tijdens de tweede Biënnale van Drenthe, waarin de PeerGrouP onder meer inzoomt op de waarde van locatietheater voor het platteland en waarin de groep terugblikt op de twee Radiusprojecten.
In internationaal verband gaat de groep samenwerken in het Europese project Rural Routes, dat zich richt op artistieke samenwerking in producties en maatschappelijk onderzoek naar de identiteit en de waarden van het platteland in Europa.

In de periode 2017-2020 speelt De PeerGrouP honderd voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 399.000 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 30.000 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 429.000 euro.

Historie

De PeerGrouP ontvangt in de periode 2013-2016 een structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten in het kader van de meerjarige activiteitenregeling 2013-2016.

Het Fonds volgt de door haar meerjarig gesubsidieerde instellingen door meerdere adviseurs de voorstellingen en/of concerten te laten bezoeken. In de periode 2013-2016 hebben adviseurs van het Fonds zes voorstellingen van vier verschillende producties van de PeerGrouP bezocht.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als voldoende.

De PeerGrouP is een theatergroep die diep geworteld is in de noordelijke regio van het land. De rode draad in de projecten van de PeerGrouP wordt gevormd door het rurale karakter van de streek. De thema’s van de voorstellingen zitten dicht op de huid van de bewoners. Zij werken vaak mee aan de totstandkoming en de uitvoering van de projecten. De artistieke kern van de PeerGrouP maakt theaterproducties, daarbij veelal omringd door grote groepen vrijwilligers, met kennis van zaken, vakmanschap en humor. Aan het engagement met de directe omgeving ontleent de PeerGrouP een groot deel van zijn signatuur. De commissie waardeert die insteek. Het geeft de voorstellingen van de PeerGrouP een zekere kracht, omdat daarmee verbinding, betrokkenheid, geloofwaardigheid en eigenheid worden voortgebracht. Het gezelschap weet verder de locaties met de specifieke eigenschappen ten volle te benutten om beelden te creëren of om de toeschouwer anders naar de ruimte te laten kijken. De commissie is echter ook kritisch over de kwaliteit van de producties in de afgelopen periode. Het vakmanschap komt daarin minder goed uit de verf. Dit heeft te maken met de inzet van veel niet-professionele acteurs, waardoor de acteerprestaties matig zijn, zoals onder meer te zien is in ‘Het verdwenen veen’, ‘Once upon a time in het veen’ en ‘Een Midzomernachtsdroom’. Ook de spelregie is niet in alle voorstellingen even sterk. In ‘Once upon a time in het veen’ verdrinkt het verhaal regelmatig in de weidsheid van het beeld en is de handeling vaak te klein en te weinig uitgesproken om de publiekstribune echt te kunnen bereiken. De zeggingskracht wordt ook afgezwakt door het gebruik van verschillende speelstijlen in een voorstelling. Verder vindt de commissie de verhaallijn in de voorstellingen vaak dun. Waar de PeerGrouP de bewoners in de voorbereidende of omkaderende projecten rechtstreeks weet te raken met de aangereikte onderwerpen, blijven de voorstellingen zelf vaak aan de oppervlakte. Een diepere gelaagdheid ontbreekt, zoals volgens de commissie het geval is in ‘Grutte Pier’. Ook in ‘Het verdwenen veen’ wordt het veelbelovende thema van de van het platteland wegtrekkende jeugd nergens spannend of schurend uitgewerkt. Uit de beelden spreekt geregeld weinig verrassing of verbeeldingskracht, waardoor de beleving van de toeschouwer beperkt blijft.

In de plannen voor de komende jaren zet de PeerGrouP in op een beweging binnen de werkwijze die de commissie boeiend vindt. De grote lijn die de groep uitzet, ‘Radius’, past goed in het oorspronkelijke profiel van de organisatie: één plek op de kaart wordt grondig bestudeerd om van daaruit de plaats te bepalen ten opzichte van de rest van de wereld. Daarbij houdt de groep vast aan het uitgangspunt dat er altijd raakvlak is met het platteland; het rurale leven blijft het uitgangspunt. De commissie waardeert de grondigheid van het proces, waarbij wetenschap, lokale kennis en kunst samen worden gebracht. De aanvraag heeft de commissie er dan ook van overtuigd, dat de worteling van de groep in de regio en de expertise op het terrein van het landschap, de ecologie en de samenleving nog verder zullen groeien. De commissie verwacht dat de PeerGrouP zijn signatuur de komende jaren zal weten te verstevigen door de keuze van deze werkwijzen en projecten.
Zij is er op basis van de beschreven plannen echter nog niet van overtuigd dat deze opzet zal leiden tot prikkelende en gelaagde voorstellingen die getuigen van zeggingskracht. Daarvoor vindt zij de uitwerking in de plannen nog te summier. Deze richten zich vooral op de inhoud en de werkwijze. Over de vorm van de uiteindelijke voorstelling en vooral over hoe alle research zal gaan leiden tot kwalitatief aansprekende voorstellingen wordt weinig vermeld. In de research is veel ruimte voor wetenschappers die in staat zijn om kritische vragen te stellen en bijzondere zienswijzen naar voren te brengen. Over de vertaling daarvan naar theatrale vormconcepten blijven de projectplannen echter nog erg aan de oppervlakte. Ook is het gezelschap niet erg duidelijk over de regisseurs die aan de projecten zullen zijn verbonden. De groep werkt de rol van Koos Terpstra in de plannen niet uit. Die rol lijkt zich te beperken tot de regie van één productie.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als ruim voldoende.

De PeerGrouP kan bogen op een jarenlange ervaring in het maken van theatervoorstellingen van verschillende groottes en op uiteenlopende locaties. De verbinding met de noordelijke regio en zijn bewoners is sterk. Dat komt onder meer tot uiting in de vele samenwerkingsverbanden met relevante partners binnen en buiten de kunstensector. De organisatie is gedegen en in financieel opzicht gezond.

De plannen met de daarbij behorende begroting voor de periode 2017-2020 geven de commissie het beeld van stabiliteit en soliditeit. Zo gaan de plannen voor de komende jaren uit van een handhaving van het activiteitenniveau van de voorgaande periode. De begroting van de PeerGrouP voor 2017-2020 sluit logisch aan op de inhoudelijke plannen en ligt in lijn met de resultaten van voorgaande jaren. De commissie vindt dat de PeerGrouP weinig ambitie toont als het aankomt op het genereren van eigen inkomsten. De verhouding tussen de eigen inkomsten en de overheidssubsidies verandert in de komende jaren nagenoeg niet ten opzichte van voorgaande jaren. De werkwijze van de PeerGrouP, waarin een grote mate van maatschappelijke participatie centraal staat, zorgt in de ogen van de commissie voor veel mogelijkheden op het terrein van externe financiering. De commissie vindt dat de PeerGrouP een laag aandeel eigen inkomsten heeft ten opzichte van de subsidies van overheidswege. Gezien deze overwegingen is de commissie van mening dat de groep te weinig ambitie heeft getoond in de aanvraag als het aankomt op het genereren van eigen inkomsten. Binnen de PeerGrouP is veel ervaring en expertise op het terrein van locatietheater. Dit is bij uitstek een theatervorm waar in de realisatie vaak onverwachte ontwikkelingen optreden met financiële gevolgen. De PeerGrouP laat in de aanvraag en de begroting zien deze valkuilen in beeld te hebben.

De commissie is positief over de positie die de publieksbenadering inneemt binnen de organisatie van de PeerGrouP. De missie en de aard van de activiteiten van de PeerGrouP brengen met zich mee, dat de doelgroep duidelijk in beeld is: het vertellen van thema's en verhalen van het platteland in samenwerking met haar bewoners. De projecten worden dan ook vaak niet alleen voor, maar ook met deze mensen gemaakt of ze zijn zelf het onderwerp van een project. De plannen geven in de ogen van de commissie blijk van een heldere visie op de doelgroepen en op de plek in het veld. De communicatiemiddelen die de PeerGroup inzet, liggen in lijn met deze manier van werken. Doordat de inwoners van het dorp of de streek waar een project neerstrijkt, geregeld worden betrokken bij de ontwikkeling van dat project, genereert de PeerGrouP naamsbekendheid en verbondenheid van het publiek. De commissie is wel kritisch over de gemiddelde publieksopkomst van circa honderd bezoekers per voorstelling. Zij vindt dit bereik enigszins beperkt, vooral in relatie tot de kosten die worden gemaakt voor die voorstellingen. In het licht van deze verhouding mist de commissie een kritische reflectie en concretere plannen op het terrein van het publieksbereik, mede gezien de grootschalige voorstellingen die in de komende periode op stapel staan.

Pluriformiteit

De bijdrage aan de pluriformiteit beoordeelt de commissie als ruim voldoende.

De instelling maakt beeldend locatietheater, met een aan community-art verwante werkwijze. Omdat er zowel binnen de Basisinfrastructuur als in het ongesubsidieerde circuit relatief weinig gezelschappen zijn die vergelijkbaar aanbod maken, vindt de commissie dat de PeerGrouP zich onderscheidt van dit aanbod. De bijdrage van het werk aan dit aanbod is echter niet uniek. De commissie oordeelt daarom dat het werk van de PeerGrouP een aanzienlijke bijdrage levert aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als goed.

De instelling is gevestigd in Donderen, Drenthe, waar het podiumkunstenaanbod zeer gering is. Verder constateert de commissie dat de PeerGrouP het overgrote deel van de voorstellingen in de noordelijke regio heeft gespeeld in afgelopen jaren en zal spelen in de komende periode. Vooral de provincie Drenthe is daarbij speerpunt. Vanwege het feit dat het aanbod van Peergroup grotendeels locatiegebonden is en vanwege de bijzondere rol die Peergroup heeft voor het aanbod in Drenthe beoordeelt de commissie de bijdrage aan de spreiding als groot.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert om de bijdrage talentontwikkeling niet toe te kennen.

De bijdrage voor talentontwikkeling is bedoeld voor de begeleiding van jonge makers bij het ontwikkelen van locatieprojecten. De makers kunnen werken aan eigen kleine projecten die ze zelf ontwikkelen met advies van de PeerGrouP of ze draaien mee in de grotere PeerGrouP-projecten onder de directe leiding en het mentorschap van een ervaren medewerker van het gezelschap. Daarnaast maakt De PeerGrouP deel uit van ‘Station Noord’, dat bestaat uit samenwerkende podiumkunstorganisaties in Noord-Nederland. Verder werkt de PeerGrouP op het gebied van talentontwikkeling op overkoepelend niveau samen met Oerol. De commissie is van mening dat in de plannen voor de talentontwikkelingstrajecten van van de PeerGrouP te weinig de nadruk ligt op de ontwikkeling van de jonge makers en te veel op de specifieke werkwijze van de PeerGrouP, waardoor de ontwikkeling van een eigen signatuur van de makers wordt beperkt. Verder vindt de commissie de activiteiten in het kader van ‘Station Noord’ en de samenwerking met Oerol weinig concreet uitgewerkt. Tot slot is het gevraagde bedrag niet financieel onderbouwd.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van de PeerGrouP te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 429.000
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel802.500€ 200.000
Circuit groot206.200€ 124.000
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 399.000
Toegekend bedrag per editie€ 399.000