MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

DE VEENFABRIEK

Inleiding

Stichting De Veenfabriek beschrijft zichzelf als een toonaangevend interdisciplinair muziektheatergezelschap. Sinds 2004 maakt het gezelschap onder artistieke leiding van Paul Koek voorstellingen op locatie, in eigen huis en in theaters. De aanvrager is gevestigd in het

Scheltema Complex te Leiden. De zakelijk leiding is in handen van Willem Hering. De Veenfabriek heeft als missie om met muziek, theater, beeldende kunst, wetenschap, gastronomie, actualiteit en persoonlijke verhalen interdisciplinaire ervaringen te creëren, waarbij alle zintuigen worden aangesproken. Vanuit een grote maatschappelijke betrokkenheid zoeken de makers naar het spanningsveld tussen muziek, spel en tekst. Empathie en bewondering voor de mens die de poging waagt en het goede nastreeft is een rode draad in het werk van De Veenfabriek. Veel voorstellingen worden ingebed in een brede randprogrammering, met onder meer lezingen, debatten en ontmoetingen met het publiek en partners, vaak omkaderd door gezamenlijk eten. Daarbij wordt samengewerkt met diverse muziek- en theatergezelschappen uit binnen- en buitenland, maar ook met musea, onderwijsinstellingen en ondernemers. Zo is De Veenfabriek nauw betrokken bij de Master Muziektheater This Is Music-theatre Education (T.I.M.E) van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Om de kwaliteit hoog te houden wil De Veenfabriek ook in de toekomst blijven leren en veranderen, aldus de aanvraag. Hiertoe is onder meer schrijver en regisseur Joeri Vos aangetrokken als artistiek leider, naast Paul Koek.

Voor de komende vier jaar wil het gezelschap zijn voorstellingen langs vier lijnen, met elk een eigen thema ontwikkelen: groei, strijd, kunst en toekomst. Voor elk van deze “kunstbewegingen” is één van de vier muzikaal leiders van De Veenfabriek verantwoordelijk. De plannen voor de periode 2017-2020 omvatten een groot aantal producties, variërend van een rockopera over Lou Reed voor de grote zaal, een locatievoorstelling over De Stijl, een voorstelling met poppen naar een roman van Philippe Claudel tot de grootschalige festivalproductie ‘Pinocchio’ op het festival Oerol. Een groot deel van de voorgestelde projecten zijn coproducties, met onder anderen Ulrike Quade, Trouble Man, NTJong, Female Economy, YoungGangsters en Touki Delphine. Tevens wordt samengewerkt met instellingen uit de gemeente Leiden en met musea, zoals De Lakenhal en Gemeentemuseum Den Haag. Naast het ontwikkelen van producties wil De Veenfabriek ook de activiteiten in het eigen pand, het Scheltema Complex, uitbreiden en intensiveren, bijvoorbeeld door het opzetten van een pop-uprestaurant onder leiding van kok-kunstenaars Sjim Hendrix en Phi Nguyen. De bijdrage talentontwikkeling is aangevraagd voor een tweejarig programma, getiteld ‘De Ontdekkingen’ waarin vier jonge makers worden begeleid. Zij zullen elk als scheppend en uitvoerend kunstenaar betrokken zijn bij een productie van De Veenfabriek en daarnaast een eigen voorstelling of presentatie maken. Als begeleiders zullen niet alleen Paul Koek en Ton van der Meer optreden, maar wordt ook een coach van buiten het theaterveld aangetrokken die meedenkt over de commercialisering en positionering in de markt.

In de periode 2017-2020 speelt De Veenfabriek honderd voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 548.000 euro. Daarnaast is een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 109.600 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 657.600 euro.

Historie

De Veenfabriek ontvangt in de periode 2013-2016 een structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten in het kader van de regeling meerjarige activiteitensubsidie 2013-2016.

Het Fonds volgt de door haar meerjarig gesubsidieerde instellingen door meerdere adviseurs de voorstellingen en/of concerten te laten bezoeken. In de periode 2013-2016 hebben adviseurs van het Fonds 19 voorstellingen van 12 verschillende producties van De Veenfabriek bezocht.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als goed.

De commissie is van mening dat De Veenfabriek een belangrijke rol speelt binnen de ontwikkeling van het Nederlandse muziektheaterlandschap. Het gezelschap weet daarbij binnen de veelheid aan voorstellingen die het produceert, een herkenbare signatuur te bewaren. De Veenfabriek heeft volgens de commissie een consequente eigen taal ontwikkeld en heeft waardering voor het feit dat de makers hierbinnen nog steeds op zoek zijn naar nieuwe wegen. Daarbij slaagt de aanvrager erin om op geloofwaardige wijze ‘hoge en lage kunst’ in zijn voorstellingen te verenigen. Zo plaatsten de makers in de spraakmakende voorstelling ‘Tulpmania’ de muziek van Yannis Kyriakides, gespeeld door het Asko|Schönberg, naast een amateurkoor en werd in ‘Hyllos’ op overtuigende wijze muziek van Charles Ives geïntegreerd in een televisiespektakel. Daarnaast is de commissie positief over de manier waarop De Veenfabriek stelselmatig verbintenissen aangaat met de samenleving en over het maatschappelijk engagement dat uit het werk van het gezelschap spreekt. De Veenfabriek is erin geslaagd om in de afgelopen periode de artistieke en maatschappelijke missie te vertalen in een groot aantal spraakmakende voorstellingen, waarbij telkens interessante samenwerkingsverbanden werden aangegaan en goede regisseurs en componisten werden geëngageerd. Een kanttekening plaatst de commissie bij de gekozen cast, die zij niet in alle gevallen passend vond bij de aard van de productie.

Het gepresenteerde aanbod voor de periode 2017-2020 is in de ogen van de commissie een consequente voortzetting van de artistieke koers van de afgelopen jaren. Zij waardeert met name het streven naar verbreding en verdieping van de activiteiten en de ambitie van het gezelschap om zich te blijven vernieuwen. Zij ziet dit terug in het aantrekken van schrijver en regisseur Joeri Vos die het artistieke team gaat versterken. Ook het onderzoeksprogramma ‘De fabriek´, één van de pijlers van het beleid, noemt zij in dit opzicht een sterke zet. De projecten voor de komende jaren zijn overtuigend en helder beschreven en de actuele en maatschappelijk relevante onderwerpen spreken tot de verbeelding. De commissie leest interessante muzikale keuzes die kunnen leiden tot nieuwe kruisbestuivingen en een jong en creatief publiek kunnen aanspreken. De vier centrale thema’s die de basis vormen voor de artistieke lijn geven structuur aan het totale beleid. Daarnaast staat de aanpak waarbij de muzikaal leiders verantwoordelijk zijn voor één van de thema´s, garant voor het muzikale aandeel van de producties. Gezien het feit dat zij bij eerdere producties het muzikale aspect soms onvoldoende uit de verf vond komen, vindt de commissie dit een positieve ontwikkeling. De commissie plaatst een kanttekening bij de grote hoeveelheid uiteenlopende projecten en samenwerkingspartners, waardoor het volgens haar de vraag is in hoeverre de nieuwe artistiek leider Joeri Vos zijn stempel kan drukken op het artistieke beleid, als er al zo veel makers bij de producties betrokken zijn. De commissie is overtuigd van het vakmanschap van de betrokken makers, regisseurs, musici en componisten, die ruimschoots hun sporen hebben verdiend op het gebied van (muziek)theater. Zij heeft dan ook de verwachting dat de beoogde producties van De Veenfabriek van veel zeggingskracht zullen getuigen.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als voldoende.

Zij stelt vast dat het gezelschap een zeer groot aantal activiteiten heeft ontplooid in de afgelopen jaren en een hoog percentage aan eigen inkomsten heeft weten te genereren. Desondanks laat de financiële situatie te wensen over. De Veenfabriek is er weliswaar in geslaagd om het in de vorige periode ontstane tekort terug te dringen, maar de liquiditeit en de solvabiliteit zijn nog steeds zorgwekkend. De commissie acht het, zeker gezien het hoge productieniveau van De Veenfabriek, risicovol dat de aanvrager financieel niet gezond is.

De commissie stelt vast dat De Veenfabriek in de komende periode opnieuw een zeer groot aantal voorstellingen en activiteiten voor ogen heeft en plaatst kanttekeningen bij dit hoge ambitieniveau in relatie tot de omvang van de organisatie. Zij is er bovendien niet van overtuigd dat het inzetten van de artistiek medewerkers bij alle zakelijke en productionele taken de beste manier is om tot een professionele bedrijfsvoering te komen. Bovendien mist de commissie in dit verband een reflectie op de omvang van het aantal producties in relatie tot de matige financiële gezondheid van het gezelschap in de afgelopen periode. De commissie noemt de financiële onderbouwing van de plannen evenwel geloofwaardig. Er is sprake van een goede risicospreiding in het dekkingsplan, waarbij gerekend wordt op inkomsten uit overheidsgelden, publieksinkomsten, bijdragen uit private fondsen en aanzienlijke bijdragen van coproducenten. Alhoewel het veelvuldig coproduceren ook een zeker risico met zich meebrengt, constateert de commissie dat er sprake is van veel verschillende gerenommeerde coproducenten, waardoor het risico tamelijk gespreid is. Tevens noemt de commissie het voornemen om in de komende periode meer financiën te genereren uit de exploitatie van het Scheltema Complex ondernemend. Al met al acht zij de financieringsmix aannemelijk. Zij stelt verder vast dat de gemiddelde totaalbegroting in het verlengde ligt van die van de afgelopen periode en aansluit op de gepresenteerde plannen. De Veenfabriek verwacht een beperkte groei van het aantal activiteiten, waartegenover eveneens een beperkte groei van de geraamde publieksinkomsten staat. In de aanvraag beschrijft het gezelschap op welke wijze eventuele financiële tegenvallers worden opgevangen. De commissie noemt de voorgestelde versobering van de producties een weinig overtuigende keuze, aangezien De Veenfabriek daarbij verzuimt aan te geven hoe een en ander zich in dat geval verhoudt tot zijn artistieke profiel en de aantrekkelijkheid van de voorstellingen voor het beoogde publiek. Daarbij merkt zij op dat een goede strategie bij tegenvallers in dit geval extra belangrijk is gelet op de beperkte financiële reserves die De Veenfabriek heeft om eventuele tegenvallers op te vangen.
De Veenfabriek heeft in de ogen van de commissie een goed beeld van de eigen positie in het veld. Door de zeer diverse producties, die gekenmerkt worden door een brede mix van stijlen en gespeeld worden in verschillende circuits, weet het gezelschap een groot deel van het veld te bestrijken en een breed publiek aan zich te binden. Ook de samenwerkingsverbanden met uiteenlopende partners binnen en buiten het culturele veld dragen bij aan de ontwikkeling van het publieksbereik. Zeker in de eigen vestigingsplaats Leiden en omgeving heeft de aanvrager in de afgelopen jaren een eigen achterban gecreëerd, onder meer door het organiseren van de zogeheten Veenproeven. Door het houden van een klanttevredenheidsonderzoek wil De Veenfabriek een nog beter beeld van de eigen doelgroepen verkrijgen. De commissie constateert evenwel dat in de aanvraag de doelgroepen nergens benoemd of beschreven worden, ook niet bij de individuele projecten. Dit vindt zij een gemis en is niet goed te rijmen met de ambitie om het publieksbereik te vergroten. Alhoewel er in het marketingplan sprake is van enkele inventieve ideeën en De Veenfabriek intensief gebruikmaakt van social media, is de commissie kritisch ten aanzien van de geraamde stijging van de publieksaantallen.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als zeer goed.

De Veenfabriek maakt muziektheater met popmuziek, klassieke muziek of hedendaagse muziek als basis. Met name de laatste twee genres zijn niet ruim vertegenwoordigd op de Nederlandse podia. Daarbij onderscheidt De Veenfabriek zich door uitdrukkelijk aan nieuwe publieksgroepen te appelleren door zich ook buiten het kunstenveld in andere gemeenschappen te begeven en daarmee voorstellingen te maken. Ook het werken op bijzondere locaties en het betrekken van diverse sectoren van de maatschappij bij de projecten noemt de commissie onderscheidende elementen. Op grond hiervan is de commissie van oordeel dat het werk van De Veenfabriek een zeer belangrijke bijdrage levert aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als goed.

De Veenfabriek is gevestigd in Leiden, waar het aanbod aan podiumkunsten beperkt is. De aanvrager is goed ingebed binnen de culturele infrastructuur van de vestigingsplaats. Zo gaat het gezelschap samenwerkingen aan met diverse partners uit Leiden en ontwikkelt het ook projecten gericht op deze stad. Landelijk gezien heeft De Veenfabriek in de periode 2013-2015 een goede spreiding over de verschillende regio's weten te realiseren, waarbij de nadruk lag op regio West. De ambities voor de periode 2017-2020 liggen iets hoger dan in de afgelopen periode, maar de commissie is er niet op voorhand van overtuigd dat De Veenfabriek deze beoogde spreiding gaat realiseren. De commissie is van mening dat De Veenfabriek een grote bijdrage levert aan de geografische spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert om de bijdrage talentontwikkeling toe te kennen.

De activiteiten op dit gebied vormen een autonoom onderdeel binnen het beleid van het gezelschap. De Veenfabriek heeft ruime ervaring met het begeleiden van jonge makers, zowel binnen de eigen organisatie als daarbuiten. Zo is Paul Koek medeverantwoordelijk voor het opleidingsinstituut T.I.M.E. van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Door de komst van een tweede artistiek leider in de persoon van Joeri Vos is er bovendien meer ruimte voor de begeleiding ontstaan. De commissie noemt de plannen goed onderbouwd en acht het van belang dat er ook op het gebied van hedendaagse en meer populaire muziek een talentontwikkelingsplek voor muziektheater bestaat. Gelet op de beperkte middelen adviseert de commissie niet het gehele bedrag toe te kennen, maar 90.000 euro.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van De Veenfabriek te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 657.600
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel704.100€ 287.000
Circuit groot306.200€ 186.000
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 90.000
Totaal per editie€ 638.000
Toegekend bedrag per editie€ 638.000