MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

ASKO|SCHöNBERG

Inleiding

Asko|Schönberg beschrijft zich als een groep hooggekwalificeerde, gespecialiseerde en bevlogen musici die kamermuziekrepertoire uit de 20e en 21e eeuw in zeer uiteenlopende vormen delen met het publiek. Jaarlijks realiseert het ensemble circa negentig voorstellingen, variërend van reguliere concerten tot multidisciplinaire coproducties, autonoom gepresenteerd of in samenwerking met nationale en internationale partners.

Asko|Schönberg is gevestigd in Amsterdam en als ‘ensemble in residence’ verbonden aan Muziekgebouw aan ’t IJ. Rogier van Splunder is directeur en de artistieke leiding is in handen van Fedor Teunisse. Het ensemble heeft naar eigen zeggen een rijke staat van dienst opgebouwd met de interpretatie van werk van toonaangevende componisten als Ligeti, Oestvolskaja, Kagel, Andriessen, Torstensson, Zuidam, Kyriakides en Van der Aa. Asko|Schönberg ziet zichzelf als verbinder van toppartners, onder wie componisten in een hecht netwerk voor nieuwe muziek, aldus het plan. Daarbij wordt het artistieke beleid voortgezet in de komende periode, met een actievere inzet op samenwerking met collega-instellingen en coproducties van verschillende disciplines. Behalve zijn markt verbreden en context toevoegen aan zijn muziek, wil het ensemble hiermee een rol spelen als wegwijzer voor het publiek van nu, met een meer interactieve zoektocht naar ervaring en duiding.

Het ensemble werkt samen met dirigenten Reinbert de Leeuw en Etienne Siebens en houdt de ogen open voor een nieuwe generatie dirigenten, onder wie Bas Wiegers. Asko|Schönberg wil zichzelf in de toekomst meer ruimte geven om de eigen artistieke visie uit te dragen. Daarbij wil het ensemble zich ontwikkelen richting een ensemble waarin de kernmusici een actieve rol hebben in de invulling en de profilering van de organisatie.

De positionering van Asko|Schönberg wordt volgens het plan gekenmerkt door de grote regelmaat waarmee grootschalig nieuw werk wordt uitgevoerd, waardoor het ensemble een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling en actualisering van de hedendaags gecomponeerde muziekcultuur. Ten opzichte van vier jaar geleden bevindt Asko|Schönberg zich naar eigen zeggen in een steviger (multidisciplinair) netwerk van partners die zich willen committeren aan waar het ensemble voor staat en die bijdragen aan de artistieke verrijking van het ensemble en zijn publiek. Producties die in het plan worden beschreven voor de komende periode, zijn onder andere de programma’s in het kader van de Donderdagavondserie in Muziekgebouw aan ’t IJ. Hierbij zullen nieuwe concertformats worden ontwikkeld, zoals ‘Expedition 20th Century Music’. In het kader van de serie ‘Europa Nu!’ zal het ensemble in samenwerking met Cappella Amsterdam de beste muziek van nu uit Europa presenteren en verbinden aan nieuwe opdrachten aan componisten als Peter Adriaansz en Richard Rijnvos. Onder leiding van Reinbert de Leeuw zal een drieluik worden gepresenteerd met ‘Im wunderschönen Monat Mai’, ‘Das Lied von der Erde’ en muziek van Janácek, met de actrices Katja Herbers en Helena Rasker en Johan Simons die de enscenering op zich neemt. In het voorjaar van 2017 zal Asko|Schönberg Louis Andriessens ‘De Materie’ integraal uitvoeren. Verder gaat het ensemble een samenwerking aan met Opera Trionfo en regisseur Floris Visser, waarbij meerdere coproducties zullen worden ontwikkeld in het kader van het actualiteitenproject ‘Sign of the Times’, onder meer de opera ‘Barbaren aan de Poort’. Een andere structurele samenwerking zal in de komende jaren worden ontplooid met het Noord Nederlands Toneel. Met dit gezelschap zal jaarlijks een coproductie worden ontwikkeld, te beginnen in 2017 met ‘They Shoot Horses, Don’t They?’ van Horace McCoy en met nieuwe muziek van Mátyás Wettl. Daarnaast zullen projecten worden ontwikkeld met het Belgische productiehuis LOD, Operafront, Over het IJ Festival, MaxTak en LeineRoebana.
De bijdrage talentontwikkeling wordt in de aanvraag onderbouwd met activiteiten in het kader van twee nieuwe initiatieven: K(h)AOS en de Ensemble Academie. K(h)AOS is gericht op jonge afgestudeerde musici, componisten en makers die worden uitgenodigd om hun ideeën op dusdanige wijze te ontwikkelen, dat zij een oprecht uniek en waardevol project kunnen realiseren. In dit kader wordt gestreefd naar drie of vier projecten per seizoen, waarbij onder meer de focus wordt gelegd op vernieuwing van de podiumpresentatie. De Ensemble Academie is een samenwerkingsverband waarin Asko|Schönberg met drie andere ensembles, namelijk Korzo en Muziekgebouw aan ’t IJ, het Koninklijk Conservatorium Den Haag en Stichting Venancio, een broedplaats opzet voor talentvolle, nog studerende musici en componisten.

In de periode 2017-2020 speelt Asko|Schönberg 80 voorstellingen en/of concerten per jaar. Het gevraagde subsidiebedag is 571.000 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 114.200 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 685.200 euro.

Historie

Stichting Asko|Schönberg ontvangt in de periode 2013-2016 een structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten in het kader van de meerjarige activiteitenregeling 2013-2016.

Het Fonds volgt meerjarig gesubsidieerde instellingen door meerdere adviseurs van het Fonds de voorstellingen en/of concerten te laten bezoeken. In de periode 2013-2016 hebben adviseurs van het Fonds achttien voorstellingen en/of concerten van vijftien verschillende producties van Asko|Schönberg bezocht.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als ruim voldoende.

De commissie is van mening dat de musici in het ensemble over een ruime mate van vakmanschap beschikken. De meeste concerten worden uitmuntend uitgevoerd, maar de commissie constateert daarbij wel dat er soms sprake is van ongelijk samenspel. Dit kwam in de afgelopen periode vooral naar voren wanneer het ensemble voor grotere werken aangevuld werd met conservatoriumstudenten. De uitvoeringskwaliteit van de vaste kernmusici is volgens de commissie juist aangescherpt in de afgelopen jaren, door de instroom van nieuwe musici en de samenwerking met verschillende dirigenten. De concertmeester groeit volgens de commissie in zijn rol en als solist heeft hij zich bewezen als vaste waarde binnen het ensemble. De commissie is nog wel kritisch over de podiumpresentatie van het ensemble. In de uitstraling van de musici is met name tijdens de multidisciplinaire producties weinig spelplezier zichtbaar. Dit gaat ten koste van de zeggingskracht die met de concerten wordt bereikt.

Kritischer is de commissie over de artistieke visie die in de activiteiten in de afgelopen periode naar voren is gekomen. Wat het leiderschap van de in 2014 aangetreden artistiek leider voor de artistieke koers van Asko|Schönberg betekent, is volgens de commissie nog onvoldoende duidelijk. In een aantal van de programma’s in het recente verleden is de tegenstelling tussen de verschillende werken zo groot dat het volgens de commissie aan samenhang ontbreekt. Als voorbeeld noemt zij de combinatie van de composities van Beat Furrer met de kamermuziekbewerking van de Vierde symfonie van Gustav Mahler in de Donderdagavondserie. Daarnaast vindt ze dat door de veelheid aan activiteiten in de afgelopen periode de eigen signatuur van het ensemble niet altijd voldoende naar voren is gekomen.

Ook met betrekking tot de plannen voor de periode 2017-2020 merkt de commissie op dat hierin een weinig geprononceerde artistieke visie tot uiting komt, die ten koste gaat van de artistieke signatuur van het ensemble. De commissie heeft de indruk dat het ensemble zoekende is, zowel naar aanleiding van interne ontwikkelingen als in relatie tot de ontwikkeling van de hedendaags gecomponeerde muziek in brede zin. Ze is er op grond van de aanvraag echter niet van overtuigd dat deze zoektocht wordt ondernomen vanuit een heldere analyse van de actuele ontwikkelingen binnen de hedendaags gecomponeerde muziek. Enerzijds blijft Asko|Schönberg trouw aan zijn taakopvatting als vertolker van muziek van de 20e en 21e eeuw. Anderzijds zijn er uiteenlopende interdisciplinaire coproducties en cross-overs. Deze dragen bij aan de continuïteit van de organisatie en een intensieve concertpraktijk, maar hierin komt weinig oorspronkelijkheid tot uiting volgens de commissie.

De commissie ziet de zoektocht van het ensemble geïllustreerd in de toelichting op de voortzetting van de Donderdagavondserie in het Muziekgebouw aan 't IJ in de komende jaren. Het grote belang van deze serie voor Asko|Schönberg wordt volgens de commissie gepresenteerd als een vanzelfsprekendheid, maar de aanvraag maakt niet duidelijk waarom deze concerten voor het ensemble van essentieel belang zijn in de komende periode en hoe die zich verhouden tot de andere activiteiten. De commissie is er niet van overtuigd dat deze serie voldoende oorspronkelijkheid zal hebben.
Als het gaat om de kwaliteit van de afzonderlijke concerten is de commissie positief. Reinbert de Leeuw krijgt in de aankomende periode carte blanche met een selectie van werken van componisten die bepalend zijn geweest in de geschiedenis van het ensemble en volgens de commissie onverminderd de belangstelling wekken. De aanvraag bevat een lijst met een aantal grote namen die zijn uitgenodigd en die garant staan voor uitvoeringen op het hoogste niveau. Ten aanzien van de interdisciplinaire voorstelling waarin Asko|Schönberg participeert, vindt de commissie dat voor interessante partners is gekozen. Zij noemt in het bijzonder het meervoudige project ‘Sign of the Times’ met Opera Trionfo, dat tot nieuwe artistieke perspectieven kan leiden.

Ondernemerschap

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als voldoende.

De commissie constateert op basis van de ingestuurde balansen dat de organisatie eind 2015 financieel gezond is. Asko|Schönberg heeft in de periode 2013-2015 te kampen gehad met tekorten op de exploitatie, maar het eigen vermogen was ruimschoots voldoende om als financiële buffer te kunnen dienen. In de plannen voor de aankomende periode gaat Asko|Schönberg uit van een forse stijging van de publieksinkomsten. Dit wil de organisatie onder andere bewerkstelligen door het gemiddeld aantal uitvoeringen op te voeren van 80 naar 100 per jaar. De commissie vindt het echter niet aannemelijk dat meer activiteiten in dit verband ook automatisch leiden tot hogere publieksinkomsten. De voorgenomen producties worden grotendeels in coproductie geproduceerd en hierdoor ligt het volgens haar eerder voor de hand dat de publieksinkomsten per voorstelling zullen afnemen. Op meerdere onderdelen ontbreekt de koppeling tussen de beschreven productionele plannen en opvallende veranderingen in de begrotingsontwikkeling. In de toelichting op de begroting wordt bijvoorbeeld gesteld dat er een efficiencyslag gemaakt wordt door te werken met een kleiner kernensemble. De commissie ziet in de begroting niet hoe dit zal leiden tot efficiencywinst. De commissie vindt de spreiding van inkomstenbronnen risicovol, doordat er een verschuiving van bijdragen van coproducenten plaatsvindt naar de directe publieksinkomsten. De aanvraag gaat niet in op de zwaardere last die dit met zich meebrengt voor de organisatie, op het moment dat er meer verantwoordelijkheid voor deze intensieve producties bij Asko|Schönberg komt te liggen. De commissie vindt het daarentegen positief dat er intensief wordt ingezet op bijdragen uit private middelen.

De commissie heeft waardering voor de ambitie van Asko|Schönberg om in de komende periode stevig in te zetten op het verbreden van het draagvlak voor moderne muziek. Zij plaatst daarbij de kanttekening dat het ambitieniveau hoog is, maar dat er in het plan vrijwel geen aandacht wordt besteed aan risico's. De commissie stelt vast dat in de gepresenteerde plannen voor de aankomende periode weinig flexibiliteit aanwezig lijkt te zijn die kan worden aangesproken in geval van tegenslag.

Ten aanzien van de publieksbenadering in de aanvraag staat de commissie gematigd positief. Hoewel de visie op het publieksbereik algemeen is beschreven, wekt de aanvraag het vertrouwen dat de ambities op dit terrein haalbaar zijn. De commissie meent dat de samenwerking met partners, vooral bij interdisciplinaire coproducties, kansen biedt voor Asko|Schönberg om nieuw publiek op te bouwen en aan zich te binden. Zij vindt het een gemiste kans dat in de aanvraag onderbelicht blijft hoe het ensemble daarop in wil spelen. Asko|Schönberg geeft in het plan een accurate beschrijving van zijn positionering als ensemble op het terrein van hedendaags gecomponeerde muziek. De betekenis van de toegenomen focus op interdisciplinair coproduceren wordt echter amper geduid met het oog op de eigen positie. Asko|Schönberg verklaart dat de partners zich willen committeren aan waar het ensemble voor staat, maar laat daarbij in het midden hoe de eigen artistieke identiteit zich ontwikkelt onder invloed van het interdisciplinair coproduceren en wat dat betekent voor de profilering van het ensemble bij het publiek.

Pluriformiteit

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als ruim voldoende.

Het repertoire van Asko|Schönberg bestaat voornamelijk uit gecomponeerde muziek uit de 20e en 21e eeuw, waaronder een substantieel aantal nieuwe opdrachtcomposities. Er zijn volgens de commissie meer ensembles actief die zich hebben gespecialiseerd in de hedendaagse muziek, maar het totale aanbod op dit gebied is niet ruim vertegenwoordigd op de Nederlandse podia. Daarnaast stelt zij vast dat het type interdisciplinaire coproducties dat het ensemble presenteert, redelijk goed vertegenwoordigd is binnen het podiumkunstenaanbod. Het Asko|Schönberg levert volgens de commissie een aanzienlijke bijdrage aan de pluriformiteit.

Geografische spreiding

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als ruim voldoende.

Asko|Schönberg is gevestigd in Amsterdam, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. Verder constateert de commissie dat de instelling in de periode 2013-2015 regelmatig heeft gespeeld in Amsterdam. Het aandeel in andere steden en regio's gespeelde concerten, is in relatie tot andere podiumkunstinstellingen groot. In de komende periode staat de aanvrager een vergelijkbare spreiding van de concerten voor ogen. De commissie vindt dat Asko|Schönberg een redelijke bijdrage levert aan de spreiding

Bijdrage talentontwikkeling

De commissie adviseert de bijdrage talentontwikkeling niet toe te kennen.

De commissie constateert dat de plannen voor de Ensemble Academie, die onderdeel uitmaken van dit plan, niet passen binnen de doelstellingen van het Fonds Podiumkunsten. Zij heeft waardering voor de wens van ensembles om een rol te spelen bij het begeleiden van jonge musici en componisten naar de beroepspraktijk, maar zij stelt vast dat waar het gaat om studenten de verantwoordelijkheid ligt bij de conservatoria in het land. De relatief beperkte middelen die bij het Fonds beschikbaar zijn als bijdrage in de talentontwikkeling zijn niet bedoeld voor podiumkunstenaars die nog een beroepsopleiding volgen. Het plan voor het K[h]AOS-project vindt zij interessant, maar onvoldoende inhoudelijk uitgewerkt. De organisatie maakt niet duidelijk wat zij wil overdragen op de musici en componisten. De commissie vindt de plannen hiervoor te algemeen beschreven.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Asko|Schönberg te honoreren.
Aangevraagd bedrag per jaar€ 685.200
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel00€ 0
Circuit groot806.200€ 496.000
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 571.000
Toegekend bedrag per editie€ 571.000