MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

BACKBONE

Inleiding

Sinds 2011 brengt de Surinaams-Nederlandse Alida Dors haar eigen producties uit vanuit de Amsterdamse stichting Backbone. In de afgelopen tien jaar heeft zij zich ontwikkeld tot zelfstandig choreografe. In 2012 ontving zij de prijs van de Nederlandse Dansdagen. De zakelijke leiding van Backbone is in handen van Gysèle ter Berg, die ook de verkoop van de voorstellingen voor haar rekening neemt.

De danstaal van Backbone is naar eigen zeggen geworteld in de hiphop, maar kent ook invloeden uit andere dansstijlen. Volgens Alida Dors is de traditionele hiphopdans met zijn korte spanningsbogen en vormvastheid ontoereikend om haar artistieke ambities vorm te geven. Zij verdiept het hiphopvocabulaire om die reden van binnenuit en verbindt het met andere hiphopelementen, dansstijlen en kunstdisciplines, waardoor het werk een nieuwe betekenis krijgt. Alida Dors wil haar kunst inzetten om maatschappelijke thema’s aan te snijden, waarbij ingesleten vanzelfsprekendheden worden opgeschud en gestolde tradities doorbroken. Doordat artistieke kwaliteit en maatschappelijke betrokkenheid daarbij hand in hand gaan, vervaagt het onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur en weet ze met haar voorstellingen een breed en divers publiek te bereiken, aldus de aanvraag.

Backbone is van mening dat diversiteit een gegeven is in onze samenleving, maar vindt dat deze culturele dynamiek nog nauwelijks zichtbaar is in het dansveld en onder dansmakers. Het gezelschap neemt daarom expliciet de verantwoordelijkheid voor diversiteit op het podium. Niet als doel, maar als vanzelfsprekendheid. Het werk van Backbone neemt hierdoor volgens het gezelschap een unieke plaats in binnen het Nederlandse dansveld en stimuleert zowel de verjonging als de verkleuring in de podiumkunsten.

In de periode 2017-2020 wil Backbone jaarlijks één avondvullende productie uitbrengen, waarin de relatie tussen dans, tekst en muziek centraal staat. Dit vertaalt zich in samenwerking met uiteenlopende componisten en andere kunstenaars, zoals Jacob ter Veldhuis, Theun Mosk, DJ Lovesupreme, Romain Bischoff (Silbersee), Diego Soifer en Akwasi. Daarnaast worden twee korte double bills ontwikkeld, die gericht zijn op het internationale netwerk en de dialoog met choreografen uit de internationale hiphopscene, te weten Takao Baba en Anne Nguyen. Bijna alle voorstellingen zijn geschikt voor de kleine/middelgrote zaal. Met ondersteuning van Backbone’s vaste coproducent Theater Rotterdam wordt in stappen toegewerkt naar een productie voor de grote zaal in 2020.

Behalve de reguliere voorstellingen organiseert Backbone het tweedaagse festival ‘Back-it-up’, dat de (inter)nationale ontwikkeling toont van de hiphopdans in het theater. Het festival is nauw verbonden met de activiteiten die het gezelschap wil ontwikkelen op het gebied van talentontwikkeling. Daarbij gaat het om ontwikkelingstrajecten voor in totaal vier beginnende makers, waarin behalve coaching en begeleiding ook kijkstages bij gezelschappen als LeineRoebana, Conny Janssen Danst en Het Nationale Ballet aan bod komen. Bij de talentontwikkeling van gevorderde dansers werkt Backbone samen met Solid Ground Movement.

In de periode 2017-2020 speelt Backbone veertig voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 129.500 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 25.900 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 155.400 euro.

Historie

Backbone ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door Backbone beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstellingen ‘Living apart and together’, ‘Oogst’ en ‘Built for it’.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als ruim voldoende.

Alida Dors heeft zich volgens de commissie overtuigend ontwikkeld tot zelfstandig choreografe. In de afgelopen jaren heeft zij haar dansidioom verbreed tot een zeer herkenbare, eigen stijl die een brug slaat tussen hiphop en hedendaags moderne dans. De uitvoeringskwaliteit van het werk is hoog en is niet in de laatste plaats te danken aan het dansersensemble, dat bestaat uit sterke, individuele persoonlijkheden, die veelal afkomstig zijn uit het commerciële (hiphop)circuit.

De commissie heeft waardering voor het feit dat Alida Dors werkt met belangwekkende maatschappelijke thema’s die zij weet te vertalen in oorspronkelijke voorstellingen, die aansprekend zijn voor een breed publiek, met een diverse culturele samenstelling. Volgens de commissie slaagt Alida Dors er in haar recente werk steeds beter in om haar dans op een gelaagde en poëtische manier te laten interacteren met (live)muziek, maar ze constateert tegelijkertijd dat de choreografe op dit vlak nog zoekende is. Dit blijkt volgens de commissie uit de dramatische opbouw van de voorstellingen, die soms wat onevenwichtig van karakter is. Ook vindt de commissie de verhouding tussen de verschillende bewegingsidiomen waarvan Alida Dors zich bedient niet altijd even goed in balans, waardoor het energieke hiphopvocabulaire hier en daar aan kracht inboet.

De manier waarop Alida Dors de ingeslagen weg in de periode 2017-2020 wil vervolgen, sluit volgens de commissie goed aan bij de ontwikkeling die zij in de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt. De plannen voor de reguliere producties getuigen van een oprechte interesse in maatschappelijke thema’s, waarin haar eigen culturele achtergrond en positie in de samenleving een centrale plek inneemt. De diverse samenwerkingsverbanden met andere kunstenaars en gezelschappen zijn goed gekozen en bieden een mooi uitgangspunt voor een oorspronkelijk samenkomen van uiteenlopende stijlen en disciplines. Het feit dat Dors ernaar streeft om in de voorstellingen het onderscheid tussen hoge en lage cultuur te doen vervagen, draagt naar de mening van de commissie bij aan de zeggingskracht van haar werk voor een brede en vooral jonge(re) publieksgroep die zijn weg naar het theater doorgaans niet vanzelfsprekend vindt.

De commissie is kritisch over de veelheid aan activiteiten die in de plannen wordt opgevoerd. De beoogde internationale samenwerking en talentontwikkeling, zoals bij het tweedaagse festival ‘Back-it-up’ en de te realiseren double bills met werk van verwante choreografen, passen goed bij de beschreven kernactiviteiten. Maar de commissie acht deze ook risicovol, aangezien de persoonlijke artistieke ontwikkeling van Alida Dors als choreograaf hierdoor in het gedrang kan komen. De commissie noemt het in dit verband positief dat Alida Dors de komende jaren kan rekenen op de inhoudelijke en productionele steun van diverse coproducenten, zoals Theater Rotterdam en tanzhaus nrw.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als goed.

Stichting Backbone is volgens haar een kleine, flexibele organisatie die sinds 2014 uitsluitend met behulp van projectsubsidies heeft geproduceerd. De financiële gezondheid van Backbone is desondanks redelijk. De plannen van Backbone sluiten naar de mening van de commissie goed aan op de ontwikkeling die het gezelschap de komende jaren wil doormaken. De activiteiten kennen door het werken met diverse samenwerkingspartners op het gebied van creatie, uitvoering, coproductie en afname een goede spreiding tussen investeringen en inkomsten. Tegelijkertijd is Backbone zich bewust van ondernemersrisico’s. Bij tegenvallende inkomsten worden de uitgaven verlaagd en wordt er (nog) krachtiger ingezet op het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen.

Voor de komende jaren is een stevige, maar goed gespreide ontwikkeling van de eigen inkomsten voorzien. Zowel op het gebied van publieksinkomsten, bijdragen van coproductiepartners, private middelen en structurele subsidie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Fonds Podiumkunsten. Deze ontwikkeling ligt volgens de commissie in het verlengde van de ambitie om vanaf 2017 met een bescheiden team van vaste medewerkers in continuïteit te gaan produceren. De verwachtingen ten aanzien van de eigen inkomsten acht zij realistisch. Zij merkt op dat deze bijna twee keer zo hoog zijn als het percentage dat het gezelschap op basis van het gevraagde subsidiebedrag zou moeten realiseren. De geraamde stijging van de publieksinkomsten is weliswaar fors, maar gezien de eerder behaalde resultaten haalbaar, temeer daar het gezelschap uitgaat van een geleidelijke groei van het aantal voorstellingen van gemiddeld dertig in de periode 2013-2015 naar gemiddeld veertig in de periode 2017-2020. Ook zijn de publieksinkomsten volgens de commissie niet geheel afhankelijk van het welslagen van een enkele productie.

Het gezelschap heeft een duidelijke visie op haar plek in het culturele en maatschappelijke veld. Niet alleen vanwege de verbinding van het werk van Alida Dors met de ontwikkeling van de hiphopdans in Nederland, maar ook vanwege de positie die zij als Surinaamse in de Nederlandse samenleving heeft en de specifieke thema's die zij van daaruit wil aansnijden in haar werk. Ook blijkt volgens de commissie uit de aanvraag dat Backbone een goed beeld heeft van de samenstelling van zijn publiek en beschrijft het duidelijke marketingmiddelen en acties om dit te bereiken. De commissie is kritisch over het feit dat het gezelschap in de begroting voor marketing slechts 13.050 euro heeft opgenomen. Gezien de omvang van de gemiddelde jaarlijkse begroting en de in de plannen beschreven ambities acht zij dit een te lage inschatting. Op basis van de prestaties uit het verleden heeft de commissie er desondanks vertrouwen in dat de ambities zullen worden gerealiseerd.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als ruim voldoende.

Zij stelt vast dat Backbone zich onderscheidt met werk dat elementen uit de hiphop en de hedendaags moderne dans combineert. Daarnaast constateert zij dat het aanbod van dit soort voorstellingen in de afgelopen jaren weliswaar is toegenomen, maar in Nederland niet veel voorkomt. Om die reden is de commissie van mening dat de activiteiten van Backbone onderscheidend zijn en een aanzienlijke bijdrage leveren aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als ruim voldoende.

Backbone is gevestigd in Amsterdam, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. Verder constateert de commissie dat het gezelschap in de periode 2013-2015 regelmatig voorstellingen heeft gespeeld in de grote steden van de Randstad. Het aantal voorstellingen dat Backbone in andere steden en regio’s heeft gespeeld is evenwel in relatie tot andere podiumkunstinstellingen hoog. In de komende periode staat de aanvrager een vergelijkbare spreiding voor ogen. De commissie vindt dat Backbone een redelijke bijdrage levert aan de spreiding.

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert om de bijdrage talentontwikkeling toe te kennen.

De commissie is van mening dat de activiteiten op het gebied van talentontwikkeling die Backbone in zijn plannen beschrijft vanwege hun aard en opzet goed aansluiten op de reguliere activiteiten van het gezelschap. Zij heeft waardering voor het feit dat Alida Dors haar inmiddels opgedane kennis en ervaring wil inzetten in ontwikkelingstrajecten van een viertal beginnende makers en daarbij samenwerking zoekt met ervaren instellingen als LeineRoebana, Conny Janssen Danst en Het Nationale Ballet. Tegelijkertijd constateert de commissie dat de veelheid aan activiteiten ook een extra druk legt op de relatief beginnende organisatie en daarmee op de persoonlijke ontwikkeling van Alida Dors als maker.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Backbone te honoreren. Vanwege de beperkte middelen kan de bijdrage talentontwikkeling niet worden toegekend.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 155.400
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel381.250€ 47.500
Circuit groot23.500€ 7.000
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 129.500
Toegekend bedrag per editie€ 129.500