MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

LUDWIG

Inleiding

LUDWIG is gevestigd in Amsterdam en vertegenwoordigt een collectief van musici en creatieve denkers dat zich, naar gelang het artistieke concept, in verschillende vormen manifesteert. De zakelijke leiding is in handen van Derk van der Kamp en op artistiek vlak is Peppie Wiersma verantwoordelijk. LUDWIG streeft ernaar om op een hernieuwde, oorspronkelijke wijze een verbinding met zijn toehoorders aan te gaan. Het gezelschap wil de kracht van muziek optimaal over het voetlicht brengen en is daarbij overtuigd van de waarde die schuilt in grensoverschrijdende samenwerking. Tot de kernactiviteiten behoren het initiëren en ontwikkelen van concepten en projecten op cultureel-maatschappelijk gebied en het uitvoeren daarvan, al dan niet in samenwerking met partners. LUDWIG presenteert zichzelf bij concerten, evenementen, voorstellingen en multidisciplinaire performances. De projecten worden vanuit een vooraf bepaalde context ontwikkeld, waarbij publiek, plek, partners, presentatie en programma onlosmakelijk met elkaar verbonden moeten zijn. LUDWIG beschouwt zijn rol daarin als curator. Door voor ieder project de meest geëigende musici en partners te kiezen, stelt de organisatie zich vrij te kunnen bewegen buiten de gebruikelijke grenzen van repertoirekeuze, vorm, stijl of zelfs discipline. Naast het werken in opdracht worden ook projecten in samenwerking of in eigen beheer ontwikkeld.

In de periode 2017-2020 zal LUDWIG verschillende projecten in opdracht realiseren, in samenwerking met verschillende partners en in eigen beheer. Als opdrachtgevers worden onder meer Stichting Omroep Muziek, Radio 4, het Oranjewoud Festival en Felix Meritis genoemd. De eerdere samenwerking met Barbara Hannigan moet een meer structurele vorm krijgen, doordat zij als LUDWIGs ‘Best Friend Forever’ een honorair dirigentschap gaat vervullen. Met haar worden programma’s en concepten ontwikkeld die internationaal uitgezet kunnen worden. Daarnaast staan opnames in samenwerking met haar Londense agent en artiesten van het label Outhere Music op stapel. In samenwerking met Cappella Amsterdam wordt gewerkt aan een serie muziektheatrale concepten: ‘De Nachtwakes’. In 2017 betreft het muziek van Bach tot Vivier en in 2018 een double bill van Wolfgang Rihms ‘Vigilia’ en de ‘Lamentaties’ van Thomas Tallis. LUDWIG zal zich bij LUSTR voegen in de producties van de ‘Kinder Matteüs’ en krijgt carte blance voor twee programma’s binnen Festival Classique. Samen met TodaysArt en 4D Sound wordt gewerkt aan ‘Past-present-future-programma’s’ op het grensvlak van 20e-eeuwse gecomponeerde muziek en Electronic Dance Music. In eigen beheer zal er onder meer gewerkt worden aan een nieuwe presentatievorm van Mendelssohns/Shakespeares ‘Midzomernachtdroom’ en een nieuwe multimediale productie met werk van componist Piet-Jan van Rossum. Met ‘LUDWIG en het Brein’ worden vanuit de wetenschap en zorg avondvullende programma’s ontwikkeld onder de titel ‘Brainwaves’.

In de periode 2017-2020 speelt LUDWIG 61 voorstellingen en/of concerten per jaar op kleine/middelgrote en grote podia. Het gevraagde subsidiebedrag is 329.500 euro.

Historie

Stichting LUDWIG ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door LUDWIG beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstellingen en/of concerten ‘NTR ZaterdagMatinee - LUDWIG loves Barbara’, ‘Grachtenfestival Meesterlijk! - LUDWIG & Rosanne’ en ‘Radio 4 Hart & Ziel Concert’.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit van LUDWIG als voldoende.

Zij spreekt haar waardering uit voor het vakmanschap dat de individuele musici over het algemeen laten horen. Het niveau daarvan is volgens haar hoog. In enkele concertprogramma’s resulteren deze muzikale kwaliteiten dan ook in een helder en verfrissend orkestgeluid. Dit is volgens haar zeker het geval tijdens de concerten met solist en dirigent Barbara Hannigan. LUDWIG heeft daarmee bewezen dat de keuze om interessante samenwerkingen aan te gaan, een juiste is. Met de samenwerkingen heeft de aanvrager aansprekende initiatieven met een innovatief podiumbeeld laten zien, die een potentieel divers publiek aanspreken. Hierdoor wordt volgens de commissie een grote zeggingskracht bereikt. In de projecten die het artistieke kernteam vormgeeft zonder aansprekende solisten, mist de commissie echter deze kwaliteiten. Er is sprake van een aansprekend collectief, maar dat heeft als zodanig nog geen duidelijke eigen artistieke signatuur opgeleverd. De commissie is kritisch over de samenstelling van het ensemble in een aantal concerten. Zij vindt dat de musici niet altijd goed genoeg op elkaar zijn ingespeeld en dat daardoor het samenspel voor verbetering vatbaar is.

LUDWIG wil voor de periode 2017-2020 opnieuw experimenteren met de concertvorm en zijn lijn van samenwerkingsverbanden uitbreiden en verstevigen. Zoals eerder vermeld is de commissie enthousiast over de samenwerking met Barbara Hannigan. Zij vindt echter ook dat in de plannen sprake is van een veelheid aan ideeën, programma’s, partners en concepten die op artistiek-inhoudelijk vlak slechts summier zijn uitgewerkt. Door deze veelheid is de commissie niet overtuigd dat de eigen artistieke signatuur die het ensemble wil uitdragen voldoende zichtbaar zal zijn. Bij veel programma’s wordt bovendien geen inzicht in het te spelen repertoire gegeven. Zo wordt er bijvoorbeeld geen artistiek-inhoudelijke informatie gegeven over de opera zonder zangers van Piet-Jan van Rossum. De commissie kan zich op basis van de beschreven plannen onvoldoende een beeld vormen van de zeggingskracht die van deze producties uit zal gaan.

Positief is de commissie over de thematiek en de sociaal-maatschappelijke aspecten van de meeste producties. Zij is er op basis van de voorgenomen plannen echter niet van overtuigd dat LUDWIG zijn ambities op dit vlak de komende jaren gaat verwezenlijken. In de beschrijving van de producties komen de ambities ten aanzien van een andere opstelling op het podium, bijzondere locaties en de speelwijze nauwelijks naar voren. Dat doet volgens de commissie ook afbreuk aan het vertrouwen in de zeggingskracht van de concerten. Reflectie op repetities en hoe de selectie van de musici plaats zal vinden, ontbreekt in de plannen. Al met al mist de commissie een concrete uitwerking van de producties, waardoor zij weinig vertrouwen heeft dat er daadwerkelijk een nieuwe concertvorm binnen het klassiekemuzieklandschap wordt ontwikkeld.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als zwak.

De commissie constateert dat de relatief jonge stichting de afgelopen periode met bijdragen uit publieke en private middelen haar activiteiten heeft gerealiseerd. Op basis van de aangeleverde jaarcijfers constateert de commissie dat de liquiditeit en solvabiliteit van de organisatie stabiel zijn.

De commissie vindt de ontwikkeling van de eigen inkomsten die LUDWIG ambieert voor de periode 2017-2020 weinig aannemelijk. Over de afgelopen periode laten de cijfers een redelijk stabiele stijging zien, maar deze staat niet in verhouding tot de verwachte groei voor de komende jaren. Tot nu toe zijn bijvoorbeeld nog nauwelijks inkomsten gegenereerd uit recettes, terwijl LUDWIG daar een behoorlijke groei in voorziet. De commissie vindt het positief dat de organisatie naar een gedifferentieerde samenstelling van de inkomstenbronnen streeft, maar mist een duidelijke strategie die ten grondslag ligt aan de verwachte stijging van de eigen inkomsten. LUDWIG geeft in de plannen een toekomstvisie op de totale begrotingsontwikkeling, waarbij er in stappen een professionalisering doorgevoerd wordt. Die professionalisering gaat echter gepaard met een explosieve groei van de totale lasten, die de commissie onvoldoende gemotiveerd vindt. De activiteitenlasten zijn volgens haar onvoldoende toegelicht. Het aantal concerten zal de komende periode iets minder dan verdubbelen, maar de activiteitenlasten zullen ten opzichte van het meest recente jaar meer dan verviervoudigen. De commissie kan uit de plannen ook niet opmaken wat de omvang van de bezetting binnen de voorgenomen producties is, waardoor onduidelijk is of hier een deel van de verklaring ligt. Ook vindt zij de geformuleerde strategie bij tegenvallers zeer summier. Er wordt bijvoorbeeld niet gereflecteerd op de gevolgen van het uitblijven van de zeer ambitieuze groeiverwachtingen op het gebied van bezoekersaantallen.

De commissie vindt dat de organisatie geen goed zicht heeft op de beoogde doelgroepen. LUDWIG schetst een te algemeen beeld van de verschillende doelgroepen en daarnaast mist de commissie een uitwerking van de relatie tussen dit publiek en het ensemble. De doelgroepen worden voornamelijk beschreven vanuit de verschillende concertseries van het ensemble. De commissie denkt niet dat aan de hand van deze werkwijze een eigen publiek kan worden opgebouwd. Dit geldt ook voor de manier waarop LUDWIG zich positioneert richting het publiek. De organisatie beschrijft een innovatieve werkwijze, waarin ze door middel van bijzondere locatieconcerten haar publiek opzoekt. Zo zijn er ook stappen gezet om op sociaal-maatschappelijk niveau verschillende partners te binden en hierdoor een publiek te bereiken dat niet gewend is om naar klassieke concerten te gaan. De commissie vindt dat er met onderzoek in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, het opzetten van een nieuwe website en het vinden van een vaste partner op het gebied van publiciteit goede stappen zijn gezet. Vooralsnog is zij echter van mening dat de koppeling met verschillende doelgroepen zo veelomvattend is dat zij daarin nauwelijks een concrete of overtuigende strategie kan ontwaren.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als neutraal.

Het aanbod plaatst de commissie binnen het genre klassieke muziek. Dit genre is zowel binnen het gesubsidieerde circuit als daarbuiten in ruime mate vertegenwoordigd. De commissie is van mening dat de presentaties van LUDWIG wel een bijzondere vorm kennen, maar in de basis blijft sprake van een klassiek concert. Daarnaast is er een grotere groep ensembles actief bij wie andere vormen van podiumpresentatie integraal onderdeel zijn van de reguliere praktijk. Daarmee leveren de concerten van LUDWIG geen bijzondere bijdrage aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als voldoende.

De instelling is gevestigd in Amsterdam, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. Verder constateert de commissie dat LUDWIG in de periode 2013-2015 regelmatig heeft gespeeld in Amsterdam. Daarnaast heeft LUDWIG in vergelijking met andere podiumkunstinstellingen een substantieel aandeel van zijn concerten in andere steden en regio’s gespeeld. In de komende periode staat de aanvrager een vergelijkbare spreiding voor ogen. Daarmee levert LUDWIG een beperkte bijdrage aan de spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

Niet van toepassing.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van LUDWIG niet te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 329.500
Geadviseerd bedrag per jaar€ 0
Toegekend bedrag per jaar€ 0