MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

LASWERK (DUDA PAIVA COMPANY)

Inleiding

Stichting Laswerk is gevestigd in de Laswerkplaats Amersfoort. De Laswerkplaats is een professioneel atelier waar (theater)makers kunnen werken aan producties en onderzoek. De stichting heeft ook producerende activiteiten, waaronder de Duda Paiva Company. Dit beeldende theatergezelschap bestaat inmiddels tien jaar met als artistieke spil de Braziliaans-Nederlandse danser en poppenspeler Duda Paiva. Duda Paiva Company maakt beeldend theater in een combinatie van dans en poppenspel en cross-overs met andere disciplines. Zowel op nationaal als internationaal niveau werkt de organisatie samen met andere culturele instellingen, op zoek naar dialoog en kruisbestuiving. De Duda Paiva Company stelt zich ten doel de kwaliteit en het idioom van visueel theater verder te ontwikkelen en de publieke belangstelling voor deze discipline te vergroten. Duda Paiva’s dansachtergrond is van doorslaggevend belang geweest voor de manier waarop hij theater maakt en zijn poppen en objecten tot leven brengt: hij maakt dans met poppen. In deze cross-overtechniek is het fysieke het uitgangspunt. De theatermaker wil met zijn producties moderne dans toegankelijk maken voor ongeoefende kijkers. Hij wil communicatie met het publiek laten ontstaan door met behulp van poppen de afstand te verkleinen tussen kijken en bekeken worden. Voor de producties kiest Duda Paiva onderwerpen die dicht bij zijn eigen belevingswereld liggen. Via de dans en de poppen wil hij de universele actualiteit ervan benadrukken en delen. Terugkerende thema’s zijn: ‘het (on)vermogen om te zien’ en ‘de manier waarop de mensen gezien willen worden’.

Duda Paiva Company maakt in 2017­2020 vier nieuwe producties en produceert één internationaal samenwerkingsproject. In 2017 speelt de groep de jeugdvoorstelling ‘Parade van de Legendes’. Dit is een zogenoemde ‘Cabricus’ (half cabaret, half circus), waarin een aantal mythologische figuren de arena betreedt. Zij confronteren het jonge publiek met hun wonderlijke, soms wrede verhalen. In 2018 volgt ‘Zwijnenmeer’, de eerste grotezaalproductie van Duda Paiva Company in coproductie met het Nederlands Blazers Ensemble. De voorstelling wordt een interpretatie van het beroemde ‘Zwanenmeer’ van Tsjaikovski, waarin vier zwijnen over het toneel dartelen. Zij denken dat zij mooi, elegant en wendbaar zijn. Als plotseling een echte zwaan in hun midden verschijnt, keert het lot en worden de zwijnen geconfronteerd met de harde, vreselijke realiteit van hun eigen natuur. ‘Room 5’ wordt gespeeld in 2019, in samenwerking met Stuffed Puppet Theatre en Nordland Visuel Theatre (Noorwegen). Het stuk is een macaber drama dat zich voltrekt in een psychiatrische inrichting. Het is een voorstelling vol grappige situaties over rollenspel, meervoudige persoonlijkheidsstoornissen en therapeutische behandelingen. In 2020 speelt de voorstelling ‘Alair Gomes – Symphonie of Erotic Icons’. Het gaat over het werk van Alair Gomes, de omstreden Braziliaanse homoseksuele fotograaf die op 71-jarige leeftijd werd vermoord. Voor 2017-2019 staat ‘Refugee Body’ gepland, een internationaal samenwerkingsprogramma met Korzo, Nordland Visual Theatre (Noorwegen) en Focus Cia de Dança (Brazilië). Het stuk gaat over de manier waarop leden van een inheemse bevolkingsgroep met elkaar omgaan; over hun oude rituelen, spiritualiteit, morele waarden en respect voor elkaar.

In de periode 2017-2020 speelt Duda Paiva Company tachtig voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 275.000 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 15.000 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 290.000 euro.

Historie

Stichting Laswerk ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door Stichting Laswerk beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstellingen ‘Blind’, ‘Grieken’ en ‘Break a Legend’.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als ruim voldoende.

De recente voorstellingen van poppenspeler Duda Paiva zoals ‘Blind’, ‘Greeks’ en ‘Break a Legend’ getuigen volgens de commissie in hoge mate van vakmanschap. De commissie vindt Duda Paiva een bijzondere en uiterst vaardige poppenmaker en -speler. Hij is in staat om de grenzen tussen de pop en de speler in het midden te laten, niet alleen fysiek maar ook in het spel. Hij maakt op virtuoze wijze poppen en objecten tot 'levende' personages. Kenmerkend voor het werk van Duda Paiva vindt de commissie de organische wijze waarop de maker zijn dansachtergrond combineert met het poppenspel. Zijn ervaringen als danser zet hij in om voorstellingen te maken waarbij de dans en het poppenspel elkaar versterken. Zijn voorstellingen getuigen van veel vakmanschap op beide gebieden. De thematiek die Duda Paiva daarbij kiest, draagt eveneens bij aan de oorspronkelijkheid en aan de specifieke signatuur van het werk. De commissie plaatst wel een kritische kanttekening bij de zeggingskracht van de voorstellingen. De surrealistische wereld die Duda Paiva in zijn voorstellingen laat ontstaan en de publieksparticipatie dragen bij aan het gevoel van beleving bij het publiek. Maar deze ingrediënten staan nog niet garant voor voorstellingen die van begin tot het eind blijven boeien. In bijvoorbeeld ‘Blind’, ‘Greeks’ en ‘Break a Legend’ wordt de spanning in de loop van de voorstellingen minder. In de visie van de commissie gebeurt dit, doordat het verhaal ondergeschikt is aan de vorm. De verhalen missen daardoor een spanningsboog en gelaagdheid die de aandacht van het publiek kunnen vasthouden.

In de plannen voor de komende jaren geeft Duda Paiva inzicht in zijn persoonlijke motieven om de voorstellingen te maken en te spelen. Met de inzet van poppen en objecten worden herkenbare, menselijke emoties uitvergroot en van een magische dimensie voorzien. De commissie vindt dat Duda Paiva met deze motivatie bij de productieplannen, waarin hij zijn verworvenheden als danser/poppenspeler inzet, zijn eigen herkenbare signatuur als performer benadrukt. De commissie mist in de aanvraag echter een bredere ontwikkeling van Duda Paiva als theatermaker. De aanvraag kondigt nieuwe samenwerkingsverbanden aan zoals met het Nederlands Blazers Ensemble en Stuffed Puppet Theatre. Door met deze gezelschappen samen te werken en zo andere disciplines toe te voegen, wil Duda Paiva artistieke uitdagingen aangaan, grenzen verleggen en het eigen idioom verrijken. Die ambities zetten aan tot een ontwikkeling van zijn artistieke handtekening, maar de commissie mist het effect daarvan nog in het artistieke werk. Zij vindt de samenwerking met het Nederlands Blazers Ensemble veelbelovend. Tegelijkertijd constateert zij, dat Duda Paiva in de aanvraag niet reflecteert op de invloed die deze samenwerking over en weer teweeg kan brengen, wat het effect daarvan zal zijn op vooral de signatuur van de maker en op de zeggingskracht van zijn werk. Duda Paiva Company kondigt in die plannen ook een samenwerking aan met een dramaturg, om het gezelschap op nieuwe sporen te zetten en te inspireren. Op zijn beurt zal Duda Paiva de dramaturg vertrouwd maken met de specifieke zeggingskracht van de dans met foamsculpturen. Deze artistieke wisselwerking moet leiden tot een helder werkproces en resultaat voor het publiek. De commissie is positief over deze samenwerking vanwege de verwachte invloed op de spanningsboog en daarmee op de zeggingskracht van de voorstellingen van Duda Paiva Company. De commissie had op dit punt echter wel graag meer uitwerking gezien, zoals de naam van de beoogd dramaturg.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als zwak.

Duda Paiva Company maakt onderdeel uit van Stichting Laswerk. Met Duda Paiva heeft Stichting Laswerk de Duda Paiva Company opgericht. Naast het werk voor Duda Paiva Company voert Stichting Laswerk projecten uit en doet zij werkzaamheden voor andere makers. Bij de beoordeling van het ondernemerschap vormt deze organisatievorm voor de commissie een belemmering, omdat in de aanvraag niet wordt toegelicht hoe Duda Paiva Company en de andere activiteiten van Stichting Laswerk zich tot elkaar verhouden. Daardoor vindt de commissie de gekozen constructie ondoorzichtig. De aanvraag heeft de commissie er niet van kunnen overtuigen dat er geen conflict van belangen en/of vermenging van financieringsstromen tussen Duda Paiva Company en andere onderdelen van Stichting Laswerk zal optreden.

De ambities die Duda Paiva Company voor de komende jaren formuleert, zijn: artistieke groei, bedrijfsmatige continuïteit en het verwerven van eigen inkomsten. Het valt de commissie op, dat deze ambities zich moeilijk verhouden tot de begroting. Die vertoont vooral een sterke verhoging van de honoraria voor de artistieke en zakelijke leiding en een nieuwe marketingmedewerker. De activiteitenlasten stijgen ook, maar veel minder sterk. De commissie ziet in deze keuzes geen verband met de artistieke groei die in de aanvraag wordt genoemd. Verder moet de verhoging aan de kostenkant van de begroting voornamelijk door de meerjarige subsidie van het Fonds worden gefinancierd; de eigen inkomsten stijgen nauwelijks in de komende periode. De aanvrager zoekt weinig naar meerdere inkomstenbronnen om de begroting op te baseren. De commissie ziet hierin te weinig ambitie op het vlak van ondernemerschap. Zij is op zich positief over het feit dat de aanvrager inzet op een relatief hoog percentage eigen inkomsten. De begroting voor de komende jaren komt echter niet overeen met dit streven. Afgezet tegen voorgaande jaren ziet de commissie dat het aandeel eigen inkomsten de komende jaren juist kleiner zal worden in verhouding met de overheidssubsidies. Ook wil het gezelschap de publieksopkomst per voorstelling laten groeien met 20 procent. Deze groei vertaalt zich echter niet in de bergote publieksinkomsten. Deze dalen eerder dan dat zij stijgen ten opzichte van voorgaande jaren. De kosten voor de nieuw aan te stellen marketingmedewerker drukken op de begroting, maar de publieksinkomsten die hij of zij zal moeten genereren, stijgen niet ten opzichte van de vorige periode. Dat vindt de commissie geen efficiënte bedrijfsvoering.

Het publieksbereik van de voorstellingen van Duda Paiva Company is groot: de groep trekt een hoog aantal bezoekers per voorstelling. De samenwerking met een professioneel bureau als Frontaal is gunstig voor de verkoop van de voorstellingen. Ook de andere partners hebben grote netwerken die kunnen worden ingezet voor het publieksbereik, maar de beoogde stijging van het publieksbereik met 20 procent wordt in de ogen van de commissie niet gedragen door een overtuigend pakket aan maatregelen. Zo benoemt het gezelschap de doelgroepen in de aanvraag in zeer algemene zin; de verschillende categorieën van doelgroepen vindt de commissie een ongerichte opsomming. Daar komt bij dat de aanvrager in het plan om publiek te benaderen alleen de standaardmiddelen noemt. Het is in de ogen van de commissie geen plan van aanpak dat specifiek gericht is op het werven van meer publiek of nieuw publiek per voorstelling.

Pluriformiteit

De bijdrage aan de pluriformiteit beoordeelt de commissie als ruim voldoende.

Het aanbod plaatst de commissie binnen het poppen- en objecttheater. Deze discipline van het theater is beperkt zichtbaar in de Basisinfrastructuur en in het ongesubsidieerde circuit. Daarmee is sprake van onderscheidende activiteiten. De bijdrage die het werk levert aan de pluriformiteit is echter niet uniek; er zijn groepen die vergelijkbaar aanbod maken. De commissie beoordeelt dat het werk van Duda Paiva Company een aanzienlijke bijdrage levert aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als zeer goed.

De instelling is gevestigd in Amersfoort, waar het podiumkunstenaanbod vergeleken met grotere steden vrij klein is. Verder constateert de commissie dat Duda Paiva Company in relatie tot andere podiumkunstinstellingen in de afgelopen jaren een hoog aandeel voorstellingen heeft gespeeld op plekken buiten de grote steden. In de komende periode staat de aanvrager een nog iets grotere spreiding van de voorstellingen voor ogen. De commissie verwacht dat het gezelschap de beoogde spreiding zal kunnen realiseren. De commissie vindt daarom dat Duda Paiva Company een zeer grote bijdrage levert aan de geografische spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert de bijdrage voor talentontwikkeling niet toe te kennen.

Die gevraagde bijdrage betreft een driestappentraject voor de ontwikkeling van eigen talent op het gebied van de manipulatietechniek van pop en danser. Dit traject is onderdeel van het internationale samenwerkingsproject ‘Refugee Body’. Duda Paiva heeft specifieke expertise op het terrein van dans en poppenspel. In dat opzicht staat de commissie erachter als een dergelijke maker zijn expertise overbrengt op jonge makers. Echter, de aanvraag voor talentontwikkeling betreft geen specifieke activiteiten die los kunnen worden gezien van de reguliere activiteiten van het gezelschap. Zij lopen door de reguliere activiteiten heen, namelijk de productie ‘Refugee Body’. Bovendien heeft Stichting Laswerk de hoogte van de gevraagde bijdrage niet overtuigend onderbouwd.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Stichting Laswerk te honoreren voor zover het budget dat toelaat.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 290.000
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel802.500€ 200.000
Circuit groot00€ 0
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 275.000
Toegekend bedrag per editie€ 0