MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

COMPAGNIE KARINA HOLLA (SCHREEUW)

Inleiding

De in Amsterdam gevestigde Compagnie Karina Holla (Stichting Schreeuw) is een mimegezelschap dat artistiek wordt geleid door Karina Holla en al dertig jaar actief is. Karina Holla ziet het als haar missie om de mime te blijven innoveren en toegankelijk te maken voor een breed publiek. In haar werk legt zij de nadruk op de emotionele lading van de beweging en wil zij het diepmenselijke laten zien. Een belangrijk doel daarbij is het oproepen van begrip, inlevingsvermogen en empathie, om zo de cohesie in de samenleving te vergroten. Karina Holla put inspiratie uit de verre uithoeken van de menselijke geest; in de kern gaat het erom het monster in de mens, het lelijke van de mens naar buiten te laten komen en te tonen, maar er ook empathie voor op te wekken. Het gaat er in haar werk om het menselijke te beschrijven in onmenselijke omstandigheden. Daarnaast streeft Karina Holla naar het leggen van verbanden tussen generaties, door publiek van verschillende leeftijden bij haar voorstellingen te betrekken en door haar activiteiten in het (kunst)onderwijs. Daarnaast wil zij haar ervaring en kennis van het avant-gardetheater overdragen op een nieuwe generatie theatermakers en hen stimuleren en enthousiasmeren door het geven van lessen en workshops op theaterscholen in Nederland en over de grens.

In de periode 2017-2020 wil Compagnie Karina Holla ieder jaar een eigen productie realiseren en een ontwikkeling doormaken richting teksttheater. De eerste productie is getiteld ‘Another Nice Mess’ en wordt samen met de Zweedse actrice Gunilla Röör ontwikkeld. Karina Holla werkte eerder kort samen met deze actrice. Zij wil hun beider onderzoek nu voortzetten naar de grens tussen vallen en opstaan. In die eerste productie gaat het over twee vrouwen die het hoofd proberen te bieden aan crises en zwarte gedachten. De tweede productie, ‘Oorlogsvrouwen’, wordt gebaseerd op het werk van Svetlana Aleksijevitsj. Karina Holla zal er verschillende vrouwen in spelen die allen (over)leven in onmenselijke omstandigheden. Manfred Karge van het Berliner Ensemble schrijft de tekst. Die gaat over vrouwen in Rusland tijdens de Tweede Wereldoorlog die zich inzetten om het vaderland te verdedigen door soldaten te worden in plaats van bruiden. In het begin worden ze bespot en uitgelachen, maar na de oorlog krijgen ze medailles en applaus. ‘Hardingsoefeningen’, gepland voor 2019, is een bewerking van ‘Het Dikke Schrift’ van Agota Kristof, waarin een tweeling uit een Hongaarse stad die gebombardeerd wordt, bij hun oma op het platteland wordt ondergebracht. De kinderen worden verwaarloosd en proberen te overleven door zichzelf en elkaar te harden tegen pijn en onrecht. Aan dit thema werkte Karina Holla met vier jongens van de mime-opleiding. Uitgangspunten voor ‘Storing’, de vierde voorstelling, zijn het thema ‘verscheurdheid’ en Karina Holla’s fascinatie voor het afwijkende versus het normale. Twee mannen springen agressief op en neer op asfaltjunglemuziek; ze vormen samen een goed geoliede machine. De mannen verliezen hun precisie wanneer een vrouw door middel van gedichten inbreekt in hun wereld. De woorden van de vrouw geven uitdrukking aan de pijnlijke gevoelens van gespletenheid. Ook deze productie wordt gemaakt met drie jonge, pas afgestudeerde spelers.

In de periode 2017-2020 speelt Compagnie Karina Holla 32 voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 75.000 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 5.000 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 80.000 euro.

Historie

Compagnie Karina Holla (Stichting Schreeuw) ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door Compagnie Karina Holla onder meer beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstellingen 'Etre Blesse’, 'FUGU’, 'FremdKörper' en ‘Kafka Project’.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als voldoende.

Zij heeft waardering voor het vakmanschap van Karina Holla als mime-theatermaakster met een eigenzinnige theatertaal. Ook de inzet die zij aan de dag legt om deze over te brengen op een jongere generatie mimespelers vindt de commissie lovenswaardig. Compagnie Karina Holla is de afgelopen jaren vrijwel zonder subsidie blijven doorgaan met het produceren van voorstellingen. De commissie constateert echter dat het werk van Karina Holla niet is meegegaan in de ontwikkelingen binnen de podiumkunsten. De commissie meent dat Karina Holla’s eigenzinnige bewegingsidioom en podiumpersoonlijkheid nog altijd sterk zijn, maar is er niet van overtuigd dat deze theatertaal ook zeggingskracht heeft voor het hedendaagse publiek en voor jongere generaties. Zij ziet dat bevestigd in het meegestuurde beeldmateriaal. Overigens is dat zeer beperkt van omvang, wat het moeilijk maakt een beeld van de voorstellingen als geheel te krijgen.

De commissie is positief over de oorspronkelijkheid van de gekozen thema’s in het plan en ook over de literatuur die daarbij gebruikt wordt als vertrekpunt voor de theaterproducties. Een rode draad vormen thema’s als verscheurdheid en strijd, het afwijkende versus het normale en ook het vrouwelijke tegenover het mannelijke. Toch constateert de commissie ook op dit vlak een gebrek aan actualisering. Uit de aanvraag spreekt wel een persoonlijke verbondenheid van de maakster met het materiaal, maar de aanvrager reflecteert niet op de betekenis ervan voor andere mensen: medemakers en publiek. De productie die met de Zweedse actrice Gunilla Röör wordt ontwikkeld is daar een voorbeeld van. Karina Holla werkte eerder kort samen met deze actrice en wil nu hun onderzoek voortzetten naar de grens tussen vallen en opstaan. Uit de productiebeschrijving blijkt niet wat de betekenis zal zijn voor het publiek en ook niet in welke vorm de thematiek zal worden overgebracht. Bij de productie ‘Oorlogsvrouwen’ wordt juist de vorm toegelicht; Karina Holla zal er verschillende vrouwen in spelen die (over)leven in onmenselijke omstandigheden. Bij deze en andere projectplannen gaat de aanvrager niet nader in op de verhouding of relatie tussen de tekst en het bewegingsidioom. De commissie is dan ook niet overtuigd van de ontwikkeling naar teksttheater die het gezelschap wil maken. Dat leidt er ook toe dat de commissie niet overtuigd is van de potentiële zeggingskracht. De commissie mist ook een heldere uitwerking van de projecten die gepland staan met jonge mimespelers. Zij vindt dat die slechts in aanzet worden beschreven. Omdat de productie ‘Hardingsoefeningen’ gebaseerd wordt op ‘Het Dikke Schrift’ van Agota Kristof, krijgt de commissie een impressie van de inhoud van de beoogde voorstelling, maar niet van de vorm die zij zal krijgen. Bij het project ‘Storing’ lijkt juist de vorm al uitgedacht en laat de inhoud zich raden. Dat een nieuwe generatie mimespelers veel van Karina Holla kan leren, staat voor de commissie buiten kijf, maar de manier waarop Karina Holla deze overdracht wil vormgeven in de beoogde producties is niet overtuigend. De uitwerking van de producties is te summier om voldoende vertrouwen te krijgen in de zeggingskracht. Daarbij ontbeert de uitwerking een interessante en overtuigende relatie met het ‘hier en nu’, wat de vraag oproept waarom deze verhalen nu verteld moeten worden. De commissie ziet niet in dat het beoogde publiek van verschillende generaties door de producties meer verbonden zal raken.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als onvoldoende.

Compagnie Karina Holla heeft haar werk de afgelopen jaren met weinig financiële middelen tot stand gebracht. De financiële positie van de stichting is daardoor behoorlijk onder druk komen te staan. Dat is geen goede beginpositie. De commissie stelt bovendien vast, dat het werk van Compagnie Karina Holla de afgelopen jaren weinig te zien is geweest in de Nederlandse theaters. In de aanvraag wordt erop ingezet het aantal speelbeurten relatief fors te laten toenemen. Maar in combinatie met de resultaten van de afgelopen jaren geeft het plan onvoldoende aanknopingspunten om te verwachten dat de aanvrager die ambitie kan realiseren. De uitgangspositie is zwak door de beperkte zichtbaarheid van het gezelschap in de afgelopen periode. Er zijn ook geen concrete afspraken met (nieuwe) speelplekken en het plan van aanpak om daarin stappen te zetten is algemeen en summier. Weliswaar is iemand aangetrokken om de verkoop ter hand te nemen en daarin een groei te realiseren, wat tot enige verbetering ten opzichte van de afgelopen jaren kan leiden, maar zonder gedegen plan van aanpak heeft de commissie daar weinig vertrouwen in. Verder toont Compagnie Karina Holla zich weinig bewust van het feit dat zij het afgelopen decennium in een marginale positie in het theaterveld is terechtgekomen. Er ontbreekt een gedegen en vertrouwenwekkend plan om die positie te verlaten. Hierdoor is de begrote groei van de eigen inkomsten, waaronder de publieksinkomsten en de inkomsten uit private fondsen, in de ogen van de commissie niet realistisch. Voor de werving hiervan ontbreekt bovendien een visie of plan van aanpak. Compagnie Karina Holla heeft haar visie op publiek en publieksgroepen in de aanvraag in algemene termen uitgewerkt. De organisatie wil een breed publiek van verschillende generaties met elkaar verbinden en ook de fans van het werk van Karina Holla geïnteresseerd houden. Hoe de communicatie met het publiek gestalte moet krijgen, is in de aanvraag erg algemeen beschreven en daardoor in de ogen van de commissie niet effectief. Ook hier ontbreken handvatten om erop te kunnen vertrouwen dat de organisatie een reële blik heeft op haar mogelijkheden.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als ruim voldoende.

Het aanbod van de aanvrager plaatst de commissie binnen het genre bewegingstheater, waarvoor het aanbod in het Nederlandse theaterlandschap relatief beperkt is. Daarbinnen onderscheidt het werk zich naar de mening van de commissie echter niet expliciet van het overige aanbod. De commissie oordeelt dat het werk van de aanvrager een aanzienlijke bijdrage aan de pluriformiteit levert.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als neutraal.

Compagnie Karina Holla is gevestigd in Amsterdam, een stad met een groot podiumkunstenaanbod. In de periode 2013-2015 heeft Compagnie Karina Holla een groot deel van de activiteiten in Amsterdam uitgevoerd. Zij speelde daarnaast, vergeleken met andere podiumkunstinstellingen, in een beperkt aantal andere steden en regio’s. Het voornemen om in de komende jaren in alle regio’s en grote steden buiten Amsterdam een substantieel deel van de activiteiten te realiseren, vindt de commissie op basis van de speelbeurten in de afgelopen jaren en het voorliggende plan niet realistisch. De commissie vindt dat Compagnie Karina Holla geen bijzondere bijdrage levert aan de geografische spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

Niet van toepassing.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Compagnie Karina Holla niet te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 80.000
Geadviseerd bedrag per jaar€ 0
Toegekend bedrag per jaar€ 0