MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

ICKAMSTERDAM

Inleiding

Stichting International Choreographic Arts Centre (ICK) is een platform voor hedendaagse dans in Amsterdam. Het is opgericht door artistiek leiders Emio Greco en Pieter C. Scholten (EGPC). De visie van ICK komt voort uit hun manifest ‘De 7 noodzakelijkheden’ uit 1995. Sinds de aanstelling van EGPC in 2014 als directie van Ballet National de Marseille Centre Choregraphique (BNM) verdelen de twee mannen hun aanwezigheid tussen Marseille en Amsterdam en werken daarbij minimaal 20 uur per week voor ICK. Het artistieke team bestaat verder uit een dramaturg, een curator, een researcher, een academiecoördinator en een algemeen artistiek coördinator in de persoon van Michiel Nannen. ICK wordt het ‘huisgezelschap’ van Theater de Meervaart in Amsterdam en zal daar komende periode zijn intrek nemen. De directeur van de Meervaart, Andreas Fleischmann, is in 2015 aangesteld als zakelijk intendant van ICK.

Centraal in de plannen voor de periode 2017-2020 staan het uitbouwen van het platform, het opbouwen van een hedendaags dansrepertoire met internationaal opererende choreografen en het interlokaal werken. Interlokaal werken is in de visie van ICK: gestalte geven aan een artistieke, culturele en zakelijke uitwisseling door de relatie tussen ICK en Theater de Meervaart te combineren met een samenwerking van ICK en BNM.

Vanaf 2017 wordt een nieuwe structuur geïntroduceerd met een binnen- en een buitencirkel. De binnencirkel bestaat uit het werk van EGPC en andere makers. De buitencirkel richt zich op talentontwikkeling, educatie en onderzoek. ICK functioneert daarbij naar eigen zeggen als een netwerkorganisatie, die steeds op zoek is naar nieuwe verbindingen en die samenwerkt met een groot aantal lokale, nationale en internationale partners. De activiteiten zijn georganiseerd in drie pijlers. In de pijler ‘Gezelschap’ wordt hedendaags dansrepertoire geproduceerd door EGPC en een vijftal andere kunstenaars. EGPC zal zelf twee grootschalige producties maken: ‘Kindertotenlieder’ in 2017 en ‘Playtime’ in 2020, beide in coproductie met BNM. Daarnaast staan hernemingen van (bewerkte) repertoirestukken gepland zoals ‘Para|diso Revisited’. De andere kunstenaars die binnen de pijler ‘Gezelschap’ zullen werken, zijn: Kris Verdonck, Jan Martens, Emanuel Gat, Marcus Azzini en Gysele Vienne. Met hun specifieke benadering van het (dans)lichaam dragen zij volgens ICK bij aan de verrijking van het Nederlandse dansaanbod. Een vast ensemble van zes dansers biedt ICK de mogelijkheid om het repertoire veelvuldig te laten toeren. Met associated artist Jakop Ahlbom wordt de samenwerking voortgezet. In de pijler ‘Gastkunstenaars’ worden (jonge) talentvolle makers ter zijde gestaan zoals Florentina Holzinger en Arno Schuitemaker. In de pijler ‘Academie’ vinden onderzoeks- en educatieprojecten plaats. Voor de verkoop van de voorstellingen werkt ICK samen met het bureau Alles voor de Kunsten. Met een aantal kerntheaters wordt gesproken over de afname van het gehele aanbod.

Op het vlak van talentontwikkeling participeert ICK in verschillende projecten en samenwerkingsverbanden, met onder andere het Veem, Henny Jurriëns Stichting en Frascati Theater. Bij de verscheidenheid aan activiteiten en de vele samenwerkingsverbanden is het verbindende thema ‘Het Lichaam in Opstand’.

In de periode 2017-2020 speelt ICK honderd voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 585.800 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 117.160 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 702.960 euro.

Historie

ICK ontvangt in de periode 2013-2016 een structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten in het kader van de meerjarige activiteitenregeling 2013-2016.

Het Fonds volgt de instellingen die het meerjarig subsidieert door meerdere adviseurs hun voorstellingen en/of concerten te laten bezoeken. In de periode 2013-2016 hebben adviseurs van het Fonds dertien voorstellingen van zeven verschillende producties van ICK bezocht.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als ruim voldoende.

Zij is van mening dat ICK zich in de afgelopen jaren onder leiding van EGPC heeft weten te ontwikkelen tot een interessant platform voor hedendaagse dans, dat van grote waarde is voor de Nederlandse dans en de internationale reikwijdte ervan. De zeer eigen visie op dans van EGPC heeft zich binnen ICK vertaald naar een structuur waarbinnen wordt samengewerkt met aansprekende eigentijdse choreografen en talentvolle nieuwe makers. Het werk dat vanuit ICK wordt geproduceerd, onderscheidt zich volgens de commissie door een grote diversiteit aan stijlen en uitingsvormen. De producties van gastkunstenaars als Nicole Beutler en Jan Martens (‘The Dog Days Are Over’) vielen op door hun oorspronkelijke en intrigerende zoektocht naar de grenzen van de dans. Uit het eigen werk van EGPC spreekt volgens de commissie behalve vakmanschap ook een enorme liefde voor dans. Zij noemt de manier waarop het oorspronkelijke bewegingsvocabulaire van de makers in hun werk consequent wordt doorgezet fascinerend. Zij is evenwel van mening dat de zorgvuldige en kenmerkende dramaturgie van de voorstellingen van EGPC in de afgelopen jaren aan kracht heeft ingeboet, zoals bijvoorbeeld naar voren kwam in ‘Extremalism’. Hierdoor is het spanningsverloop soms minder geslaagd, waardoor het werk fragmentarischer lijkt. Desondanks staat de zeggingskracht van de producties nog steeds buiten kijf. Dit is volgens de commissie niet in de laatste plaats te danken aan de hoge kwaliteit van het dansersensemble.

In de aanvraag voor de periode 2017-2020 wordt de ingezette koers van de afgelopen jaren op een geloofwaardige manier voortgezet. De commissie is positief over de samenwerking met BNM, die naar haar mening goede kansen biedt op het gebied van internationale culturele uitwisseling. De manier waarop ICK daarbij een spilfunctie wil vervullen, wordt in de aanvraag evenwel matig onderbouwd. Hierdoor is het volgens de commissie onduidelijk hoe deze ambitie zal worden waargemaakt en wat de relevantie hiervan zal zijn voor het gezelschap zelf. Daarnaast constateert de commissie dat de artistieke verantwoordelijkheid van EGPC voor zowel BNM als ICK gevolgen heeft voor de profilering van het Amsterdamse stadsgezelschap. In de aanvraag wordt een grote diversiteit aan interessante projecten gepresenteerd, waarvan vooral de nieuwe voorstellingen van EGPC in samenwerking met BNM tot de verbeelding spreken. Hoewel zij van mening is dat de kunstenaars die zijn uitgenodigd om binnen de pijler ‘Gezelschap’ repertoire te ontwikkelen van goede kwaliteit zijn en verwantschap tonen in hun dansbenadering, is zij er niet van overtuigd dat hun werk zal samenvallen met de signatuur van ICK. Temeer daar het platform zijn kracht voor een belangrijk deel ontleent aan het bijzondere werk van EGPC.

De commissie vindt het positief dat de mogelijke gevolgen hiervan voor de uitstraling en identiteit van ICK in de aanvraag worden onderkend, maar stelt vast dat daarin nauwelijks wordt gereflecteerd op de wijze waarop men hiermee om wil gaan. Het thema ‘Het Lichaam in Opstand’, dat de verschillende projecten en samenwerkingsverbanden met elkaar moet verbinden, wordt in de plannen eveneens summier belicht. Hierdoor wordt niet duidelijk in hoeverre de te ontwikkelen producties van de gastkunstenaars even herkenbaar zullen zijn als het eigen werk van EGPC. Wel verwacht de commissie dat de uitstekende dansers van ICK door hun specifieke bewegingskwaliteit een belangrijke constante zullen vormen binnen de te ontwikkelen voorstellingen. De commissie heeft veel waardering voor de keuze van ICK om zich te vestigen in de Meervaart. Hoewel zij de inbedding van de activiteiten van ICK op deze locatie niet bepaald als vanzelfsprekend beschouwt, kan het werken vanuit een eigen podium in Amsterdam Nieuw-West volgens de commissie van positieve invloed zijn op de artistieke ontwikkeling van het gezelschap.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als ruim voldoende.

ICK is naar haar mening een stabiele en ondernemende organisatie. De cijfers over 2015 laten een goede financiële gezondheid zien en een stevige eigen reserve. De begroting voor de periode 2017-2020 sluit volgens de commissie aan op die van de voorgaande jaren en is in overeenstemming met de aard en de omvang van de activiteiten. Afgezien van een stijging van de beheerslasten, die valt verklaren door de voorgenomen vestiging in de Meervaart, vertonen de kostenposten geen opvallende fluctuaties.

De commissie is evenwel kritisch over de onderbouwing van de ontwikkeling van de eigen inkomsten. De plannen laten een aanzienlijke stijging van publieksinkomsten zien, terwijl ICK in de komende periode minder speelbeurten per jaar wil realiseren en minder bezoekers begroot. De commissie acht de publieksinkomsten hoog ingeschat en wijst in dat verband ook op de problemen die ICK in de huidige subsidieperiode heeft gekend bij het afzetten van zijn voorstellingen. Daarbij stelt zij vast dat het gezelschap de komende jaren sterker afhankelijk is van het welslagen van de producties van de gastkunstenaars met wie het gaat werken. De geraamde inkomsten uit buitenlandse speelbeurten zijn volgens de commissie eveneens fors. Door de internationale bekendheid van het werk van EGPC acht zij deze evenwel haalbaar. De commissie waardeert het dat de plannen reflecteren op de tegenvallende resultaten op het gebied van sponsoring uit het bedrijfsleven, maar vindt de manier waarop het gezelschap dit wil verbeteren weinig overtuigend onderbouwd. Uit de cijfers blijkt dat ICK succesvoller is in het genereren van coproductiebijdragen en bijdragen van private fondsen.

Hoewel de inkomsten een mooie verdeling laten zien over meerdere inkomstenbronnen, is ICK voor het grootste deel van zijn financiering afhankelijk van publieke subsidies. Dit is volgens de commissie deels terug te voeren op het feit dat ICK veel activiteiten ontwikkelt op het gebied van educatie en talentontwikkeling, waar relatief weinig inkomsten tegenover staan. Aangezien het gezelschap in Amsterdam is opgenomen in de zogeheten A-bis, acht de commissie het aannemelijk dat de gemeente de structurele ondersteuning zal continueren.

De netwerkstructuur van ICK draagt bij aan de brede werking die het gezelschap ambieert op het gebied van hedendaagse dans. Tegelijkertijd maakt dit de positionering van ICK volgens de commissie ook onhelder. Uit de aanvraag blijkt dat ICK verwacht zijn imago te kunnen verbeteren door de verhuizing naar de Meervaart en de samenwerking met BNM. Hoe het gezelschap dit denkt te realiseren, wordt in de aanvraag echter mager uitgewerkt.

Uit de plannen blijkt dat ICK een goed beeld heeft van de samenstelling van zijn publiek. Daarin worden de verschillende publieksgroepen duidelijk onderscheiden. De plannen gaan echter niet specifiek in op de manier waarop die publieksgroepen zelf zullen worden geïnteresseerd voor de activiteiten vanuit het dansplatform. Gezien de ervaring die ICK in de laatste acht jaar heeft opgedaan op dit gebied, neemt de commissie evenwel aan dat het dansplatform zijn ambities, beschreven in de aanvraag, zal waarmaken. Desondanks noemt zij het teleurstellend dat een visie op de inbedding van ICK in Amsterdam Nieuw-West geen onderdeel uitmaakt van de plannen. De publieksbenadering die ICK voorstaat, bedient zich van marketing- en publiciteitsmiddelen die volgens de commissie vandaag de dag ‘geëigend’ genoemd kunnen worden. Voor de komende periode is het beleid van ICK erop gericht de zaalbezetting te verhogen, herhaalbezoek te stimuleren en nieuw publiek te bereiken. Onderbelicht blijft echter hoe ICK zal omgaan met de verschillende makers en uiteenlopende producties die deel uitmaken van het aanbod van het gezelschap. Hierdoor is de commissie er niet op voorhand van overtuigd dat het de genoemde ambities zal realiseren.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit van het Nederlandse podiumkunstenaanbod als ruim voldoende.

Zij plaatst het werk binnen het genre moderne/hedendaagse/conceptuele dans. Hoewel ook andere gezelschappen in Nederland zich hierop richten, noemt de commissie de eigenheid van het bewegingsmateriaal van EGPC hierin een zeer karakteristiek element. Daarnaast stelt de commissie vast, dat ICK een veelkleurig palet aan producties presenteert van internationale choreografen, dat zal worden uitgevoerd door het eigen ensemble van het gezelschap. Hierdoor zijn de activiteiten onderscheidend en leveren zij een aanzienlijke bijdrage aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als ruim voldoende.

Het gezelschap is gevestigd in Amsterdam, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. Verder constateert de commissie dat ICK in de periode 2013-2015 behalve in Amsterdam, vergeleken met andere gezelschappen, ook een hoog aandeel voorstellingen heeft gespeeld in andere steden en regio’s. In de komende periode staat de aanvrager een vergelijkbare spreiding van voorstellingen voor ogen. De commissie is daarom van mening dat het werk van ICK een redelijke bijdrage levert aan de spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert de gevraagde bijdrage talentontwikkeling niet toe te kennen.

Zij vindt het positief dat ICK zich vanuit zijn functie als stadsgezelschap wil richten op een brede groep makers en daarbij samenwerkt met verschillende lokale partners, zoals de Henny Jurriëns Stichting, Het Veem en Frascati Theater. Hoewel de meerwaarde van de betrokkenheid van ICK bij de netwerken en samenwerkingsverbanden een goed uitgangspunt biedt voor de ontwikkeling van beginnende makers, geeft de aanvraag volgens de commissie weinig informatie over waaruit de beoogde inhoudelijke ondersteuning en begeleiding precies zullen bestaan. Hierdoor wordt niet duidelijk wat specifiek is aan de ontwikkeling van talent door ICK. Daarnaast merkt de commissie op dat de activiteiten gericht zijn op zowel beginnende als meer gevorderde makers. Om die reden is het onderscheid met de reguliere activiteiten van het gezelschap niet bijzonder.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van ICK te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 702.960
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel524.100€ 213.200
Circuit groot486.200€ 297.600
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 585.800
Toegekend bedrag per editie€ 585.800