NL / EN

MEERJARIGE ACTIVITEITENSUBSIDIE 2017-2020

DE VERLICHTING

INLEIDING

De Verlichting is een in Amsterdam gevestigde theaterorganisatie, waarvan Floris van Delft de artistiek directeur is. Op papier bestaat De Verlichting sinds 2014, maar in de praktijk bestaat de werkwijze van regisseur Floris van Delft al veel langer. De Verlichting wil actuele maatschappelijke dilemma's agenderen, op een manier die het voor het publiek onweerstaanbaar maakt om zich tot die dilemma's te verhouden. De voorstellingen die Floris van Delft maakt om dit doel te bereiken, zijn een combinatie van grondig journalistiek onderzoek en hoogwaardig, meeslepend theater. In de organisatie staat 'de redactie' centraal, waarin (artistieke) medewerkers en inhoudelijke partners samen het onderzoek opzetten en vertalen naar voorstellingen. Met als uitvalsbasis het Amsterdamse theater De Meervaart, wordt De Verlichting een plug & play-theaterorganisatie die altijd in coproductie voorstellingen maakt. Samenleven is het hoofdthema van De Verlichting. Daarbinnen kiest Floris van Delft een aantal subthema's: verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en multiculturaliteit/diversiteit/inclusie. Deze thema’s vormen in de komende twee jaar de basis voor producties. 'D.A.D.', in coproductie met Finkers Theaterbureau, is een voorstelling van een jonge aanstaande vader over het krijgen van kinderen, in deze tijd en als zoon van Marokkaanse ouders. In 'Mollen', een coproductie met Maas Theater en Dans, hangt het publiek rond op een metrostation en zijn de acteurs nauwelijks te onderscheiden van de reizigers. Voor 'Elke dag thee met moeder', in coproductie met theater De Meervaart en Zina Platform, wordt een wijkredactie opgezet met bewoners en professionals. Die redactie doet onderzoek naar het onderwerp ‘zorgen voor je ouders’. Op het toneel zal een koor staan van ouderen uit de wijk naast een cast van jonge acteurs van verschillende etnische achtergronden. In 'Het veld', een coproductie met DOX, voetballen, spelen en dansen twaalf jongens in twee teams een voetbalwedstrijd op een amateurclubveld. Het voetbalveld is hier een arena om nader te bekijken hoe discriminatie en racisme werken. 'Mijn einde is het beste', een coproductie met Stichting George & Eran, gaat over de relatieve waarde van een mensenleven. In de voorstelling vechten een Nederlander, een Ghanees, een Syriër en een Israëliër om ruimte en aandacht voor hun doden en verdriet. 'Ik weet wat goed voor me is', in coproductie met De Meervaart, wordt gemaakt door Wieke ten Cate in het kader van haar talentontwikkelingstraject binnen De Verlichting. Zij maakt een documentaire voorstelling met het ziekenhuis als locatie, over vertrouwen in de medische zorg en het besef dat je niet alles zelf in de hand hebt. In 'De waarheid over leugens', een coproductie met Maas Theater en Dans, proberen een goochelaar, de mythologische Cassandra en iemand die veel op Albert Einstein lijkt het publiek te overtuigen van hun gelijk over het klimaat. 'Serious Comedy', in coproductie met Comedy Train, wordt een serie avonden waarin De Verlichting onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken combineert met stand-up comedy. Daarnaast wil De Verlichting onder de titel 'Direct reageren' op een speelse en ad hoc manier reageren op de actualiteit. Hieronder vallen onder meer theatrale avonden over wat er op dat moment speelt in De Meervaart, theatrale missen in samenwerking met George & Eran, De Hollanders en Firma Mes en contextprogramma’s in debatcentrum De Balie, samen met Sadettin Kirmiziyüz en Anoek Nuyens.

In de periode 2017-2020 realiseert De Verlichting negentig voorstellingen per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 337.500 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 42.000 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 379.500 euro.

HISTORIE

De Verlichting ontvangt in de periode 2013-2016 geen structurele subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Fonds Podiumkunsten.

Er is door De Verlichting beeld- en/of geluidsmateriaal opgestuurd van de voorstellingen 'Toen wij van Rotterdam vertrokken', 'Circus in Veen', 'CASH' en 'Schijn'.

ARTISTIEKE KWALITEIT

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als goed.

Van Delft heeft zijn artistieke signatuur en vakmanschap de afgelopen jaren ontwikkeld binnen verschillende organisaties, waaronder PeerGrouP en Maas Theater en Dans. Hij maakte zowel voorstellingen op locatie als voor de theaterzaal, voor jeugd en volwassenen. Het werk van Van Delft is in de ogen van de commissie veelvormig, maar wel altijd voorzien van een duidelijke handtekening van de maker. De commissie beschouwt Van Delft als een regisseur die met veel vakmanschap vanuit een maatschappelijke betrokkenheid interessante thema’s weet te vertalen naar voorstellingen met zeggingskracht voor uiteenlopende publieksgroepen. Floris van Delft is zeer vakkundig op het gebied van acteursregie en het vertellen van verhalen met een gedegen en effectieve dramaturgie, die mensen raken. Voorbeelden hiervan zijn ‘Schijn’ en ‘CASH’.

Floris van Delft wil zijn werk de komende jaren voortzetten en verder ontwikkelen met De Verlichting als een plug & play-organisatie. In het artistieke beleid wordt voor de komende jaren extra ingezet op het gezamenlijke onderzoek dat aan de producties voorafgaat. De commissie ziet in de beoogde samenwerkingen een sterke basis voor de toevoer van andere, interessante perspectieven op thema’s waaruit boeiende nieuwe verhalen ontwikkeld kunnen worden. Een meerwaarde verwacht de commissie daarbij van de functie van de publiekswerker, die onderdeel van de redactie is. De voorstellingsconcepten voor ‘Veld’ en ‘Mollen’ springen het meest in het oog. Het idee om voetballende jongens als vorm te kiezen voor een voorstelling over racisme en discriminatie vindt de commissie zeer oorspronkelijk en door de combinatie van vorm en inhoud is een grote zeggingskracht van deze voorstelling voor de doelgroep te verwachten. Bij ‘Mollen’ is het de treffende combinatie van locatie en verhaal, die maakt dat dit productievoorstel veel vertrouwen geeft in een grote zeggingskracht. Bij enkele andere productieplannen merkt de commissie op dat weliswaar inspirerende vragen en thema’s aan de orde worden gesteld die uitnodigen tot een uitgebreid onderzoek, maar dat de vertaling van deze inhoud naar de beoogde theatervormen nog niet overtuigend beschreven is. Dit geldt voor bijvoorbeeld ‘D.A.D’ en ‘Serious Comedy’. Ondanks deze voorbehouden is de commissie ervan overtuigd dat Floris van Delft als regisseur het vakmanschap heeft om het werk van de redactie in combinatie met de keuze van acteurs voor de toekomstige projecten tot voorstellingen te maken die aansprekend zullen zijn voor veel verschillende publieksgroepen. Een kanttekening plaatst de commissie nog wel bij de consequentie die de plug & play-organisatie kan hebben voor de signatuur van De Verlichting als zelfstandig en onderscheidend theatergezelschap. Door het behoorlijke aantal producties dat De Verlichting jaarlijks heeft gepland met telkens verschillende partners, komt de artistieke signatuur van de groep naar de mening van de commissie niet scherp over het voetlicht. Dit geldt bijvoorbeeld voor de producties met Maas Theater en Dans en DOX: deze instellingen hebben zelf een duidelijke eigen signatuur en daar zal het werk van De Verlichting zich toe moeten verhouden. In de aanvraag mist de commissie hierop nog een duidelijke visie.

ONDERNEMERSCHAP

De commissie beoordeelt het ondernemerschap als zwak.

De stichting is vrij recent opgericht en de organisatie moet nog worden gevormd. Zo wordt nog een zakelijk leider gezocht, in samenwerking met andere groepen die zich verbinden aan Theater de Meervaart. In de ogen van de commissie is het een gemis dat een overtuigende strategie of beschrijving met betrekking tot hoe de organisatie als zelfstandige podiumkunstenproducent wil functioneren, ontbreekt. Aangezien De Verlichting nog nauwelijks actief is, heeft de stichting geen financiële buffer kunnen opbouwen. Door zowel de behoorlijke omvang van de activiteiten, als het feit dat De Verlichting zich nog moet ontwikkelen, is er sprake van een risico voor de financiële continuïteit, vindt de commissie. Door de partners die bij de activiteiten zijn betrokken, blijft dat risico weliswaar beperkt, maar vooralsnog kan een financiële tegenvaller niet zelfstandig worden opgevangen.

De commissie is zeer kritisch over de financiering van de organisatie. Met het beeld dat de plug & play-organisatie oproept, wordt de verwachting gewekt dat De Verlichting hoofdzakelijk de redactie is en functioneert als artistieke kern die de motor is in uiteenlopende coproducties. De commissie vindt dat dit beeld niet strookt met de begroting waarin een subsidiebedrag wordt opgenomen dat meer past bij een theaterorganisatie die zowel productioneel als financieel volledig zelfstandig functioneert. De commissie vindt dat De Verlichting relatief veel subsidie vraagt voor producties die allemaal in coproductie worden gemaakt en niet uitlegt waarom dat bedrag noodzakelijk is. Bij de begrote inkomsten plaatst de commissie eveneens kanttekeningen. De begroting is voor een groot deel gebaseerd op coproductiebijdragen. Een deel daarvan is nog niet concreet onderbouwd, waardoor de commissie er niet van overtuigd is dat de begrote bedragen zullen worden gerealiseerd. Voor een organisatie die inzet op brede samenwerking, zowel maatschappelijk als met partners in het podiumkunstenveld, en voor een organisatie die zich richt op een breed publiek, zijn de begrote publieksinkomsten juist weer aan de lage kant. De Verlichting gaat in de begroting bewust uit van een zaalbezetting van slechts 50 procent en verklaart dit lage aandeel in de eigen inkomsten uit het feit dat een deel naar de coproductiepartners gaat. Ook kan de organisatie nog geen financiële risico’s verwerken en zet dus behoedzaam in. Door het ontbreken van de afspraken tussen De Verlichting en de coproducenten heeft de commissie echter geen zicht op de wijze waarop de publieksinkomsten zijn verdeeld. Aangezien de coproducenten ook een deel van de publieksinkomsten ontvangen, vindt de commissie de bijdragen van coproducenten bovendien bescheiden in vergelijking met het aandeel van De Verlichting zelf, die daarvoor subsidie aanvraagt. Dit vindt de commissie niet getuigen van een ondernemende houding. Gezien de maatschappelijk relevante onderwerpen en de werkwijze voor verschillende producties waarbij relaties worden aangegaan met specifieke doelgroepen en sociaal-maatschappelijke instellingen, kan de commissie zich goed voorstellen dat private subsidiënten geïnteresseerd zijn in de ondersteuning van deze activiteiten. Het begrote bedrag is op dit punt echter substantieel. Omdat de organisatie zich ook op dit vlak nog moet ontwikkelen en geen historie heeft, is het voor de commissie niet vanzelfsprekend dat dit gerealiseerd kan worden.
Als het gaat om de publieksbenadering beschrijft De Verlichting zijn plaats in het veld vooral vanuit zijn visie op het theater dat het gezelschap wil maken en de verbindingen die het daarbij met verschillende partners aangaat. Wat zijn plek is ten opzichte van andere producenten blijft naar de mening van de commissie echter onderbelicht. Over de inzet van een publiekswerker vanaf het begin van het onderzoek voor een productie oordeelt de commissie positief. Er wordt in veel gevallen ingezet op doelgroepen voor wie het bezoeken van theater niet gebruikelijk is. Doordat al ruim van tevoren met deze doelgroepen verbindingen worden aangegaan, vindt de commissie het aannemelijk dat zij de voorstelling gaan bezoeken. Vanwege de diversiteit in de doelgroepen en de veelal specifieke speelplekken, ligt het niet voor de hand dat De Verlichting een eigen publiek kan opbouwen. De groep geeft daaraan ook geen prioriteit in zijn plannen en in dat licht vindt de commissie het aanstellen van een publiciteitsmedewerker naast de publiekswerker op zichzelf zinvol, maar een visie of strategie ten aanzien van de publieksbenadering door De Verlichting als zelfstandige organisatie wordt in de plannen node gemist.

PLURIFORMITEIT

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als ruim voldoende.

De commissie plaatst het aanbod op basis van het werk van Floris van Delft in de afgelopen jaren binnen het teksttheater. Behalve De Verlichting zijn er veel instellingen, zowel binnen de Basisinfrastructuur (BIS) als in het circuit van vrije producenten, die zich bezighouden met teksttheater. Het werk van De Verlichting onderscheidt zich van dit brede aanbod doordat er in een behoorlijk deel van de activiteiten sprake is van een sociaal-maatschappelijke invalshoek en doordat er nadrukkelijk wordt ingezet op het bereiken van publieksgroepen die niet veel naar het theater gaan. Hierin is De Verlichting echter niet uniek. De commissie concludeert dat het werk van De Verlichting een aanzienlijke bijdrage aan de pluriformiteit levert.

GEOGRAFISCHE SPREIDING

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als ruim voldoende.

De Verlichting is gevestigd in Amsterdam, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. Uit de speellijsten van afgelopen jaren blijkt dat voorstellingen van Floris van Delft regelmatig hebben gespeeld in Amsterdam en Rotterdam, en dat in vergelijking met andere podiumkunstinstellingen ook een substantieel aandeel voorstellingen in andere steden regio’s is gespeeld. In de komende periode staat De Verlichting een verdere spreiding van voorstellingen voor ogen en de commissie acht die op basis van het plan aannemelijk. De commissie vindt dat De Verlichting hiermee een redelijke bijdrage levert aan de geografische spreiding.

BIJDRAGE TALENTONTWIKKELING

De commissie adviseert de bijdrage talentontwikkeling niet toe te kennen.

De Verlichting wil de komende vier jaar twee beginnende makers elk twee jaar de tijd en ruimte bieden om vanuit diepgravend onderzoek hoogwaardige voorstellingen te maken. Voor de periode 2017-2018 is Wieke ten Cate de eerste maker die hiervoor is geselecteerd. Aangezien De Verlichting aan het begin van zijn eigen ontwikkeling staat en een flink aantal producties heeft gepland, heeft de commissie niet de verwachting dat de talentontwikkeling alle aandacht kan krijgen die daarvoor nodig is. In de aanvraag ontbreekt tevens een heldere onderbouwing van de kosten voor het talentontwikkelingstraject, dat voor een deel ook geplaatst wordt in de reguliere activiteiten van de organisatie.

CONCLUSIE

De commissie adviseert de aanvraag van De Verlichting te honoreren voor zover het budget dat toelaat.

Aangevraagd bedrag per jaar€ 379.500
Geadviseerd bedrag per jaar
gemiddeld aantal uitvoeringen per jaarbedrag per uitvoering
Circuit klein/middel752.500€ 187.500
Circuit groot155.000€ 75.000
Basisbedrag€ 75.000
Bijdrage talentontwikkeling€ 0
Totaal per editie€ 337.500
Toegekend bedrag per editie€ 0

 

website meerjarige adviezen

 

muziek

organisatieaangevraagdtoekennen

Amstel Quartet€ 95.000€ 95.000 ** per jaar
Amsterdam Klezmer Band€ 196.800€ 196.800 per jaar
Amsterdam Sinfonietta€ 675.300€ 635.300 per jaar
Apollo Ensemble€ 115.0000
Artvark Saxophone Quartet€ 95.000€ 95.000 per jaar
Asko|Schönberg€ 685.200€ 571.000 per jaar
Barokopera Amsterdam€ 284.4000
Brokken€ 155.500€ 151.500 per jaar
Calefax€ 424.000€ 263.500 per jaar
Cappella Amsterdam€ 571.6700
Cappella Pratensis€ 110.0000
Cello8ctet Amsterdam€ 259.4000
Combattimento€ 116.300€ 116.300 ** per jaar
De Coöperatie€ 98.4000
Doek€ 100.000€ 100.000 ** per jaar
De ereprijs€ 157.080€ 130.900 ** per jaar
Five Great Guitars€ 224.5000
Holland Baroque€ 430.000€ 400.000 per jaar
Insomnio€ 152.8000
Instant Composers Pool€ 176.200€ 164.200 per jaar
Jazz in Motion€ 159.500€ 159.500 ** per jaar
Jazz Orchestra of the Concertgebouw€ 409.100€ 389.100 ** per jaar
De Kift€ 229.200€ 229.200 ** per jaar
LUDWIG€ 329.5000
Marmoucha€ 156.2000
Martin Fondse Music€ 142.6000
Matangi Quartet€ 103.0000
Música Temprana€ 187.0000
Nederlands Blazers Ensemble€ 769.200€ 769.200 per jaar
Nederlands Kamerkoor€ 806.800€ 798.800 per jaar
De Nederlandse Bachvereniging€ 570.600€ 520.600 per jaar
New European Ensemble€ 223.700€ 203.700 per jaar
Oorkaan€ 495.600€ 524.767 per jaar
Orkest van de Achttiende Eeuw€ 415.000€ 415.000 per jaar
Paul van Kemenade€ 109.000€ 95.000 ** per jaar
Ragazze Quartet€ 198.200€ 97.000 per jaar
Slagwerk Den Haag€ 445.250€ 298.600 per jaar
De Staat€ 282.500€ 236.200 per jaar
Strijbos & Van Rijswijk€ 95.000€ 95.000 * per jaar
Tam Tam Productions€ 184.4000
Tango Extremo€ 131.5000
The Amsterdam Baroque Orchestra and Choir€ 455.0200
Tomoko Mukaiyama€ 217.200€ 197.200 ** per jaar
Tonality€ 150.400€ 150.400 ** per jaar
Wishful Singing€ 105.200€ 105.200 ** per jaar

theater

organisatieaangevraagdtoekennen

Afslag Eindhoven€ 120.000€ 120.000 ** per jaar
't Barre Land€ 130.0000
Het Toneelschap Beumer & Drost€ 348.750€ 354.167 ** per jaar
BOG.€ 131.250€ 131.250 per jaar
BonteHond€ 582.000€ 581.167 per jaar
Compagnie Karina Holla (Schreeuw)€ 80.0000
Dood Paard€ 342.500€ 342.500 ** per jaar
Dries Verhoeven (Room with a view)€ 300.000€ 300.000 per jaar
Eigen Werk Theaterproduktie€ 185.000€ 214.167 ** per jaar
Feikes Huis€ 202.500€ 168.750 per jaar
Female Economy€ 345.000€ 345.000 per jaar
Firma MES€ 93.7500
De Gemeenschap€ 180.0000
George & Eran Producties€ 118.750€ 118.750 *** per jaar
Golden Palace€ 255.000€ 225.000 per jaar
Hetpaarddatvliegt€ 100.0000
Hoge Fronten€ 146.250€ 131.250 ** per jaar
Hotel Modern€ 447.900€ 446.900 per jaar
In Goed Gezelschap van Laura€ 125.0000
Jakop Ahlbom (Pels)€ 569.000€ 569.000 per jaar
Jan Vos€ 237.500€ 237.500 per jaar
Julius Leeft!€ 342.5000
Kata€ 95.0000
Laswerk (Duda Paiva Company)€ 290.000€ 275.000 *** per jaar
Likeminds€ 265.000€ 230.000 per jaar
Lotte van den Berg (Third Space)€ 222.500€ 222.500 per jaar
Maatschappij Discordia€ 240.000€ 200.000 ** per jaar
Marjolijn van Heemstra€ 137.500€ 137.500 per jaar
Matzer€ 357.500€ 337.500 ** per jaar
Moeremans&sons€ 280.000€ 280.000 **** per jaar
Mugmetdegoudentand€ 405.000€ 405.000 per jaar
De Nieuw Amsterdam€ 151.250€ 151.250 ** per jaar
Nieuwe Helden€ 279.000€ 279.000 per jaar
Het NUT (Nieuw Utrechts Toneel)€ 171.750€ 171.750 per jaar
Orkater (theater)€ 733.200€ 611.000 ** per jaar
Peergroup€ 429.000€ 399.000 per jaar
Podium Mozaïek€ 177.0000
PS|theater€ 125.000€ 125.000 ** per jaar
Schippers & Van Gucht€ 162.500€ 191.667 per jaar
Schweigman&€ 388.500€ 388.500 per jaar
SoAP€ 390.000€ 325.000 per jaar
STIP theaterproducties€ 280.000€ 309.167 per jaar
Studio Peer€ 200.000€ 200.000 ** per jaar
The Young Ones€ 210.0000
Theater Bellevue€ 270.000€ 225.000 * per jaar
Theater Gnaffel€ 390.000€ 354.167 ** per jaar
Theater het Amsterdamse Bos€ 83.4960
Theater RAST€ 183.500€ 158.500 *** per jaar
Theater Terra€ 625.0000
Theatercollectief Schwalbe€ 125.000€ 125.000 per jaar
Theatergroep Aluin€ 135.000€ 112.500 ** per jaar
Theatergroep Suburbia€ 412.500€ 412.500 ** per jaar
Theaterproductiehuis Zeelandia€ 695.400€ 579.500 per jaar
De Theatertroep€ 200.0000
Toneelschuur Producties€ 582.000€ 575.000 per jaar
Trouble Man€ 265.000€ 265.000 per jaar
Ulrike Quade Company€ 483.600€ 403.000 per jaar
Unieke Zaken€ 200.000€ 229.167 ** per jaar
Urland€ 140.000€ 140.000 ** per jaar
De Verlichting€ 379.500€ 337.500 ** per jaar
Via Rudolphi Theaterproducties€ 375.000€ 325.000 per jaar
Vis à Vis€ 457.000€ 457.000 per jaar
De Warme Winkel€ 545.400€ 454.500 per jaar
Acteursgroep Wunderbaum€ 512.000€ 462.000 per jaar
YoungGangsters€ 225.000€ 225.000 per jaar
ZEP Theaterproducties€ 356.000€ 359.167 **** per jaar

dans

organisatieaangevraagdtoekennen

Another Kind of Blue€ 237.500€ 237.500 per jaar
Backbone€ 155.400€ 129.500 per jaar
Club Guy and Roni€ 678.600€ 662.630 per jaar
Conny Janssen Danst€ 586.800€ 576.130 per jaar
De Dansers€ 200.000€ 229.167 per jaar
Dansmakers Amsterdam€ 185.0000
Danstheater AYA€ 562.000€ 502.167 ** per jaar
DOX€ 325.000€ 354.167 ** per jaar
De Dutch Don't Dance Division€ 166.2000
GOTRA€ 177.0000
ICKamsterdam€ 702.960€ 585.800 per jaar
Het Internationaal Danstheater€ 527.5000
ISH€ 621.000€ 633.797 per jaar
Jens van Daele's Burning Bridges€ 133.750€ 133.750 per jaar
Korzo€ 557.500€ 507.500 ** per jaar
LeineRoebana€ 448.8000
Lonneke van Leth Producties€ 272.5000
Maas theater en dans€ 390.000€ 354.167 * per jaar
NBprojects€ 448.440€ 373.700 per jaar
Panama Pictures€ 200.000€ 200.000 per jaar
plan d-€ 240.000€ 229.167 per jaar
Project Sally€ 430.800€ 424.967 per jaar
De Stilte€ 582.000€ 514.167 per jaar
T.r.a.s.h.€ 129.5000
United Cowboys€ 135.0000
Veem Huis voor Performance€ 271.3000
Vloeistof€ 165.4550
WArd/waRD€ 359.500€ 359.500 per jaar

muziektheater

organisatieaangevraagdtoekennen

BOT€ 187.500€ 187.500 ** per jaar
Holland Opera€ 411.400€ 403.167 * per jaar
MaxTak€ 162.5000
Muziektheater De Plaats€ 150.000€ 150.000 ** per jaar
Opera2Day€ 342.380€ 320.600 * per jaar
Orkater (muziektheater)€ 436.200€ 363.500 * per jaar
Percossa€ 339.0000
PIPS:lab€ 175.0000
Project Wildeman€ 130.000€ 130.000 ** per jaar
Rosa Ensemble€ 125.000€ 125.000 ** per jaar
Silbersee€ 656.800€ 644.800 per jaar
Tafel van Vijf€ 145.000€ 174.167 ** per jaar
Theater Nomade€ 125.0000
Theatergroep Flint€ 100.000€ 100.000 ** per jaar
Theatergroep Wie Walvis€ 150.0000
Touki Delphine€ 215.000€ 215.000 ** per jaar
Urban Myth€ 203.375€ 202.500 per jaar
De Veenfabriek€ 657.600€ 638.000 per jaar
Via Berlin€ 215.000€ 215.000 per jaar
Het Volksoperahuis€ 250.000€ 250.000 per jaar
Zonnehuis Muziektheater€ 200.0000