MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

DE EREPRIJS

Inleiding

De ereprijs is opgericht in 1979 en is gevestigd in Apeldoorn. Het ensemble heeft volgens de aanvraag een unieke bezetting die makers zeer diverse stijlen biedt, van rock tot klassiek. De ereprijs is georganiseerd als een vereniging met vijftien leden en een extern bestuur. Dirigent Wim Boerman is algemeen directeur en artistiek leider. De zakelijke leiding is in handen van Michel Bezem. De missie van het orkest is om met engagement en hartstocht vanuit Gelderland een breed en (inter)nationaal publiek in verbinding te brengen met actuele gecomponeerde muziek. De ereprijs heeft als doel om nieuwe gecomponeerde muziek te initiëren, te ontwikkelen en te presenteren, als ensemble met een unieke bezetting en een hoge kwaliteit. Het wil daarbij een dynamische rol spelen in de keten van het muziekleven, innovatieve educatie- en talentontwikkelingsactiviteiten realiseren en een breed en onbevangen publiek bereiken. In de aanvraag staat als motto een quote vermeld van Charles Taylor uit ‘De Malaise van de Moderniteit’, over trouw zijn aan de eigen originaliteit. In het plan wordt vervolgens uitgegaan van drie uitgangspunten voor het artistieke beleid: het zoeken naar authenticiteit, een betrokken opdrachtgeverschap en het gericht zoeken naar samenwerkingsverbanden in de directe muzikale omgeving als beoogd resultaat en doel. Naast de unieke bezetting onderscheidt de ereprijs zich volgens de aanvraag door het ontwikkelen en produceren van programmaconcepten met een eigen brand, waarbij met interactieve projecten een nieuw publiek wordt gegenereerd: klein, maar zeer gemotiveerd en bestendig. Het orkest maakt programma’s met langere speelperiodes op multifunctionele locaties. De voortdurende kritische interactie tussen componisten en ensemble tijdens repetities en concerten ziet het orkest als essentieel. Daarbij wordt samengewerkt met Het Gelders Orkest, wat volgens de ereprijs zowel inhoudelijk als bedrijfsmatig voor een kwaliteitsimpuls zorgt.

Activiteiten die voor de komende periode zijn beschreven in het plan, zijn onder andere ‘RKST21’, ofwel ‘Het Orkest van de 21e Eeuw’, bestaande uit de ereprijs, Het Gelders Orkest, dan wel met andere symfonische partners. Met ‘RKST21’ wil de ereprijs het format van muziekensembles en de orkestcultuur onderzoeken en experimenteren met nieuwe muziekvormen en presentaties voor publiek in een ‘levend, sprankelend laboratorium’, aldus de aanvraag. Verder noemt het ensemble enkele interdisciplinaire projecten: ‘De Hellevaart van As’, met Piet Gerbrandy en Chiel Meijering; samenwerkingen met het Arnhemse muziektheatergezelschap De Plaats, waaronder een productie met muziek van Christiaan Richter in 2017, en ten slotte de productie ‘Ontheemd’ over migratie, met Marjolein Bierens en Kaveh Vares. Daarnaast zijn er de reguliere projecten zoals ‘Natte Noten’ en de eigen serie in Apeldoorn in het kader van ‘Aardlek’.

De ereprijs vraagt een bijdrage voor diverse activiteiten op het terrein van talentontwikkeling. In de paragraaf ‘Educatie en talentontwikkeling’ in de aanvraag komen diverse projecten aan de orde op dit terrein: het ‘ereprijs compositieproject’, waarbij middelbare scholieren zelf een compositie schrijven voor het orkest; de ‘Young Composers Meeting’, een internationaal platform voor aanstormend compositietalent; ‘Mixed Emotions’, een samenwerking met Generale Oost en ArtEZ Dansacademie waarbij aan de hand van nieuwe composities en choreografieën interdisciplinaire modellen worden ontwikkeld en getoetst, en ten slotte het ‘Ereprijs Living Lab’.

In de periode 2017-2020 speelt de ereprijs 43 voorstellingen en/of concerten per jaar. Er wordt subsidie aangevraagd voor de 33 activiteiten die buiten de standplaats Apeldoorn zijn voorzien. Het gevraagde subsidiebedrag is 130.900 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 26.180 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 157.080 euro.

Historie

Vereniging de ereprijs ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door de ereprijs onder meer beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstellingen en/of de concerten ‘De Staat’, ‘Brecht Festival’, ‘Piétond de Hauterives’ en ‘Zomertour’.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als voldoende.

Het ensemble vervult reeds jarenlang een waardevolle functie met de uitvoering van hedendaags gecomponeerde muziek. De manier waarop de ereprijs daaraan invulling geeft, getuigt volgens de commissie van een grote liefde voor het vak en voor het werk van de componisten. Op basis van de registraties waarnaar de aanvraag verwijst, is zij echter niet overtuigd door de uitvoeringskwaliteit. Het vakmanschap van de individuele musici bevindt zich niet over de gehele breedte van het ensemble op het niveau dat noodzakelijk is om het repertoire op het hoogste niveau te vertolken. Bij meerdere muziekfragmenten mist de commissie scherpte in het samenspel. Daarnaast vindt de commissie dat sprake is van een tamelijk statische presentatie op het podium. Er is hierdoor weinig uitstraling richting het publiek, waardoor de uitvoeringen aan zeggingskracht inboeten. De commissie is wel positief over de grote mate van idealisme waarmee het ensemble zich inzet voor de muziek van nu. De gedrevenheid waarmee de musici dit vertalen naar de activiteiten, draagt bij aan de authenticiteit.

In de plannen voor de periode 2017-2020 komt een grote hoeveelheid aan beleidslijnen en projecten aan de orde, waardoor het totaal aan activiteiten een gefragmenteerd beeld oproept. De artistieke visie hinkt in de ogen van de commissie op twee gedachten, doordat de ereprijs de nadruk legt op authenticiteit en tegelijkertijd een functie wil vervullen als platform voor ontwikkeling. Juist als platform is het volgens de commissie van belang om open te staan voor invloeden van buitenaf, wat zich lastig verhoudt tot het uitgangspunt om geen concessies te doen aan de eigen authenticiteit. De commissie mist verder een onderbouwing en uitwerking van de artistieke keuzes die de ereprijs maakt richting de voorgenomen producties. Zij vindt het in het bijzonder problematisch dat onduidelijk blijft welke visie ten grondslag ligt aan ‘RKST21’, het samenwerkingsproject met Het Gelders Orkest. Aangezien dit project volgens de aanvrager eventueel ook met Het Orkest van het Oosten dan wel met het NJO/JON kan worden gerealiseerd, rijst de vraag in hoeverre het een gezamenlijk initiatief betreft en in welk stadium de samenwerking zich bevindt. Een ander voorbeeld waarbij onduidelijk is hoe de artistieke visie wordt vertaald naar activiteiten, betreft de samenwerking met componisten. De aanvraag noemt op dat punt onder anderen Chiel Meijering en Adries van Rossem, maar waarom voor hen is gekozen, wordt niet toegelicht. In positieve zin merkt de commissie op dat zij waardering heeft voor het ‘ereprijs compositieproject’, het educatieproject voor middelbare scholieren waar de ereprijs consequent en met veel bevlogenheid in investeert.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als zwak.

De ereprijs is er de afgelopen jaren in geslaagd om een tekort in te lopen en de financiële situatie te stabiliseren. De commissie constateert op basis van de ingediende jaarcijfers dat de organisatie eind 2015 financieel gezond is.

Het plan geeft de commissie echter niet het vertrouwen dat de bedrijfsvoering en de publieksbenadering adequaat zijn met het oog op de gestelde ambities. Dat begint bij de begrote eigen inkomsten voor de periode 2017-2020. Ondanks dat meer dan een verdubbeling is voorzien van de eigen inkomsten, zullen deze nog altijd niet hoger zijn dan 25 procent. Dit maakt de organisatie in hoge mate afhankelijk van subsidies. De extreme stijging van de eigen inkomsten is bovendien niet onderbouwd, maar ook los daarvan vindt de commissie dit geen aannemelijk perspectief. Het activiteitenniveau in de regio Oost blijft constant, zodat het ensemble afhankelijk is van de samenwerking met podia in binnen- en buitenland om de beoogde stijging van het aantal uitvoeringen en de publieksinkomsten te realiseren. De bestaande contacten worden genoemd, maar hoe dit verder wordt uitgebouwd, is niet beschreven. De commissie is er dan ook niet van overtuigd dat het bedrag aan publieksinkomsten aanzienlijk zal stijgen. Ook bij het bedrag aan private subsidies dat is begroot, ontbreekt een onderbouwing. Volgens de aanvrager zijn er in de afgelopen periode bijdragen geweest van private fondsen en particulieren, maar de commissie stelt vast dat deze bijdragen niet terugkomen in de jaarrekeningen van de vereniging over de periode 2013-2015. Mede op grond hiervan acht zij de begrote private subsidies niet erg aannemelijk. Met betrekking tot de kosten merkt de commissie op dat er in de periode 2017-2020 een aanzienlijke stijging is voorzien aan materiële activiteitenlasten, zonder dat dit wordt toegelicht aan de hand van de beoogde activiteiten.

De publieksbenadering van de ereprijs is in de ogen van de commissie summier uitgewerkt en weinig proactief. De aanvrager stelt dat de huidige tijd steeds rijper lijkt te worden voor wat de ereprijs met zijn werkmethode te bieden heeft. Dit wekt bij de commissie de indruk dat het ensemble erop rekent dat de wereld zodanig verandert dat de behoefte aan de producties van het orkest zal toenemen. Wat het ensemble onderneemt om dit te bevorderen, is volgens de commissie niet concreet beschreven. In de doelgroepbeschrijving noemt de ereprijs het eigen publiek en dat van partners waarmee wordt samengewerkt, naast scholieren voor wat betreft de schoolconcerten die worden verzorgd. Het ensemble wil in Gelderland een ‘curious community’ opbouwen, maar hoe deze gemeenschap is samengesteld en met welke communicatiemiddelen die doelgroep kan worden bereikt, is niet specifiek beschreven. De ereprijs noemt in algemene zin het ‘informaliseren van presentatie en marketing’, waarbij als voorbeeld wordt gewezen op uitvoeringen met dansers in de openbare ruimte. De commissie vindt deze strategie niet overtuigend, aangezien dit uitgangspunt niet inhoudelijk is uitgewerkt in de plannen.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als ruim voldoende.

Het repertoire van de ereprijs bestaat voornamelijk uit 20e-eeuwse gecomponeerde muziek en nieuwe opdrachtcomposities. Er zijn meer ensembles actief die zich hebben gespecialiseerd in de hedendaagse muziek, maar het totale aanbod op dit gebied is niet ruim vertegenwoordigd in vergelijking met andere muziekgenres. Daarnaast stelt de commissie vast dat het type interdisciplinaire coproducties dat het ensemble presenteert in de aanvraag, redelijk goed vertegenwoordigd is binnen het podiumkunstenaanbod in Nederland. De commissie vindt dat de ereprijs een aanzienlijke bijdrage levert aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als goed.

De ereprijs is gevestigd in Apeldoorn, waar het podiumkunstenaanbod in vergelijking met grotere steden vrij klein is. Verder constateert de commissie dat het ensemble in de periode 2013-2015 weinig heeft gespeeld in andere steden en regio’s. Volgens de aanvraag zal de ereprijs in de komende periode in relatie tot andere podiumkunstinstellingen wel een substantieel aandeel concerten realiseren in andere steden en regio’s. De commissie vindt dit op basis van de plannen ook aannemelijk. De commissie vindt dat de ereprijs een grote bijdrage levert aan de spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert de bijdrage talentontwikkeling niet toe te kennen.

De commissie constateert dat de plannen voor talentontwikkeling, die onderdeel uitmaken van dit plan, niet passen binnen de doelstellingen van het Fonds Podiumkunsten. Zij heeft waardering voor de wens van ensembles om een rol te spelen bij het begeleiden van jonge musici en componisten naar de beroepspraktijk, maar zij stelt vast dat – daar waar het gaat om studenten – de verantwoordelijkheid ligt bij de conservatoria in het land. De relatief beperkte middelen die bij het Fonds Podiumkunsten beschikbaar zijn als bijdrage in de talentontwikkeling zijn niet bedoeld voor podiumkunstenaars die nog een beroepsopleiding volgen.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van de ereprijs te honoreren voor zover het budget dat toelaat.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 157.080
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel281.300€ 36.400
Circuit groot53.900€ 19.500
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 130.900
Toegekend bedrag per editie€ 130.900