NL / EN

di. 3 november 2015

Vitale verbindingen

Vanochtend (3 november) presenteerde het Fonds Podiumkunsten de (vernieuwde) regeling meerjarige activiteitensubsidie en het beleid voor de periode 2017-2020. In een tijd waarin zo veel gedigitaliseerd is, zou je verwachten dat potentiële aanvragers vooral onze website raadplagen, want daar is immers vanaf nu ook alle informatie te vinden. Maar Herz in TivoliVredenburg zat vol, met bekende en nieuwe aanvragers, beleidsmakers en belangenbehartigers. Uit Zeeland, Groningen, Maastricht, Amsterdam, Rotterdam, kortom uit het hele land. Het is aan anderen om te beoordelen of de informatie die wij verstrekten helder en behulpzaam is. Wij weten in ieder geval na vanochtend dat heel veel gezelschappen, ensembles en festivals zich opmaken voor een aanvraag. Het belooft dus een spannende zomer te worden. Hieronder vindt u de speech die ik vanmorgen in TivoliVredenburg uitsprak.


Goedemorgen,
Mijn bijdrage begint toch weer anders dan ik me een week geleden had voorgesteld. Misschien is dat wel illustratief voor de tijd waarin wij leven. En hoe paradoxaal dat ook klinkt, het sterkt ons eigenlijk in onze overtuiging dat we met de keuzes die wij maken, en waarover ik zo meer zal vertellen, op de goede weg zitten. Toch maar eerst die olifant de kamer uitwerken.
Begin juli zijn door de Tweede Kamer moties aangenomen om in de BIS een aantal plekken in te ruimen voor productiehuizen en het Festival Oude Muziek. Vorige week dinsdag was er een Voortgezet Schriftelijk Overleg in de Tweede Kamer. Daar is opnieuw een motie aangenomen, die vooral, maar niet alleen, over festivals gaat.
De minister heeft al direct laten weten dat ze deze laatste motie ook zal uitvoeren. Behalve voor Festival Oude Muziek wordt nu ook voor Oerol ruimte gemaakt in de BIS. Daarnaast kondigde zij aan dat Dansdagen en Cinekid, waarvan de Tweede Kamer nog vond dat de Raad voor Cultuur eerst zou moeten adviseren over een goede toekomstige inbedding en financiering, eveneens een plaats krijgen in de BIS. Oerol en Oude Muziek nemen hun Fondssubsidie mee naar de BIS, ons huidige subsidieplafond voor meerjarige festivals wordt daarmee met 5 ton 'gekort'. Van de oorspronkelijke 2,6 miljoen euro extra voor festivals blijft na de aangenomen moties nog een slordige 8 ton over. Wij weten inmiddels dat het Fonds Podiumkunsten daarvan 180.000 euro aan het budget voor meerjarige festivals mag toevoegen.
Diezelfde motie betekent voor de producenten van jeugdaanbod een beetje goed nieuws. Want de financiering van het negende jeugdtheatergezelschap in de BIS gebeurt sinds vorige week niet langer uit de extra middelen die aanvankelijk bedoeld waren ter versterking van de positie van het jeugdaanbod. Het geld wordt nu onttrokken aan de extra middelen die voor de festivals waren bedoeld.
De debatten in de Tweede Kamer over de volgende kunstenplanperiode, maar ook de debatten vorig jaar over talentontwikkeling laten ons zien dat de gevolgen van de bezuinigingen ook de politiek niet onberoerd laten. De aanpassingen nu in de basisinfrastructuur zijn een kleine correctie van wat er eerder door de bezuinigingen allemaal is weggevallen. De beweging is misschien niet groot, maar het is goed om te merken dat er ook weer positief over kunst en cultuur wordt gesproken. Tegelijk is het geluk van de een het verdriet van de ander. Het Fonds is blij dat een aantal instellingen de kans krijgt om met een substantieel ruimer budget de komende vier jaar in te gaan. Maar het Fonds is ook bezorgd over de stolling die daardoor optreedt. Dat zeg ik niet alleen hier, maar dat zal ik de komende tijd ook op andere momenten en op andere plekken laten horen. Want een gezonde podiumkunstsector is veelkleurig, biedt plaats aan verscheidenheid en creëert voldoende ruimte voor vernieuwing en doorstroming.

En dan ben ik toch weer waar ik oorspronkelijk wilde beginnen.
Want vandaag kijken we vooruit. Er staat een nieuwe ronde meerjarige subsidie aanvragen voor de deur. We kijken ook een heel klein beetje terug. Want het beleid van het Fonds Podiumkunsten voor de periode 2017-2020, de keuzes die we maken, komen niet uit de lucht vallen.

Om te beginnen pakken we het NRC van 15 oktober jongstleden er even bij. De krant publiceert een Cultuur Top 100. Daarin staan volgens een deskundige jury de cultuurmakers die de meeste invloed hebben in binnen- en buitenland. Gesubsidieerde en niet gesubsidieerde cultuurmakers, ontwerpers, schrijvers, architecten, musici, theatergezelschappen, componisten, kortom de volle breedte van de Nederlandse kunst en cultuur staat op die lijst. Op die lijst prijken ook behoorlijk wat namen van mensen en organisaties aan wie het Fonds direct of indirect een subsidie verstrekt.; om er een paar te noemen, Michel van der Aa, die vorige week de Johannes Vermeerprijs ontving, De Stilte, Wunderbaum en Dries Verhoeven.
Je kunt van alles van zo’n lijst vinden, je kunt het volkomen oneens zijn met de jury, maar over twee dingen kan weinig verschil van mening bestaan.
Voor het publiek maakt het totaal niet uit of een organisatie in de BIS zit of door het Fonds Podiumkunsten wordt gesubsidieerd én de Nederlandse kunst en cultuur, óók de podiumkunsten, kent nog steeds een enorme diversiteit.
We kunnen dus veilig stellen dat de eredivisie van de rijksgesubsidieerde podiumkunsten uit organisaties bestaat met een functie, zoals de symfonieorkesten, die onder de directe verantwoordelijkheid van de minister vallen, maar evenzeer uit de meerjarig door het Fonds Podiumkunsten gesubsidieerde gezelschappen, ensembles en festivals.

De vraag hoe we er het beste voor kunnen zorgen dat ‘ons deel’ die eredivisiepositie handhaaft en verstevigt, staat in ons beleidsplan 2017-2020 centraal.
En hoewel economisch het tij lijkt te keren in 2015, betekent dat de komende jaren voor de Fonds‑gesubsidieerde podiumkunsten niet dat er direct meer financiële armslag ontstaat. Want het Fonds Podiumkunsten heeft niet meer geld te verdelen dan in 2012.
Wat het Fonds zich precies voorneemt voor de komende periode staat vanaf vandaag op onze website. Dat ga ik hier daarom niet al te uitgebreid uit de doeken doen, ik presenteerde onze uitgangspunten bovendien al eerder dit jaar tijdens onze Zomertour. Wel zal ik nu toelichten waarom wij niet kiezen voor drastische koerswijzigingen, maar ‘aangescherpt’ op de ingeslagen weg doorgaan. Een paar van die aanscherpingen zal ik benoemen.

We vinden dat het Fonds Podiumkunsten ertoe moet bijdragen dat er in de podiumkunsten:
1. een sterke artistieke ontwikkeling plaatsvindt die van grote waarde is voor de actuele en toekomstige impact van de sector;
2. dat er een aanbod wordt ontwikkeld dat zo divers, kwalitatief sterk en geografisch goed gespreid is dat zoveel mogelijk mensen zich erin kunnen herkennen;
3. en dat er sprake is van duurzame publieksopbouw: de makers kennen hun publiek, weten hoe ze het kunnen boeien en binden, en nemen ook de verantwoordelijkheid om te bouwen aan het publiek van de toekomst, zowel in Nederland als daarbuiten.

Ons beleid staat niet op zichzelf. Misschien moet ik zelfs zeggen “staat steeds minder op zichzelf”. Daarnaast hebben we tijdens de vele gesprekken in verschillende samenstelling en over soms heel uiteenlopende onderwerpen vast kunnen stellen dat er op dit moment in de podiumkunstensector heel veel in beweging is. Deze twee constateringen dragen, zou je kunnen zeggen, de richting van onze keuzes.

Om te beginnen eerst iets meer over de plek die ons beleid inneemt. In de eerste plaats geldt voor een rijkscultuurfonds als het onze dat de politieke beslissingen leidend zijn voor de opdracht die wij van de minister krijgen. En zoals we inmiddels weten kan dat ingrijpende gevolgen hebben.
Daarnaast is onze opdracht primair om keuzes te maken die complementair zijn aan datgene wat in de BIS wordt gesubsidieerd en aan wat er in de vrije sector wordt geproduceerd. Acht jaar geleden kan ik u zeggen, was die opdracht makkelijker dan nu. De diversiteit, of pluriformiteit, die, zo blijkt ook uit de Top 100, niet alleen door beleidsmakers belangrijk wordt gevonden, is nog steeds een leidende doelstelling. Het is daarom ook een belangrijk criterium in al onze regelingen.
Maar scheidslijnen vervagen. Kijk naar de festivals. Oerol en Oude Muziek vervullen straks zoals dat officieel heet een functie in de BIS, maar is de betekenis en waarde van de Fondsgesubsidieerde festivals een wezenlijk andere? We zien dat verankering en publieksbereik bij BIS-gezelschappen niet zelden leiden tot de keuze om kleinschaliger aanbod te produceren dat veel weg heeft van het Fondsaanbod. En er is om artistiek inhoudelijke redenen soms zelfs sprake van vergaande samenwerking tussen een Bis-gezelschap en een Fondsgezelschap.
Zijn dat ontwikkelingen die we een halt zouden willen toeroepen? Nee!
Want dat vervagen van die scheidslijnen komt vooral voort uit de vastberadenheid van een sector die zijn betekenis voor het publiek bovenaan z’n agenda heeft staan. En dat vraagt om innovatie, heroriëntatie en uitproberen. En dus om tijd, om een en ander te laten uitkristalliseren. Nu daarom geen overhaaste koerswijzigingen die bedoeld of onbedoeld een rem zouden kunnen zetten op uitkomsten die zich nog moeilijk laten voorspellen.
De meerjarige regeling is voornamelijk om die reden vereenvoudigd en het Fonds biedt met die regeling ruimte aan producerende gezelschappen en ensembles om vooral datgene te doen waar ze goed in zijn: bijzondere voorstellingen en concerten maken. Geen verdere expliciete of impliciete beleidsopdrachten.

Een andere bepalende speler voor ons beleid is de lagere overheid. Als we de Basisinfrastructuur beschouwen als de slagaders van een vaatstelsel, dan vormen de Fondsgesubsidieerde gezelschappen en ensembles de aders en haarvaten. De opbrengst van het Fondsgesubsidieerde aanbod is een scala aan voorstellingen die over het hele land verspreid plaatsvinden. Dat is niet het resultaat van gestelde voorwaarden, maar komt voort uit de aard van de instellingen die wij subsidiëren. Die kunnen zelden bestaan bij de opbrengst in hun standplaats alleen. Daarnaast gaat aan een sterk internationaal profiel doorgaans landelijke bekendheid vooraf.
De praktijk, gestaafd door de speellijsten van het door ons gesubsidieerde aanbod, wijst uit dat podia en festivals in het hele land nog steeds dat kwaliteitsaanbod willen programmeren.
En zeker, het Fonds is zich er zeer van bewust dat achter deze schijnbaar rooskleurige voorstelling van zaken een complex spanningsveld schuilgaat.
Maar het oplossen van de knelpunten kan niet bij slechts één partij worden gevonden. Om effectiever te kunnen inspelen op de veranderende behoeften en prioriteiten van publiek moet daarom óók door het Fonds Podiumkunsten, samen met gemeentes, worden gezocht naar nieuwe vormen van afstemming, nieuwe vormen van partnerschap.
De nog immer geldende bestelafspraken over welke overheid welk deel van de podiumkunsten financiert, blijken steeds meer te knellen. De programmeringsbudgetten bij podia en festivals staan door lokale bezuinigingen niet zelden onder druk. Dat is niet alleen van invloed op de ‘onderhandelingen over uitkoopsomen of garanties’, ook de effectiviteit van onze programmeringsregelingen komt erdoor onder druk te staan. Want als de financiële risico’s die samenhangen met het uitbaten de podia in toenemende mate dwingen tot een ten minste budgettair neutrale programmering, verdampt de mogelijkheid voor een bijdrage van het Fonds.
Het is op de eerste plaats belangrijk dat deze ontwikkelingen goed worden gemonitord om tijdig te kunnen bijsturen waar dat nodig is. Dat geldt in het bijzonder voor de popsector. De pop maakt in verhouding weinig gebruik van aanbodsubsidies, maar de artistieke innovatie van dit genre is sterk gebaat bij de extra financiële speelruimte die de programmeringsregeling deze podia biedt.

In aanloop naar de periode 2021-2024 zal het Fonds daarnaast en zoals aangekondigd in de uitgangspuntenbrief van de minister, actief onderzoeken hoe de makelaarsrol van podia, en dan bedoelen we concertzalen, schouwburgen én festivals, in relatie tot het gesubsidieerde aanbod én het publiek effectiever vorm kan krijgen dan nu het geval is. Zaken als regionale binding, draagvlak- en publieksverbreding, en financieel commitment horen daar vanzelfsprekend bij.

Tot zover de uitleg over de invloeden van buiten op ons beleid.
Zoals ik aan het begin al aangaf, ligt ook de enorme dynamiek binnen de gesubsidieerde sector zelf ten grondslag aan onze koers voor de volgende periode. En als overheidsinstrument functioneert het Fonds vanzelfsprekend altijd in een actuele maatschappelijke context. Sinds het begin van de eeuw is die aan grote veranderingen onderhevig. In het politieke domein en het openbare debat veranderen de heersende opvattingen over de waarde van gesubsidieerde kunst en cultuur voor de samenleving. Net als in veel andere domeinen zoal onderwijs, zorg en welzijn, energie, de financiële wereld, is er daardoor in de cultuursector in de volle breedte sprake van een transitie waarbij makers en publiek zoeken naar nieuwe modellen en verbindingen.
Er worden nieuwe samenwerkingsvormen bedacht en uitgeprobeerd. Er worden nieuwe verbindingen aangegaan in tal van maatschappelijke domeinen. En jonge makers hebben vaker een Do It Yourself-mentaliteit. Zij kiezen er bewust voor om geworteld in de eigen omgeving te opereren, wars van instituties.
En in een tijd dat meer consumenten actief betrokken willen worden, zijn participatie, co-creatie en eigenaarschap belangrijke manieren om ervoor te zorgen dat iedereen zich kan en wil verhouden tot kunst. Ze creëren een gemeenschappelijk referentiekader dat het draagvlak schraagt.
Artistieke innovatie blijft belangrijk om toegankelijkheid te vergroten, ons culturele erfgoed te borgen en nieuwe artistieke perspectieven te ontwikkelen om nieuw publiek te betrekken. Nieuwe presentatiemodellen zijn nodig om traditionele vormen relevant te houden voor de toekomst. Nieuwe generaties makers verdienen kansen om te spreken in een nieuwe vormentaal of bestaand idioom te verrijken. Innovatie is kortom de zuurstof voor een gezonde en duurzame podiumkunstensector. Dan is het in relatieve rust kunnen voortbouwen op in gang gezette veranderingen in onze ogen een noodzakelijke voorwaarde. De sector is nu daarom vooral gebaat bij de ontwikkeling van aantoonbare best practices. Met een toegankelijk en open instrumentarium draagt het Fonds hieraan bij.

Projectsubsidies spelen dan bovendien een belangrijke rol, want die zijn het domein van nieuwe initiatieven. Die groep is van grote waarde voor de doorbloeding en kleuring van de podiumkunstensector. En alleen zo krijgen steeds nieuwe generaties kansen.
Vanaf 2017 zullen we in deze regeling geen onderscheid meer maken tussen disciplines. Dit zal, zo schat ik in, als onze grootste koerswijziging worden gezien. Maar met deze ontschotting vergroten we de flexibiliteit en bieden we ruimte voor vernieuwing. Ook komen er meer aanvraagrondes. Zo spelen we dan bovendien in op de behoefte aan ondersteuning van projecten met een kortere voorbereidingstijd.
Daarnaast zien wij een generatie makers die niet alleen de artistieke inspiratie dicht bij huis zoekt en vindt, maar daar ook een financieringsmodel op baseert. Met een projectsubsidie-light kunnen we ook hen vlieghoogte geven.
Impliciet willen we hiermee ook de toegankelijkheid van het Fonds voor het produceren en programmeren van cultureel divers aanbod vergroten.
In 2050 is circa 30% van de Nederlandse bevolking van immigrantenafkomst, zowel van binnen als van buiten de Europese Unie, zowel van westerse als niet-westerse afkomst. In een cultureel zo diverse samenleving hoort culturele diversiteit vanzelfsprekend onderdeel te zijn van de podiumkunstenpraktijk.
Op dit punt is er wat ons betreft extra werk aan de winkel. Het Fonds gaat culturele diversiteit onder makers en de ontwikkeling van programma’s voor een cultureel divers publiek intensiever stimuleren. Waar nodig haalt het Fonds drempels weg om een aanvraag in te dienen. En we gaan zelf de groepen die we nog niet kennen beter in beeld brengen.
In de komende periode geeft het Fonds daarom regionale talentscouts opdracht om kansrijke initiatieven in het vizier te krijgen.

Samenvattend betekent dit alles dat onze opdracht helder is: zorgen dat er op zoveel mogelijk plekken in Nederland vitale verbindingen in de podiumkunsten ontstaan. Daarom creëren we weloverwogen ruimte voor dynamiek. Onze regelingen evolueren mee met de ontwikkelingen in de maatschappij en de sector. Het Fonds bevordert dynamiek, doorstroming en innovatie door een pakket van subsidieregelingen die onderling samenhangen, óók qua budget. Hierbij beogen we altijd de vitale verbinding tussen verschillende spelers in het veld.

Tot slot permitteer ik me één oproep, die aansluit bij mijn inleiding van vandaag: ik hoop dat wij allen zoals we hier zitten af en toe het opiniestuk herlezen van Robbert Dijkgraaf uit het NRC van afgelopen 29 augustus en dat te vinden is op de website van Kunsten92. Het herlezen en een begin maken met ernaar te handelen. In dat stuk hield hij een adembenemend mooi pleidooi voor de kunsten, maar hij schreef ook: (en ik citeer) “Kijkend naar de kunsten zie ik een fragiel bouwsel, waar de gure buitenwind gemakkelijk binnenwaait. Er zijn sterke individuen, maar het collectief opereert zwak, met weinig onderling begrip. Verdeel en heers lijkt in de cultuurpolitiek nog steeds te werken. De persoonlijke verschillen zijn adembenemend groot, van de naamloze massa van worstelende kunstenaars tot de kleine elite van internationale supersterren. Als de kunst een land was, zou het een bananenrepubliek zijn met onaanvaardbare maatschappelijke ongelijkheid en onrust.
De vele mogelijkheden om samen te werken, tussen individuen of instellingen, worden onderbenut. Een eenvoudige berekening leert dat uit tien personen al zo’n 3,6 miljoen mogelijke samenwerkingsverbanden te maken zijn. Juist in ons compacte land met zijn unieke poldercultuur en tolerantie voor individualiteit, kan de kunstwereld veel eensgezinder optrekken.” (einde citaat)

Ik wens u allen veel succes met de voorbereidingen voor de volgende kunstenplanperiode.

Henriëtte Post
directeur-bestuurder Fonds Podiumkunsten

meer blog Henriëtte Post

Vorige week kende het Fonds Podiumkunsten subsidie toe aan alle festivals die aanvankelijk op 2 augustus hoorden dat zij positief waren beoordeeld, maar dat er helaas onvoldoende budget was om hun aanvraag te honoreren. Ook drie muziektheateraanvragers kregen alsnog subsidie. Want in de brief die minister Bussemaker op Prinsjesdag aan de Tweede Kamer stuurde, werd extra geld aan het Fonds Podiumkunsten toegezegd om juist dat mogelijk te maken.

blog Henriëtte Post - 02 aug 2016

Het is zover.

Vandaag maakt het Fonds Podiumkunsten bekend welke gezelschappen, ensembles en festivals een meerjarige subsidie ontvangen in de periode 2017-2020.

blog Henriëtte Post - 05 jul 2016

Radiostilte

Af en toe krijgen we een telefoontje van een organisatie met de voorzichtige vraag of er al iets bekend is en waarom het toch zo lang duurt. Adviezen van de Raad voor Cultuur en andere raden zijn immers al lang bekend. Maar tot 2 augustus hoort u even weinig van ons.

Een budget van 25,4 miljoen euro per jaar, 215 aanvragen, meer dan 40 vergaderingen, 34 adviseurs, 5 onafhankelijke voorzitters. Dat zijn de cijfers behorende bij de belangrijke, zo niet de belangrijkste, fase waar we nu in zitten: de vergaderingen. De eerste vergadering in het kader van de meerjarige activiteitensubsidie 2017-2020 vond half april plaats, de laatste staat gepland voor eind mei.

blog Henriëtte Post - 19 apr 2016

Een goed begin is nog niet het halve werk

Op 1 maart nam het Fonds Podiumkunsten 215 aanvragen* van podiumkunstinstellingen voor een meerjarige activiteitensubsidie 2017-2020 in behandeling. Wat gebeurt er nu eigenlijk met deze aanvragen? Hoe wordt beoordeeld wie wel of niet subsidie krijgt? De komende maanden neem ik u in mijn blog mee door het verdere proces.

blog Henriëtte Post - 26 nov 2015

In de BIS!....In de wat?

Vraag een willekeurige bezoeker of ie vindt dat Wunderbaum, het ICK van Emio Greco en Pieter C. Scholten of het Asko|Schönberg in de Basisinfrastructuur (BIS) thuishoren en hij of zij zal je zeer glazig aankijken.

blog Henriëtte Post - 03 nov 2015

Vitale verbindingen

Vanochtend (3 november) presenteerde het Fonds Podiumkunsten de (vernieuwde) regeling meerjarige activiteitensubsidie en het beleid voor de periode 2017-2020. In een tijd waarin zo veel gedigitaliseerd is, zou je verwachten dat potentiële aanvragers vooral onze website raadplagen, want daar is immers vanaf nu ook alle informatie te vinden. Maar Herz in TivoliVredenburg zat vol, met bekende en nieuwe aanvragers, beleidsmakers en belangenbehartigers. Uit Zeeland, Groningen, Maastricht, Amsterdam, Rotterdam, kortom uit het hele land. Het is aan anderen om te beoordelen of de informatie die wij verstrekten helder en behulpzaam is. Wij weten in ieder geval na vanochtend dat heel veel gezelschappen, ensembles en festivals zich opmaken voor een aanvraag. Het belooft dus een spannende zomer te worden. Hieronder vindt u de speech die ik vanmorgen in TivoliVredenburg uitsprak.

blog Henriëtte Post - 07 mei 2015

Meten, wegen & weten

Ze klinkt al lange tijd, de verzuchting dat cijfers nooit het hele verhaal vertellen over de betekenis van (podium)kunst voor de samenleving. Daarom is het Fonds al een aantal jaren geleden op zoek gegaan naar een manier om dat verhaal completer te krijgen.

blog Henriëtte Post - 31 mrt 2015

Kiezen & verdelen

Op 1 april gaat het loket open voor 47 organisaties die samen met jonge nieuwe makers aanspraak kunnen maken op de extra financiële middelen die minister Bussemaker vorig najaar beschikbaar stelde in het kader van talentontwikkeling. Het Fonds Podiumkunsten heeft voor een snelle en regelarme procedure gekozen. Over die procedure vindt u elders op deze website alle informatie.

Een maand geleden is de Tweede Kamer akkoord gegaan met de voorstellen van minister Bussemaker over het besteden van extra middelen aan talentontwikkeling. En niet voor niets staat in de brief die daarover aan de Tweede Kamer werd gestuurd dat de fondsen bij de vormgeving van een regeling de sector moeten raadplegen. De sector heeft immers in hoge mate bijgedragen aan de uiteindelijke uitwerking van de besteding van het extra geld. Bij een aantal van de rijkscultuurfondsen kan het extra budget makkelijk worden toegevoegd aan een bestaande subsidieregeling. Maar het Fonds Podiumkunsten moet een nieuwe subsidieregeling opstellen. Want de bestaande Regeling Nieuwe Makers werkt goed, zou je kunnen zeggen, als tweede stap in de loopbaan van nieuw talent; en een deel van het extra geld is bedoeld voor juist de eerste stap. Daarnaast moet de regeling ook mogelijkheden bieden voor nieuwe makers die de sprong naar de grote zaal willen wagen. Met het extra geld kunnen de financiële risico’s die daarmee samenhangen enigszins worden verkleind.

meer