NL / EN

De Raad van Toezicht en Good Governance

De Raad van Toezicht heeft geen rol bij de subsidieverleningen van het Fonds Podiumkunsten. Die zijn de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur. Desondanks kiest de Raad van Toezicht voor een strikt beleid, ook om iedere schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Dit past bij de grote waarde die het Fonds Podiumkunsten hecht aan good governance.

Het beleid met betrekking tot nevenfuncties is als volgt:

  1. Een lid van de Raad van Toezicht is geen directeur, bestuurder, lid raad van toezicht of medewerker van een instelling die subsidie aanvraagt bij het Fonds en is geen directe familie (vader, moeder, zoon, dochter, partner) van iemand in een dergelijke positie.
  2. Een lid van de Raad van Toezicht is geen directeur, bestuurder of toezichthouder bij een ander publiek cultuurfonds of een particulier fonds dat als voornaamste bezigheid heeft het verstrekken van financiële bijdrages op het gebied van podiumkunsten.
  3. Een lid van de Raad van Toezicht meldt het te allen tijde als er sprake is van een mogelijk belang aan zijn kant bij een bij het Fonds aangevraagde of toegekende subsidie.


Alle nevenfuncties worden vooraf ter toetsing gemeld aan de voorzitter van de Raad van Toezicht. Als anderszins sprake is van een mogelijk belang bij een lid van de Raad van Toezicht, meldt het betrokken lid dit aan de Raad van Toezicht. De overige leden van de Raad van Toezicht bepalen of goedkeuring gegeven kan worden voor de betrokkenheid van het betreffende lid op basis van de omvang en aard van de betreffende subsidie en het aanwezige belang bij het lid. Daarbij geldt dat iedere vorm van eigenbelang bij de subsidiëring moet zijn uitgesloten.

Voor reeds benoemde leden (stand medio 2014) geldt een overgangsperiode gedurende het resterende deel van de huidige benoemingstermijn. Zie voor een overzicht van de nevenfuncties en benoemingstermijnen het verslag van de Raad van Toezicht.